Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Een samenleving bloeit door innovatie, ruimte en mobiliteit

Economieën groeien als de productiviteit toeneemt of als meer mensen werken. Hiervoor is innovatie en openheid naar andere markten nodig. In Nederland is nog op alle fronten winst te behalen. Door te investeren in ondernemerschap, door innovatie, door ruimte te bieden en markten te openen voor handel en door te zorgen dat mensen wendbaar en mobiel zijn.

De afgelopen tien jaar waren zwaar. We moesten hard ingrijpen om het hoofd boven water te houden. Nederland had het dak niet gerepareerd toen de zon scheen. D66 heeft een grote bijdrage geleverd aan deze noodzakelijke actie. Wat zal de toekomst brengen: nieuwe bloei als gevolg van technologische doorbraken of nieuwe crisis? Eén ding is zeker: de volatiliteit zal de komende jaren verder toenemen, ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op. Het betekent dat er grote kansen zullen zijn, maar ook dat stilzitten ons geld kost. Wij zijn ervan overtuigd dat we de huidige meewind moeten gebruiken om onze economie toekomstbestendig te maken.
We moeten als maatschappij en als mens tegelijk wendbaar en weerbaar worden. Wendbaar om ons aan te kunnen passen aan veranderende omstandigheden en in te springen op kansen. Maar ook weerbaar, zodat we onverwachte tegenslagen kunnen pareren.
Blijven veranderen is spannend en opwindend, maar tegelijkertijd niet voor iedereen een prettige gedachte. Immers, voor de meesten van ons geldt dat we eigenlijk best tevreden zijn met ons huidige leven. Er zullen zeker politici zijn die daarom doen alsof alles ‘af’ is, of dat het nu beter is een tijdje niets te doen. Het grote risico van die houding is dat we krampachtig proberen vast te houden wat we hebben en het daardoor juist verliezen. D66 ziet de risico’s, maar denkt vooral vanuit onze kracht. We hebben alles om van deze dynamische tijden te profiteren. Ons opleidingsniveau is hoog, we beschikken over een uitstekende fysieke en digitale infrastructuur, en ook onze pragmatische en oplossingsgerichte mentaliteit helpt ons.
Onze investeringen in onderwijs en onderzoek bieden daarvoor een basis. Maar er moet meer gebeuren. We verwachten dat de overheid het goede voorbeeld geeft door een groeiende schone economie met meer werk als doel te stellen. Daarnaast investeert D66 € 1 miljard in innovatie met maatschappelijke relevantie. We hervormen het topsectorenbeleid. De overheid loopt met haar € 60 miljard aan duurzame inkoop voorop en zorgt voor de benodigde randvoorwaarden. De overheid geeft vervolgens ruimte aan de samenleving door zelf doelmatig en efficiënt te zijn. Maar ook door onnodige of achterhaalde regels te schrappen. Ten slotte bevordert de overheid beweging doorinvesteringen in onderwijs en innovatie en door te zorgen dat markten werken.

 

Versterken innovatiekracht

 

Nederland loopt steeds verder achterop met investeringen in innovatie. De trend van achteruitgang moet gekeerd. D66 wil € 1 miljard extra investeren in innovatie. Daarnaast zal een deel van het innovatiebox-budget als subsidie worden ingezet om het voor ondernemers goedkoper te maken om te investeren in innovatieprojecten. Ook bij het stimuleren van publiek- private of privaat-private samenwerking, het binnen brengen van Europees geld en het versterken van clusters van bedrijven, onderwijs en overheid, blijven overheidsinvesteringen nodig. D66 wil het innovatiebeleid inrichten op het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen en inzetten op regionale vernieuwing, in plaats van op het stimuleren van het verouderde denken in sectoren. Daarom moet vernieuwing, gericht op maatschappelijke uitdagingen, de kern worden van het nieuwe innovatiebeleid. Die focus voorkomt versnippering, zorgt voor schaalgrootte en versterkt onze internationale concurrentiepositie. Ambitieuze innovatiedoelen als energieopslag, gepersonaliseerde zorg, digitalisering van productieketens en duurzame voedselproductie werken positief en wervend, ook naar nieuwe generaties en investeerders.

Daarbij moet nog meer geëxperimenteerd worden, bijvoorbeeld door prijzen uit te reiken voor innovaties gericht op specifieke maatschappelijke uitdagingen zoals de energietransitie, de overgang naar een circulaire economie of een lang gezond en zelfstandig leven.

