Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Een Europa dat eerlijk deelt

Overzicht
Een Europa dat eerlijk deelt

Zo’n zestien miljoen Europeanen werken in een andere lidstaat dan hun geboorteland. Een half miljoen van hen is Nederlander. Sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw hebben 9 miljoen Europeanen met behulp van een Erasmusbeurs een studie of stage gevolgd in een andere lidstaat. Dat is het Europa zonder grenzen dat we moeten koesteren. Het brengt ons dichter bij elkaar en biedt Europeanen uitzonderlijke kansen.

Door de opheffing van de binnengrenzen is de handel tussen landen toegenomen en de mobiliteit vergroot. Toch zijn we er nog niet. Vooral in de grensregio’s ondervinden mensen nog te veel problemen, wanneer zij vlak over de landsgrens willen werken, studeren of zorg willen krijgen.

De vrijheden van de interne markt vinden wij een groot goed. Tegelijk mag een Europa zonder grenzen nooit leiden tot misbruik of uitbuiting. Concurrentie draagt bij aan economische groei, maar mag de verschillen in Europa niet te groot laten worden. We willen voorkomen dat er te veel ongelijkheid ontstaat in Europa, of dat er een “race naar de bodem” ontstaat. Binnen de interne markt moet Europa daarom zorgen dat alle Europeanen altijd terug kunnen vallen op een sociaal vangnet in een lidstaat. Naast het versterken van de interne markt streven we daarom naar een inclusief Europa dat zich inzet voor goede scholing en banen voor alle Europese burgers.

 

Mobiele sociale rechten

 

In Europa zijn er nog steeds barrières voor het werken, wonen en studeren in een ander land. Sociale zekerheid en pensioenen gaan nog te moeilijk mee de grens over. Dat is vervelend voor mensen die  voor een bepaalde periode in een ander land verkeren of voor grenswerkers die vaak op een neer moeten. D66 wil dat dit veel makkelijker wordt. Omdat pensioenen buiten Nederland minder goed geregeld zijn dan bij ons, pleit D66 voor een Europees pensioenspaarproduct waarmee Europeanen een aanvullende oudedagvoorziening kunnen opbouwen. Uiteraard worden nationaal opgebouwde rechten in dit systeem gegarandeerd.

Iedere Europeaan heeft het recht om in fatsoenlijke arbeidsomstandigheden te werken en terug te kunnen vallen op een sociaal vangnet in een lidstaat. Door de grote verschillen in de economische ontwikkeling van lidstaten is een Europees minimumloon volgens D66 op dit moment niet realistisch en niet wenselijk. Maar Europa kan wel via structuurfondsen helpen om goede arbeidsomstandigheden te garanderen en arbeidsmobiliteit te vergroten. Deze middelen moeten worden gekoppeld aan bindende aanbevelingen voor lidstaten om de arbeidsmarkten in Europa structureel te hervormen waar nodig, en aan strenge anti-corruptie bepalingen.

Solidariteit is een typisch Europese verworvenheid, die we koesteren. Maar nationale sociale zekerheidsstelsels zijn niet gemaakt voor de wereld van vandaag, met mobiele werknemers, open grenzen, interneteconomie en veranderende arbeidspatronen. Om de nationale stelsels te beschermen, moeten er aanvullende sociale zekerheidsvoorzieningen komen op Europees niveau. Pensioenen, werkloosheidsvoorzieningen en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen die meeneembaar zijn in heel Europa, op basis van sparen, verzekeren en publieke middelen waar nodig. Dergelijke producten worden reeds aangeboden door niet-EU aanbieders en internetgiganten. Er moet snel een EU wettelijk kader komen voor dergelijke voorzieningen.

 

Gelijke beloning voor gelijk werk op dezelfde plek

 

Het vrij verkeer van goederen en diensten is van groot belang voor de Europese economie. Het is goed voor vrijhandel, concurrentie, en de ontwikkelkansen van landen en mensen. Maar er zijn situaties waarin de open grenzen worden misbruikt om lokale loonafspraken te ondermijnen. Om deze vorm van oneerlijke concurrentie te voorkomen, willen we een garantie op gelijke beloning voor gelijk werk op dezelfde plek. Met de detacheringsrichtlijn is een belangrijke eerste stap gezet. Met deze richtlijn zijn eisen gesteld aan de tijdelijke inhuur van werknemers uit andere lidstaten. Deze werknemers worden zo beschermd en de concurrentiepositie wordt niet oneigenlijk aangetast wanneer bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs op de Nederlandse interne markt actief zijn (cabotage), dan moet de detacheringsrichtlijn ook van toepassing zijn op vrachtwagenchauffeurs.

