Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Een Europa dat draait op schone energie

Overzicht
Een Europa dat draait op schone energie

Vervuiling stopt niet bij de grens. Een schone, duurzame economie is bij uitstek een Europees thema. Europa moet de vervuiler laten betalen en oplossingen ondersteunen die bijdragen aan een schone economie. Daarom willen we strenge doelstellingen met betere controle voor natuur, schone lucht, schone energie en schoon water.

De strijd tegen klimaatverandering en de stap naar een circulaire economie vragen meer dan ooit om het bundelen van alle Europese krachten. De afgelopen decennia speelde Europa een leidende rol in het oplossen van milieuproblemen. Het is nu tijd om de overgang naar volledig schone energie door te zetten. Met CO2-vrije industriële productie, duurzame landbouw en een circulaire grondstoffenstroom. Wij willen dat Europa zich richt op kansen voor groei en innovatie, zodat alle Europeanen hiervan de vruchten plukken, nu en in de toekomst.

D66 wil diegenen die het voortouw nemen ondersteunen. We moeten lidstaten die duurzame groei vertragen in beweging brengen en voorlopers ruimte geven om onderling verdergaande afspraken te maken. Afspraken om het Parijs-akkoord te vertalen naar concrete maatregelen.

 

Een gemeenschappelijke Energie Unie

 

D66 wil een duurzame energievoorziening én concurrentie op gelijke basis. Dat betekent: een competitieve interne energiemarkt en een betere elektriciteitsinfrastructuur. We willen toewerken naaréén krachtige Energie Unie die schone, betrouwbare en betaalbare energie biedt. Uniforme Europese regels zijn daarom hard nodig voor de uitwisseling en handel in energie. Een competitieve energiemarkt kan alleen ontstaan met goede marktwerking in alle lidstaten. Reguleringstaken voor elektriciteit en gas moeten we optillen van nationaal naar Europees niveau. Samen kunnen we investeren in windstroom, zonnecentrales, waterstofinfrastructuur, batterijtechnologie en vele andere vormen van duurzame energie. Wij willen de bestaande doelstelling van 15% elektriciteit-interconnectie in 2030 op de Europese energiemarkt verder verhogen. Zo hebben de lidstaten de kans hun potentieel aan duurzame energieopwekking te benutten.

Ook onderzoek naar opslag van elektriciteit en warmte betalen we samen. Door zelf te investeren in energiebesparing en schone energie, werken we toe naar een meer divers aanbod van toeleveranciers en toeleveringsroutes in de keuze voor ons energienetwerk. De lidstaten kunnen bovendien op EU-niveau nieuwe markten creëren voor nieuwe innovatieve energietechnologie, bijvoorbeeld door als overheden energieneutrale gebouwen aan te besteden. D66 wil dat Europese landen niet meer apart, maar gezamenlijk onderhandelen met derde landen over energie en bijbehorende infrastructuur. Zo verkleinen we de afhankelijkheid van autocratische landen die ons gas en olie leveren.

 

CO2-uitstoot terugbrengen

 

De verhoogde uitstoot van gassen gemeten in koolstofdioxide (CO2)-equivalenten is de belangrijkste oorzaak voor de opwarming van de aarde. De EU reguleert alle broeikasgassen en heeft daarom een onmisbare rol in het omzetten van de doelstellingen in het Parijs-akkoord naar bindende doelstellingen. Om temperatuurstijging voldoende te beperken, moeten de EU-lidstaten hun uitstoot met ten minste 55% verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 willen we netto helemaal geen uitstoot over hebben. D66 wil in Europa streven naar een volledig duurzaam energiesysteem met een schone, innovatieve industrie en CO2-vrij transport. De tussenstap: minimaal 40% van de energie moet duurzaam opgewekt zijn in 2030. Maar de schoonste en goedkoopste energie is nog altijd de energie die we besparen. Energiebesparing moet daarom een veel hogere prioriteit krijgen. D66 wil dat we in 2030 40% efficiënter omgaan met energie ten opzichte van 2007. Daarnaast moeten we fors meer investeren in het opslaan van energie.

Het radicaal verminderen van CO2-uitstoot is alleen haalbaar met CO2-beprijzing. Ons ideaal is een wereldwijde CO2-prijs. Tot die tijd werken we aan een hogere Europese CO2-prijs door het emissiehandelssysteem aan te scherpen. Het aantal sectoren in het systeem moet worden uitgebreid. Om een ongelijk speelveld voor internationaal concurrerende bedrijven te voorkomen, geven wij bij de import van energie-intensieve producten de voorkeur aan een CO2-belasting aan de Europese grenzen en subsidiëring bij de export van deze producten. Het uitdelen van gratis emissierechten is dan niet meer nodig. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan worden de gratis CO2-emissierechten verder beperkt tot enkele industriële sectoren die daadwerkelijk met wereldwijde concurrentie te maken hebben.