 

Investeren in innovatie en ondernemerschap

 

D66 wil dat er innovatiegelden komen om maatschappelijk relevante instituten, zoals scholen, universiteiten, zorginstellingen, openbaar vervoer en energiebedrijven, te laten experimenteren met nieuwe digitale modellen. Daarnaast worden er wegen gezocht om de beschikbare hoeveelheid durfkapitaal voor start-up’s en scale-up’s te vergroten en te zorgen dat deze partijen hun weg beter kunnen vinden naar het durfkapitaal datpensioenfondsen al voor hen gereserveerd hebben.

Ondernemers bouwen niet allemaal aan de nieuwe Uber of TomTom. Veel ondernemers starten activiteiten in dienstverlening, in horeca, in zorg, in bouw, in duurzame maakindustrie. Voor al deze ondernemers wil D66 de ruimte om te ondernemen en toegang tot de middelen om te slagen.

Aangezien maar liefst de helft van alle werknemers werkt bij een familiebedrijf, wil D66 dat innovatie en ondernemerschap ook bij deze bedrijven gestimuleerd wordt. Daarbij wordt er gekeken naar de gevolgen voor familiebedrijven bij de invoering van nieuwe regelgeving. Met deze maatregelen bouwen we aan een cultuur en mentaliteit van ondernemerschap.

D66 wil het topsectorenbeleid kritisch herzien en verder bouwen op het steeds beter functionerende overleg tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Innovatie rond maatschappelijk urgente keuzes staat voor D66 centraal en niet langer het behoud of de belangen van gevestigde sectoren. D66 wil dat nieuwe spelers en MKB de kans krijgen om in dit systeem mee te doen, naast de grote partijen die tot nu toe de topsectoren domineren. Daarom wil D66 ook de financieringsmogelijkheden binnen het fundamenteel vernieuwde topsectorenbeleid aanpassen, zodat er meer ruimte komt voor onderzoek, ondernemerschap en MKB, door bijvoorbeeld de huidige TKI-toeslag te verruimen.

 

Stad en regio lopen voorop

 

De Europese en Nederlandse overheid creëren vooral de randvoorwaarden voor economische groei en zetten kaders en richting op hoofdlijnen. De groei zelf wordt het beste aangejaagd en ondersteund in stad en regio. Daar bevinden zich de netwerken van bedrijven, universiteiten en scholen. Daar kan innovatie worden gestimuleerd en ontstaan economische clusters. De Brainport regio rond Eindhoven, Food Valley rond Wageningen, de biomedische activiteiten in Leiden, de WaterCampus in Leeuwarden, de Energy Valley rond Groningen, de Security Delta rond Den Haag, het Science Park in Utrecht en de digitale positie van Amsterdam zijn slechts voorbeelden van de kracht van deze clusters. D66 wil dat regio’s de ruimte krijgen het voortouw te nemen in het aanjagen van succesclusters, mits zonder schaarse middelen te versnipperen. Dat vraagt om ruimte voor experimenten. Bijvoorbeeld op het vlak van samenwerking tussen bedrijfsleven, beroepsonderwijs en uitkeringsinstanties. Maar ook op het gebied van ruimtelijke ordening en het gebruik van bestaande gebouwen en infrastructuur, bijvoorbeeld door het stimuleren van lokale experimenten met flexibele bestemmingsplannen, om nieuwe en gemengde functies in bestaande gebouwen mogelijk te maken. Onderwijs- en kennisinstellingen moeten om deze clusters te versterken de ruimte krijgen ook buiten de vestigingsplaats onderwijs te geven. D66 wil dat de grensregio’s meer ruimte krijgen om belemmeringen voor samenwerking over de grens op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en gezondheidszorg weg te nemen.

Voor een succesvolle gebiedsontwikkeling is een uitnodigende overheid essentieel. D66 wil dat de overheid ruimte geeft voor lokale initiatieven en deze stimuleert. Door spelregels en heldere ruimtelijke kaders op te stellen, leidt de overheid deze initiatieven in het algemene belang in goede banen.