 

Misbruik stevig bestrijden

 

Ontduiking van arbeidsmarktregels is verboden en ondermijnt het vertrouwen. Regels moeten daarom stevig worden gehandhaafd. Op dit moment heeft iedere lidstaat een eigen arbeidsmarktautoriteit. Op Europees niveau wordt niet gecontroleerd of regels voor grensoverschrijdende arbeid worden nageleefd. Lidstaten kennen grote verschillen in interpretatie van wetgeving. Door gebrek aan samenwerking ontstaat ruimte voor het ontduiken van premies, onderbetaling en ontwijking van arbeidsvoorwaarden.

D66 juicht daarom het voorstel toe om een Europese Arbeidsmarktautoriteit op te richten. Deze kan  samenwerking en harmonisering tussen nationale autoriteiten stimuleren, onderzoek doen naar de bevordering van mobiliteit en sociale zekerheid binnen de EU, en schijnconstructies bestrijden. Het spreekt voor zich dat de bevoegdheden van deze autoriteit in aanvulling op en in samenhang met nationale arbeidsmarktautoriteiten moet worden uitgevoerd. Ook een Europees bedrijvenregister in samenwerking met lokale autoriteiten en sociale partners, kan helpen om beter te controleren op fraude.

 

Bescherming van consument en ondernemer

 

Door het eenduidig garanderen van de rechten van Europeanen in een open Europese markt beschermen we de consument én bevorderen we de handel. Daarom vindt D66 dat er gelijke regels moeten gelden voor de Europeaan als consument. Zo moet het binnen de EU eenvoudiger worden om geld terug te krijgen wanneer vluchten grote vertraging oplopen of geannuleerd worden, of wanneer goederen geretourneerd worden. Er moet een Europese wet komen voor collectieve schadeclaims, die het mogelijk maakt voor gedupeerden om gezamenlijk grensoverschrijdend claims in te dienen of rechtszaken aan te spannen.

D66 wil dat er een Europese Consumentenbeschermingsautoriteit wordt opgericht. Dit is nodig om de consument beter te beschermen in het geval van conflicten met bedrijven en overheden. Wanneer een ondernemer of ZZP’er met een ander bedrijf in de EU wil samenwerken, conflicten moet oplossen of contracten moet afsluiten, moeten hiervoor in de hele EU dezelfde rechten gelden.

 

Zorg en gezondheid

 

D66 vindt dat de inrichting van het zorgstelsel een nationale verantwoordelijkheid en bevoegdheid is. Dat moet ook zo blijven. Maar Europa kan wel meer samenwerken op het gebied van volksgezondheid. Niet alleen om ziektes te voorkomen maar ook om wereldwijde bedreigingen zoals antimicrobiële resistentie of de dalende vaccinatiegraad aan te pakken. De EU moet medische innovatie en onderzoek naar alle vormen van levensbeëindiging verder stimuleren, bijvoorbeeld door
geld vrij te maken in Horizon Europe en netwerken tussen zorg- en kennisinstituten te faciliteren. Ook blijft D66 zich inzetten om seksuele en reproductieve gezondheidsrechten onderdeel te maken van de Europese gezondheidsstrategie. D66 streeft bovendien naar Europese samenwerking in onderzoek naar verschillen tussen mannen en vrouwen in de diagnose, het verloop en de behandeling in de gezondheidszorg.