Wereldwijde ontbossing heeft geleid tot een sterke toename van broeikasgassen. D66 steunt daarom het Franse initiatief uit 2018 tegen ontbossing als gevolg van de invoer van niet-duurzame bos- en landbouwproducten. D66 wil een EU-actieplan gebaseerd op de haalbaarheidsstudie van maart 2018.

 

Investeren in de energietransitie

 

Om de energietransitie te versnellen, moet Europa het gebruik van fossiele brandstoffen verder ontmoedigen. Ons doel is dat Europese lidstaten subsidies en kortingen op energiebelasting van fossiele brandstoffen stoppen en in plaats daarvan subsidies voor hernieuwbare energie uitgeven. Kolencentrales in de hele EU moeten worden gesloten. Aan Europese subsidies wordt een minimale en in de tijd te verhogen duurzaamheidseis gekoppeld.

De energietransitie kan alleen samen met de private sector en de inwoners zelf worden opgepakt. Daarom is het belangrijk om te investeren in publiek-private-particuliere samenwerking, gericht op de productie van duurzame energie binnen én buiten Europa, bijvoorbeeld in Noord-Afrika en de Caribische delen van het Koninkrijk der Nederlanden. Afhankelijk van de locatie investeren we in duurzame energieoplossingen zoals in wind op land, wind op zee en/of zonnecentrales.

 

Ruimte voor voorlopers op klimaatgebied

 

D66 wil haast maken met de vorming van een klimaatkopgroep. Dit gaat volgens de principes van nauwere samenwerking tussen lidstaten conform het EU-verdrag, die Europese integratie meer open en inclusief maken. De vorming van kopgroepen verandert niets aan het pakket van verplichtingen waar elke lidstaat zich aan moet houden, maar geeft ruimte aan lidstaten en regio’s die ambitieuzere plannen hebben. In het geval van een klimaatkopgroep kunnen deelnemers afspraken maken over gezamenlijke CO2-beprijzing, fiscale vergroening en producteisen om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Ook kunnen zij andere lidstaten ondersteunen bij het versnellen van hun klimaatambities. Als andere lidstaten hun klimaatambities verhogen, zullen zij vanzelfsprekend ook tot de kopgroep kunnen behoren.

 

Een circulaire economie in 2050

 

Onze economie is nog altijd gestoeld op verbruiken, verbranden en vernielen. Dit is overduidelijk geen houdbare situatie. Een duurzame toekomst vereist een circulaire economie, waarin we beter gebruik maken van energie en grondstoffen en minder vervuilen door anders te ontwerpen, produceren en consumeren en herbenutten.

De kansen voor Europa zijn enorm, ook in economische zin. De Europese Commissie zet voorzichtige stappen richting een circulaire economie. Maar er is meer ambitie nodig. D66 zet in op een volledig circulaire Europese economie in 2050. Hierbij hoort een 100% duurzame inkoop door overheden. Ook het stimuleren van samenwerking in de industriële sector om afval te gebruiken als grondstof hoort hierbij, net als initiatieven voor de deeleconomie en cradle-to-cradle concepten, en andere soortgelijke projecten. Europese wetgeving voor mededinging en producten (zoals eco-design en uniforme eco-labels) zaldit streven ondersteunen.

 

Afval wordt een grondstof, plastic dringen we terug

 

In een circulaire economie wordt afval geen last, maar een grondstof. Door afval gemakkelijker te kunnen vervoeren binnen de EU, wordt het herwinnen en hergebruiken van grondstoffen eenvoudiger. Tegelijkertijd moet het ongewenst storten of verbranden van afval strenger worden aangepakt. Bestaande afvalbergen moeten worden onderzocht met als doel bruikbare materialen eruit te halen zodat deze gerecycled kunnen worden.

Kunststoffen zoals plastic zorgen voor grote milieuproblemen op het land en in de zee. De producten worden meestal maar één keer gebruikt en eindigen dan al snel op de vuilnisstort of in de verbrandingsoven. Of nog erger: in onze rivieren, zeeën en oceanen. Overal ter wereld zien we zeevogels en andere dieren met kunststof in hun maag. Omdat kunststof zo wijdverspreid is, en via ons water de grenzen over komt, is het van groot belang dat we dit probleem in Europa samen oplossen.