 

Krimp als kans

 

Bevolkingskrimp wordt in grote delen van Nederland de nieuwe realiteit. Een omslag in denken is noodzakelijk: van groeien naar gebruiken. Met betrekking tot wonen betekent dit kleiner en flexibeler bouwen voor eenpersoonshuishoudens. Voor kantoren betekent dit het stimuleren van hergebruik en het aanpakken van leegstand, door het aanpassen van de bouwvoorschriften en leegstand niet fiscaal aan te moedigen. D66 wil dat de leegstandswet wordt aangepast, zodat de maximale bestuurlijke boete voor het niet melden van (kantoor)leegstand fors kan worden verhoogd. D66 kiest hierbij voor maatwerk per regio en per gemeente. In krimpgebieden mogen vitale voorzieningen, zoals zorg en onderwijs die van voldoende kwaliteit en voor iedereen toegankelijk zijn, niet verdwijnen. In plaats van te concurreren om voorzieningen aan te trekken of behouden, moeten gemeenten samenwerken om kwaliteit en toegankelijkheid te waarborgen. In krimpgebieden dicht bij de grens moet men over die grens heen durven kijken. Indien daar economische bloeiende regio’s zijn, moet het krimpgebied de ruimte krijgen zich hierop te richten. De overheid moet in krimpgebieden haar verantwoordelijkheid nemen als werkgever, en niet zomaar de deuren van een institutie kunnen sluiten. Krimp biedt de kans op meer ruimte en nieuwe kwaliteit.

 

Kansen voor nieuwe bedrijven

 

Concurrentie zorgt voor vernieuwing en efficiëntie. Scherp mededingingsbeleid moet machtsmisbruik voorkomen, concurrentie bewaken en nieuwkomers de kans geven de gevestigde orde uit te dagen. Ook in de financiële sector is meer concurrentie gewenst. D66 wil dat nieuwe innovatieve spelers de gevestigde grootbanken kunnen uitdagen. Verouderde regels mogen nieuwe initiatieven en verdienmodellen niet langer in de weg staan. Dat vereist een actieve mededinging en toezichthouders met tanden. D66 wil wel dat er ruimte is voor keteninitiatieven.

 

Modern vestigingsbeleid

 

In het verleden bepaalden bedrijven op basis van vestigingscriteria als bereikbaarheid, infrastructuur, rechtszekerheid, aanbod van arbeid en belastingen waar zij een nieuwe vestiging wilden openen. Nederland presteert al decennia erg goed op deze criteria. De verschillen tussen landen op deze dimensies nemen echter af en andere factoren worden belangrijker. Steeds meer bepaalt de aantrekkingskracht van een stad of land voor talent of bedrijven hen volgen. Factoren als woningaanbod, internationaal onderwijs, leefomgeving, uitgaansleven en sport bepalen waar talent zich vestigt. D66 wil dat de overheid zich sterk maakt voor het vestigingsbeleid in Nederland. Daarom moet de aandacht van de overheid verschuiven naar deze nieuwe factoren.

 

Open armen voor kennis

 

Nederland moet niet alleen aantrekkelijk zijn voor bedrijven maar ook voor talent. Voor Nederlands talent dat we willen houden en internationaal talent dat we willen aantrekken. Migratie kan een bijdrage leveren aan het oplossen van tekorten in onze vergrijzende samenleving. D66 wil dat Nederland vooroploopt in het aantrekken van talenten uit het buitenland. In Europa zetten we ons in voor een migratiebeleid dat zich, naast het vluchtelingenbeleid, richt op het aantrekken en selecteren van economische migranten met vaardigheden die aansluiten bij de vraag op onze arbeidsmarkt. Daarbij kijken we naar instrumenten als blue cards, maar ook naar het eenvoudiger in andere EU-landen kunnen werken voor eenzelfde werkgever, wanneer een werkvergunning voor één EU-land is verkregen. D66 wil niet dat toegang tot sociale zekerheid en pensioen binnen Europa een drempel vormt om te werken in een ander EU-land.