D66 vindt het belangrijk dat er maatregelen worden getroffen om de toegankelijkheid van medicijnen binnen Europa te waarborgen. Medicijnen en medische hulpmiddelen worden op dit moment wel gezamenlijk beoordeeld, maar nog niet gezamenlijk ingekocht. D66 wil dat er meer medicijnen op Europees niveau worden ingekocht. Zo kunnen kosten worden bespaard en wordt de macht van multinationale farmaceutische bedrijven doorbroken. D66 vindt dat de Europese Unie en bijbehorende lidstaten voorwaarden moeten stellen bij zowel het inkopen van medicijnen als het afgeven van licenties voor geneeskundige stoffen door onderzoeksinstituten aan farmaceutische bedrijven. Mogelijke voorwaarden kunnen zijn: transparantie over de kostenopbouw, toegevoegde waarde, kosteneffectiviteit en een maatschappelijk verantwoorde winstmarge. D66 wil ook dat in heel Europa de toegang tot informatie voor patiënten verbeterd wordt en dat patiënten meer controle kunnen krijgen over hun eigen zorg in Europa. In grensregio’s mogen geen belemmeringen bestaan voor het ontvangen van (spoed)zorg aan beide zijden van de grens.

 

Modernisering regionaal beleid en investeringsfondsen

 

Het regionaal beleid is het belangrijkste investeringsbeleid van de EU. Het is goed voor werkgelegenheid, economische groei en duurzame ontwikkeling. D66 wil dat de prioriteiten van het regionaal beleid en de investeringsfondsen beter aansluiten bij de doelstellingen voor een duurzaam en toekomstgericht Europa met een sterke kenniseconomie. Dit beleid moet tevens gekoppeld zijn aan de landen-specifieke aanbevelingen die de EU opstelt voor de lidstaten. Zo stimuleren we dat verschillende landen structurele hervormingen doorvoeren die het investeringsklimaat daadwerkelijk verbeteren. Dit is efficiënter en effectiever. Iedere euro die we vanuit Europa investeren zal méér opleveren. D66 wil met minder geld meer doen voor een duurzaam, economisch krachtig en inclusief Europa. Binnen het regionaal beleid wil D66 extra aandacht voor duurzame stedelijke ontwikkeling en grensoverschrijdende samenwerking van burgers, scholen en maatschappelijke of culturele organisaties.

 

Erasmus voor iedereen

 

Het uitwisselingsprogramma Erasmus is een groot succes. Sinds 1987 hebben miljoenen Europeanen via Erasmus de kans gekregen in een andere lidstaat te studeren of stage te lopen. Jonge Europeanen leren zichzelf en andere Europeanen kennen. Er ontstaan nieuwe contacten en initiatieven, die leiden tot nieuwe samenwerkingen en kansen. Met dit onderwijsproject heeft de Europese Unie bijgedragen aan kansengelijkheid, sociale binding en actief burgerschap. Maar er kan meer. D66 is daarom groot voorstander van de uitbreiding van Erasmus. Allereerst door meer budget beschikbaar te stellen. Maar daarnaast moet er specifiek meer aandacht komen voor uitwisseling in het mbo. Binnen het Erasmus+ programma moeten Centres of Vocational Excellence – partnerschappen tussen beroepsonderwijsinstellingen en regionale ontwikkeling – meer ruimte krijgen.

 

Minder barrières voor uitwisseling

 

Een voorwaarde voor het welslagen van internationale mobiliteit en uitwisseling van leerlingen is de stimulering van meertaligheid. In alle niveaus van het onderwijs is het belangrijk om hier genoeg aandacht aan te besteden. Zeker voor de grensregio’s is meertaligheid van groot belang. Het is een essentiële voorwaarde voor het vrij verkeer van personen en diensten en het voorkomt dat de sociaal culturele cohesie tussen de burgers wonende in grensregio’s verder afneemt.
Ook de wederzijdse erkenning van diploma’s, (deel)certificaten, modules en stages tussen lidstaten
en het afbouwen van het aantal voor niet-ingezetenen afgeschermde beroepen is belangrijk voor de arbeidsmarkt en de studenten. Tot slot verdient het stimuleren van samenwerking tussen universiteiten, onderzoeksinstituten en hogescholen in Europa blijvend aandacht, zodat programma’s goed op elkaar aansluiten en zowel studenten als wetenschappers eenvoudig in een ander land aan de slag kunnen.