D66 steunt het voorstel van de Europese Commissie om eenmalig gebruik van kunststof uit te bannen. Als er een alternatief voor kunststof is, dan moet dat worden gebruikt. Als er geen alternatief is, geldt als voorwaarde dat alleen die soorten kunststoffen mogen worden gebruikt, die recyclebaar zijn en moet gebruik van bronmateriaal afkomstig uit recycling bevoordeeld worden boven nieuw materiaal gemaakt van gewonnen olie. D66 wil dat schadelijke kunststoffen wettelijk worden uitgefaseerd, dat statiegeldregelingen voor drankflesjes worden ingevoerd en dat er voorwaarden worden gesteld aan ophaalpercentages van kunststofafval. Door onderzoeks- en innovatiebudget beschikbaar te stellen, kunnen we bovendien de hele levenscyclus van producten beter inrichten op het hergebruik van afval.

 

Behoud biodiversiteit

 

Beschadigde natuur en het verlies van natuurlijke hulpbronnen passen niet bij een toekomstbestendig
Europa. Het wordt nu tijd om iets te doen aan de achteruitgang van biodiversiteit en de beschadigde natuur. Dat is een grensoverschrijdende en dús gezamenlijke verantwoordelijkheid, die vraagt om duidelijke doelstellingen. D66 wil dat de biodiversiteit in de lidstaten in de komende vijftien jaar verdubbeld wordt en dat Europa vanaf 2020 geen negatieve invloed meer heeft op biodiversiteit in de rest van de wereld. De EU-lidstaten moeten zich vastleggen op heldere doelen, zowel voor de EU als geheel als per lidstaat. Het verlies van dier- en plantensoorten is op zichzelf kwalijk genoeg, maar het gaat ook om het effect hiervan op onze natuurlijke hulpbronnen: water, lucht en de natuur.

Daarnaast moeten we toewerken naar een internationaal biodiversiteit-akkoord waarin alle aspecten worden meegenomen: de bescherming van natuur en oceanen, aandacht voor de drastische afname van bijen, andere insecten en diverse diersoorten en een omslag naar landbouw die een optimale duurzame oogst produceert met minimale chemische bestrijdingsmiddelen. Deze overgang betekent bijvoorbeeld dat we geen granen als soja en mais voeren aan onze dieren, maar inzetten op reststromen uit de voedselindustrie, gras en insecten. Het kweken van insecten draagt bij aan een grotere biodiversiteit.

Deze inzet heeft ook een positief effect op de biodiversiteit, natuur en leefbaarheid in Afrika, Zuid-Amerika en Aziё. Europa is immers een van de grootste inkopers van grondstoffen ter wereld.

 

Minder landbouwsubsidies, meer innovatie

 

Het verduurzamen van de landbouw levert veel winst op voor een schoner en innovatiever Europa. D66 pleit al jaren voor een afschaffing van de structurele landbouwsubsidies in hun huidige vorm en blijft zich daar onverminderd voor inzetten. Inkomenssteun binnen de landbouw zonder enig uitzicht op structurele verbetering, maakt boeren afhankelijk en stimuleert niet tot eigen ondernemerschap. Voor zover nog landbouwsubsidies worden uitgekeerd, moeten zij geen blanco cheque zijn maar waar voor het geld leveren. Om voedselzekerheid veilig te stellen, koppelen we deze subsidies naast de voorwaarde van een gezonde bodem ook aan de klimaatdoelstellingen van Parijs, de transitie naar kringlooplandbouw, stimulering van biodiversiteit en dierenwelzijn en landschappelijke waarden.

Kringlooplandbouw helpt ons om onze voedselzekerheid te garanderen binnen de huidige
beschikbare landbouwgrond. De groei van de wereldbevolking maakt dat de wereld 70 procent meer voedsel nodig heeft in 2050. Dat kunnen we alleen doen wanneer we plantaardige en dierlijke productie tot een integraal landbouwsysteem aan elkaar knopen. Ook moet het gebruik van kunstmest en het gebruik van diergeneesmiddelen voor het verhogen van productie fors worden verminderd. Indien kunstmest nog wordt gebruikt, moet het circulair zijn.

Door het stimuleren van lokale kweek kunnen onnodige transportkilometers voorkomen worden inclusief de bijbehorende uitstoot.