 

Wegnemen overbodige regeldruk

 

Ondernemers ervaren grote regeldruk. D66 wil meer vertrouwen en een dienstbare overheid waarmee het eenvoudiger is contact te hebben. Controle wordt op basis van een risicoanalyse voor of achteraf uitgevoerd. De ondernemer kan eenvoudig via één digitaal loket bij de overheid terecht en krijgt snel duidelijkheid over de vereisten die voor hem gelden. De ondernemer krijgt de vrijheid om te kiezen bij tegengestelde regels. Er komen minder rapportages en meer steekproeven. Er komt ook een ‘ombudsman’ voor ondernemers met een stevig mandaat. Daarnaast kunnen overbodige lasten (zoals die van bedrijfsschappen) worden afgeschaft en moeten aanbestedingen vereenvoudigd open staan voor het mkb en zzp’ers. D66 wil ruimte bieden voor ondernemers, door regelgeving aan te passen aan vernieuwende en gemengde winkelconcepten, onder meer door het actualiseren van de Drank- en Horecawet.

Wij accepteren daarbij dat de prijs van minder regels is dat er soms iets mis kan gaan en dat soms verschillen tussen gemeenten en regio’s ontstaan.

Binnen de afnemende regeldruk heeft iedereen recht op een veilige werkvloer en fysieke leefomgeving. D66 wil dat bedrijven verantwoordelijkheid nemen voor veiligheid op de werkvloer. Dat vraagt niet om meer regels maar om een overheid die integraal toezicht houdt. D66 wil een inspectie met tanden, die ingrijpt als er sprake is van een veiligheidsrisico, en adequate bescherming voor klokkenluiders. Verschillende (bijna-)incidenten hebben duidelijk gemaakt dat het toezicht in het huidige, versnipperde systeem onvoldoende gewaarborgd is. D66 wil daarom een samenvoeging van de verschillende inspecties tot één nationale inspectie serieus onderzoeken.

 

Delen van welvaart: arbeid en kapitaal

 

De inkomsten uit kapitaal en vermogen vertegenwoordigen een groeiend aandeel van de welvaart. En het aandeel van de inkomsten uit arbeid wordt kleiner. In Nederland en in bijna alle westerse economieën. D66 vindt dit een ongewenste trend. De digitale, globaliserende economie zet de inkomens van de middenklasse onder druk; dat vraagt om politieke maatregelen die de positie van de middenklasse juist versterken. Daarom zorgen we met lagere lasten op arbeid dat inkomsten uit arbeid niet zwaarder belast worden dan inkomsten uit vermogen. Samen met Europese partners en door op te trekken met de OESO beperken we concurrentie tussen landen op belastingtarieven en belastingontwijking. Uiteindelijk zullen belastingen deze scheefgroei niet oplossen. Onze maatregelen op het vlak van onderwijs, concurrentie en een beter werkende arbeidsmarkt zullen ervoor moeten zorgen dat arbeid meer loont.

 

Schulden niet meer fiscaal aanjagen

 

In Nederland stimuleren de fiscale regels het aangaan van schulden. Zowel voor consumenten, als voor bedrijven. Bijvoorbeeld met de hypotheekrenteaftrek en vroeger ook met het aanbod van aflossingsvrije hypotheken en de fiscaal gestimuleerde beleggingspolissen. Bedrijven mogen op hun beurt de betaalde rente op schuld aftrekken van de belastbare winst, terwijl dit niet mag met de kosten van het eigen vermogen in de vorm van dividend. Daarom is het voor bedrijven aantrekkelijker om geld te lenen, dan om eigen vermogen aan te trekken. Dit heeft geleid tot constructies waarbij bedrijven volgestopt werden met geleend geld.

Het maximaliseren van schuld werd de normaalste zaak van de wereld, terwijl we ons onvoldoende bewust waren van de risico’s die daarmee gepaard gaan. Ook de politiek heeft onvoldoende oog gehad voor deze risico’s. Dat maakt Nederland gevoelig voor economische schokken. Bij een crisis komen we sneller in de problemen. D66 wil een koerswijziging. Fiscale regels moeten neutraler, zodat ze het maken van schulden niet langer stimuleren en de keuze om een woning te huren of kopen niet langer beïnvloeden. D66 wil de renteaftrek op schulden beperken.

Tegelijkertijd wil D66 de fiscale behandeling van vermogen moderniseren en meer progressief inrichten, zonder de totale belastingdruk te verhogen. De spaarrente is de afgelopen jaren flink gedaald en veel spaarders hebben het gevoel belasting te betalen over een opbrengst die er nooit is geweest. D66 wil naar een vermogensrendementsheffing die aansluit bij de werkelijke rendementen, waarbij kleine spaarders meer worden ontzien en van vermogenden juist iets extra wordt gevraagd.