 

Digitale leermiddelen

 

Een grotere toegankelijkheid van leermiddelen leidt tot verbetering van de kansengelijkheid van Europeanen. D66 vindt het belangrijk om digitale leermiddelen onder hetzelfde lage btw-tarief te brengen als fysieke leermiddelen. Op Europees niveau is hiervoor inmiddels de weg vrijgemaakt. Nu is het zaak dat de nationale wetgeving volgt.

 

Leven lang leren

 

Voor een toekomstbestendige Europese arbeidsmarkt is leven lang leren onmisbaar. De arbeidsmarkt verandert razendsnel; niemand haalt meer de pensioengerechtigde leeftijd met de kennis die in het initieel onderwijs is opgedaan. Een Europese aanpak is onontbeerlijk om de arbeidsmobiliteit te
vergroten. Eures, het Europees portaal voor beroepsmobiliteit, kan een rol spelen in het matchen van werkzoekenden en vacatures binnen de EU, met een fonds om werknemers uit andere lidstaten voor te bereiden en te ondersteunen met taallessen en huisvesting. Zo heeft Nederland veel onvervulbare vacatures in de zorg, ICT en installatietechniek. Door Europees te werven, creëren we een beter aanbod voor de snel veranderende vraag op de arbeidsmarkt. Europese uitwisselingsprojecten van bedrijven en kennisinstellingen kunnen bovendien voor werknemers van elke leeftijd enorm bijdragen aan duurzame inzetbaarheid. Om een leven lang leren voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken moet de Europese Unie samenwerking tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en universiteiten stimuleren. Dit kan via subsidies, met duidelijke regelgeving en betere diploma-erkenning. Het betrekken van praktijkleren draagt bij aan de aanpak van jeugdwerkloosheid in Europa.

 

Kennis en innovatie

 

In het kader van kennisuitwisseling en bevordering van onderzoek, moet Europa zich inzetten voor open access bij alle Europese universiteiten, zodat onderzoek vrij toegankelijk is voor iedereen die er kennis van wil nemen. Een hoger deel van het budget moet gaan naar onderzoek en ontwikkeling. Dit kan via versterking van het kaderprogramma en het EU-investeringsbeleid. Vooral thema’s als kunstmatige intelligentie, kwantumcomputing, medisch onderzoek en schone energie hebben prioriteit. Deze onderwerpen zijn voor Europa van geopolitiek en economisch strategisch belang. Om op deze thema’s op wereldschaal topposities te ontwikkelen is focus en massa op Europees niveau noodzakelijk, en daarom moeten positieve, concrete en uitdagende innovatiemissies worden geformuleerd, zoals een eerste Europese kwantumnetwerk in 2025 of het overwinnen van dementie. Ook experimenten met slimmer transport en smart cities kunnen ondersteuning krijgen vanuit het partnerschap-programma van de Europese Commissie. In dit programma worden steden, het mkb, de industrie, banken en onderzoek bij elkaar gebracht om duurzame oplossingen te bedenken voor de veiligheid, energievoorziening, mobiliteit en inrichting van steden.

 

Europese cultuur

 

D66 koestert de grote rijkdom aan kunst en cultuur in Europa. Wij verwachten dat elk land een steentje bijdraagt aan het beschermen en uitdragen hiervan. Europa kan in de wereld onze kunst en cultuur delen met culturele missies, het digitaliseren van kunst, literatuur en onderzoek en het
organiseren van gezamenlijke tentoonstellingen. Maar ook binnen Europa kunnen we cultuur meer op de kaart zetten, bijvoorbeeld met een Europese museumkaart. Met een Europese museumkaart stimuleren we culturele uitwisseling en ontsluiten we de culturele diversiteit van Europa voor nieuw publiek.

Ook pleit D66 voor een jaarlijkse vrije dag voor alle EU burgers op 9 mei (de Dag van Europa). Tijdens deze dag openen Europese instellingen hun deuren en worden in heel Europa feestelijke evenementen en activiteiten georganiseerd. Dat draagt niet alleen bij aan meer kennis en inzicht in het Europese project, maar creëert ook een gemeenschappelijk Europees gevoel.

D66 neemt uw privacy zeer serieus en zal informatie over u op een veilige manier verwerken en gebruiken.

Verkiezingsprogramma D66 Europa
In Europa maken we de toekomst