Biotechnologie is een kans om landbouw te verduurzamen, de druk op natuur en milieu te verminderen en voldoende voedselvoorziening zeker te stellen. Er moet daarom een Europees innovatiefonds komen voor duurzame landbouwtechnieken, inclusief een ethisch afwegingskader en een zorgvuldige risicoanalyse. Europa kan belemmeringen wegnemen die de ontwikkeling oftoepassing van innovatieve technologieën tegenhouden. Zo kan bijvoorbeeld een weloverwogen toepassing van gen-technologie bijdragen aan een duurzame en rendabele landbouw.

 

Beschaafd omgaan met dieren

 

D66 wil dierenleed voorkomen. Diertransporten in Europa moeten worden beperkt tot maximaal drie uur. De duur van het transport, de omstandigheden waaronder dieren vervoerd worden en de werkwijze van slachthuizen, moeten strenger en vaker worden gecontroleerd. Europa moet de ontwikkeling en het gebruik van alternatieven voor dierproeven stimuleren.

Europa zou een voorbeeld kunnen nemen aan Nederland als het gaat om strenge regulering van het houden van exotische huisdieren. Bijvoorbeeld met een EU-Positieflijst die aangeeft welke diersoorten worden toegestaan om als huisdieren te houden. Ook pleit D66 voor een Europees verbod op wilde dieren in het circus. D66 blijft vragen om meer steun vanuit Europa voor de rol van wildlife opvangcentra in de strijd tegen illegale handel en een gezamenlijke Europese aanpak voor kwaliteitsstandaarden en financiering hiervan. Het door D66 geïnitieerde EU Actieplan tegen stroperijmoet volledig uitgevoerd en aangescherpt worden. Er dient een totaalverbod op de handel in ivoor en neushoornhoorn te komen.

Europa moet inzetten op een verantwoorde ontwikkeling van kweekvlees, zodat er voor consumptie van vlees minder dieren hoeven worden gehouden. Ook de verdere ontwikkeling van vegetarische vleesvarianten en van insecten als voedsel stimuleren we.

 

Schone oceanen

 

Wereldwijd zijn 600 miljoen mensen direct afhankelijk van schone oceanen. Overbevissing, verzuring,
temperatuurverandering en het dumpen van kunststoffen zoals plastic in zee levert grote bedreigingen op. Om hier iets aan te doen, moet Europa over deze thema’s internationale afspraken maken en kennisuitwisseling stimuleren. In de Europese zeeën streven we naar 30% effectief beschermde gebieden, zoals internationaal is afgesproken. Ook moet Europa met de Atlantische partners samenwerken om grote delen van de Atlantische Oceaan, het noordpoolgebied en Antarctica tot beschermd gebied te verklaren. Met niet-EU landen die deze zeeën met ons delen moet Europa afspraken maken over het terugdringen van vervuiling via rivieren en kustlijnen.

 

Schoon Europees water

 

Vervuiling treft niet alleen oceanen, maar ook de Europese rivieren en het grondwater. D66 wil dat Europa de vervuiler laat betalen. Minder waterverbruik en een hogere waterkwaliteit is beter voor hetmilieu en voor onze gezondheid. Om een gelijke kwaliteit van water te krijgen in de EU is hetbelangrijk dat alle Europese lidstaten de Europese ‘Kaderrichtlijn Water’ implementeren. Het stellen van hoge, gezamenlijke normen voor de waterkwaliteit zorgt ook voor meer bewustwording in de landbouw en de waterzuiveringsindustrie. De Nederlandse ketenaanpak van medicijnresten uit oppervlaktewater moet daarom de minimaal te hanteren norm worden in de hele Europese Unie.

 

Duurzame visserij

 

Alleen door de visserij te verduurzamen, kunnen we een schone en gevarieerde natuur realiseren en een houdbaar toekomstperspectief bieden aan de visserijsector. De EU moet het gemeenschappelijke visserijbeleid daarom beter handhaven en aanscherpen. We kiezen voor verantwoorde quota voor visvangst, blijven bijvangst registreren en stimuleren innovatieve vismethoden met zo min mogelijk dierenleed, zoals pulsvisserij. Uiterlijk in 2030 moeten destructieve vismethodes, zoals met bodemberoerende sleepnetten, tot het verleden behoren. Subsidies en belastingvrijstellingen op nieuwe vissersschepen en scheepsbrandstof worden afgebouwd. Deze worden vervangen met subsidies op diervriendelijke en natuurvriendelijke vistechnieken, en de ontwikkeling van duurzame viskweek.

D66 neemt uw privacy zeer serieus en zal informatie over u op een veilige manier verwerken en gebruiken.

Verkiezingsprogramma D66 Europa
In Europa maken we de toekomst