 

Publieke investeringsbank voor maatschappelijke doorbraken

 

D66 kiest de komende jaren voor een investeringsplan in de economie van de toekomst. Zo investeert D66 in de komende kabinetsperiode fors in onderwijs en kennis & innovatie. Bijvoorbeeld in docenten in het onderwijs, in beter beroepsonderwijs, in meer fundamenteel- en toegepast wetenschappelijk onderzoek en in een leven lang leren en kansen voor iedereen.

Daarnaast zijn wat D66 betreft de komende jaren grote investeringen nodig in de groene infrastructuur in Nederland. Concreet gaat het dan bijvoorbeeld om investeringen in een slim elektriciteitsnetwerk (‘smart grid’), in energiebesparing bij scholen, kantoren en woningen, in laadpalen voor elektrische auto’s, in het gebruik van restwarmte van de industrie, en de aanleg van de productie van duurzame energie, bijvoorbeeld windparken op zee. Deze investeringen zijn nodig om een schone en duurzame economische groei te realiseren. In gebiedsontwikkeling zien we nieuwe spelers, zoals coöperaties, die zelf bouwen, exploiteren, energie produceren en zorg (willen) leveren, maar zonder publieke investeringsbank tegen financieringsvraagstukken aanlopen.

Ook voor de digitale infrastructuur in Nederland zijn extra investeringen noodzakelijk. Van supercomputers tot kabels in de grond. De digitale economie wordt steeds belangrijker voor de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe behandeltechnieken in de zorg, de productie in bedrijven via 3D-printen, of voor de ontwikkeling van ict- en internetvaardigheden in de opleidingen.

Blockchaintechnologie kan ons leven, en dat van bedrijven, makkelijker, veiliger en goedkoper maken. De overheid kan via de publieke investeringsbank een belangrijke impuls geven aan deze ontwikkeling door samen met bedrijven en wetenschappelijke instellingen te experimenteren.

Het geld voor deze investeringen is er. Binnen de overheidsbegroting is het mogelijk om, binnen de kaders van gezonde en verantwoorde overheidsfinanciën, de komende jaren direct gericht te investeren in onderwijs, kennis & innovatie. Daarnaast is er veel privaat kapitaal, bijvoorbeeld bij pensioenfondsen en andere institutionele beleggers, op zoek naar zinvolle investeringsprojecten. Er is dan ook een groot potentieel om maatschappelijke investeringen in de Nederlandse economie los te trekken. Helaas gebeurt dit in de praktijk te weinig. Ook binnen de rijksbegroting zijn budgetten beschikbaar die op dit moment nog onvoldoende worden gebruikt, bijvoorbeeld voor energiebesparing bij scholen, gebouwen en huizen. Deels komt dit omdat de bestaande overheidsregelingen en publieke financieringsinstellingen, zoals de investeringspotjes, sectorbanken en waarborgfondsen, te versnipperd zijn, langs elkaar heen werken en te weinig oog hebben voor de nieuwe maatschappelijke uitdagingen. Daarom wil D66 een nieuwe publieke financieringsbank oprichten. Daarbij koppelen we de bestaande kennis en budgetten van de overheid aan geld dat bijvoorbeeld beschikbaar is bij pensioenfondsen om te investeren in de Nederlandse economie, waarbij we de huidige versnippering sterk terug dringen en zorgen voor doorzettingsmacht. In landen om ons heen is de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met dergelijke instellingen, bijvoorbeeld de KfW in Duitsland of de Green Investment Bank in het Verenigd Koninkrijk. Met een dergelijke instelling kan bovendien beter worden aangesloten bij de Europese initiatieven om maatschappelijke investeringen te stimuleren, zoals via het Europese Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI). De combinatie van publieke en private investeringen in onderwijs, kennis & innovatie, de digitale economie en de transitie naar een wereld van duurzame en schone energie, zijn belangrijk voor het toekomstig verdienvermogen van de Nederlandse economie, en zorgen voor een schone en duurzame economische groei.

 

Digitale koploper

 

Technologie bepaalt en verandert ons leven en dat geldt zeker voor het internet. Privé zijn we continu online en op ons werk worden we omringd door ICT. Steeds meer apparaten worden de komende jaren aangesloten op internet en kunnen steeds meer. 3D printen verandert het mondiale productiesysteem. En door big data en artificiële intelligentie komen inzichten beschikbaar die vroeger niemand had. Technologische veranderingen gaan steeds sneller en hun maatschappelijke invloed is steeds groter. Zowel bij het benutten van kansen (economische groei, betere dienstverlening tegen lagere kosten) als bij het beperken van bedreigingen (grondrechten schendingen, zoals privacy en cybercrime) speelt de overheid een belangrijke rol. Dit vraagt om samenhangend beleid met visie. Maar het politieke debat beperkt zich vooralsnog tot boze reacties op gehackte OV-chipkaarten, mislukte ICT-projecten of irritante cookiemeldingen.

Wij geloven dat technologische ontwikkelingen, en vooral de digitalisering, veel van onze nijpende problemen zullen helpen oplossen. In de gezondheidszorg, het onderwijs, het milieu, bij de overheid en op veel andere terreinen. De concurrentiekracht van Nederland zal in grote mate afhankelijk zijn van haar koploperspositie in het digitale domein. D66 omarmt vooruitgang en wil dat Nederland hierin vooroploopt. Wij willen dat Nederland ook in 2030 de digitale koploper is van Europa, ook op het gebied van cyber security. Nederland moet een broedplaats zijn, een thuishaven en trekpleister voor innovatieve digitale bedrijven en talentvolle individuen. Met bedrijven en een overheid die de digitaliseringskansen optimaal benutten en waarbij de digitale afhankelijkheid van enkele grote spelers wordt vermeden. Met een digitale infrastructuur van topniveau. Met inwoners die dankzij goede digitale vaardigheden grip hebben op digitale kansen en bedreigingen. Echter, bij het vormgeven van de nieuwe wereld blijft ook het bewaken van principiële grenzen nodig. Technologie kan de tweedeling in de maatschappij vergroten. Dat iets kan, betekent niet automatisch dat het moet. Dat het technisch mogelijk is alles van iedereen te weten, wil niet zeggen dat het menselijk en wenselijk is. Onze digitale groei agenda gaat hand in hand met een heldere grondrechten agenda (zie hoofdstuk Zelfbeschikking).

 

De beste digitale infrastructuur

 

D66 wil dat Nederland vooroploopt met een digitale infrastructuur met de snelste netwerken, dataopslag en internetknooppunten, zowel in de stad als in het buitengebied. Investeerders worden aangetrokken en bureaucratische barrières afgebouwd. Zo kunnen steden zich ontwikkelen tot ‘smart cities’ en een voortrekkersrol vervullen op het gebied van innovatie, gezondheid en duurzaamheid. Netneutraliteit wordt ook in de toekomst gewaarborgd.

Behalve in technische infrastructuur moet Nederland ook investeren in technische vaardigheden. In het reguliere onderwijs nemen digitale vaardigheden en databewustzijn een belangrijke plaats in en in het kader van het leven lang leren wordt iedereen de mogelijkheid geboden digitaal vaardig te worden en te blijven. Regels voor Europese staatssteun moeten aangepast worden om lokale overheden meer ruimte te bieden om snel internet aan te leggen.

 

Eén digitale Europese markt

 

Er zijn nog te veel barrières voor digitaal ondernemerschap over landsgrenzen heen. Daardoor profiteert Europa, en Nederland in het bijzonder, onvoldoende van onze grote thuismarkt. Wij willen dat Nederland een leidende rol speelt binnen Europa in het zekerstellen van één digitale markt binnen de EU. Dat vraagt vooral om het wegnemen van praktische barrières rond productbezorging, productgaranties, btw-heffing, eenvoudig rekeningen sturen en laten betalen en het toelaten van dienstverleners op de markt. Maar het gaat ook om meer ingewikkelde zaken zoals een auteursrecht dat dezelfde spelregels heeft in alle Europese landen en waar het verkrijgen van lokale rechten op één plek geregeld kan worden. Met speciale Europese regelingen voor gebruik van inhoud voor maatschappelijke doelen, zoals onderwijs en toegang tot cultureel erfgoed. Ook zijn Europa-brede regelingen nodig voor andere digitale innovaties, zoals aansprakelijkheid bij zelfrijdende voertuigen en regelgeving voor digitale financiële dienstverlening.

Die digitale Europese markt moet vervolgens vooral ook werken voor de consument. D66 wil daarom zekerstellen dat de digitale wereld niet door enkele spelers wordt gedomineerd door binnen Europa te vechten voor een gelijk speelveld voor alle spelers en het voorkomen van machtsmisbruik door digitale platformen. Daarom wil D66 dat digitale grenzen binnen de EU (geo-blocking) verdwijnen.

 

Mkb ook digitaal

 

Digitale kansen zijn zeker niet beperkt tot nieuwe bedrijven. Het mkb vormt het hart van de Nederlandse economie waar, naast een groot aantal koplopers, nog veel te veel bedrijven de kansen van een digitale economie in Nederland, Europa en daarbuiten, onvoldoende omarmen. Uiteindelijk moeten deze bedrijven zelf in actie komen, maar de overheid kan, naast het waarborgen van toegankelijke markten en een topinfrastructuur, bewustwording en experimenten aanjagen.

 

Consumentenbescherming software

 

D66 wil dat maatregelen rond consumentenbescherming ook gelden voor software. Alhoewel er een ISO-norm voor software is, is de aansprakelijkheid bij fouten of fraude vaak niet duidelijk. D66 wil dat bedrijven aansprakelijk gesteld kunnen worden voor slechte software. Hierbij geldt een brede definitie van software in de hele dataverwerkingsketen, dus ook software in apparaten, apps en bots en zelflerende software. Software moet een redelijke garantietermijn hebben, zodat een consument zijn recht kan halen.

 

Investeren in onderzoek

 

D66 wil dat onderzoek in vooruitstrevende technologische ontwikkelingen, zoals artificiële intelligentie, het Internet of Things, Industrie 4.0, 3D-printing en robots gestimuleerd wordt, zowel in toegepast als in meer fundamenteel onderzoek. Daarbij bouwen we op nauwe relaties tussen onderwijs en bedrijfsleven. We stimuleren onderzoek naar het versterken van democratie, rechtsstaat, openbaar bestuur en burgerparticipatie met behulp van datatechnologie.

 

Overheid loopt zelf voorop

 

De overheid moet zelf vooroplopen in de digitalisering van haar diensten zonder daarbij het menselijke contact te verliezen. Technologie en internet krijgen een centrale rol in het kabinetsbeleid. De inkoop en aanbesteding van ICT wordt geprofessionaliseerd. D66 onderschrijft de adviezen van de tijdelijke commissie ICT-projecten. Maar de wijze waarop het kabinet het Bureau ICT-toetsing (BIT) heeft ingericht, is niet goed, omdat onafhankelijke toetsing nu onmogelijk is. Dit moet alsnog geregeld worden. Daarnaast zal de BIT-toets ook moeten worden uitgebreid om nadrukkelijk te toetsen wat de effecten van ICT-projecten zijn op grondrechten zoals privacy. Verder moet de ICT-kennis bij de rijksoverheid snel worden verbeterd en moet standaard gekozen worden voor open source software, zodat de afhankelijkheid van leveranciers afneemt, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen. Software die de overheid zelf ontwikkelt wordt in de regel vrijgegeven als open source. Om voorop te kunnen lopen en snel te kunnen inspelen op de behoefte van burgers en bedrijven, is het nodig dat de Nederlandse overheid vaker inzet op flexibele (agile) softwareontwikkeling.

Alle niet persoonlijke of gevoelige overheidsdata moet worden ontsloten als open data. Informatiebestanden die met belastinggeld zijn aangelegd moeten vrij toegankelijk zijn. Dit maakt niet alleen controle op de overheid makkelijker, maar leidt ook tot innovaties. Denk aan apps als Buienradar of apps waarmee je de actuele positie van treinen kunt zien, zodat je weet wanneer een trein vertraagd is. Als er hierdoor sprake is van ernstige marktverstoring, kunnen bestaande marktpartijen compensatie krijgen. Hetzelfde geldt voor semipublieke organisaties, zoals het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Natuurlijk worden daarbij persoonsgegevens van zzp’ers niet zomaar vrijgegeven. Mensen moeten te allen tijde tegen misbruik worden beschermd.

Big data biedt veel mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek. D66 wil die mogelijkheden benutten, uiteraard met oog voor de privacy van mensen en patiënten.

 

Samenhangend technologie- en internetbeleid

 

De digitale agenda raakt vele beleidsterreinen en departementen. Dat vraagt om coördinatie. D66 wil dat de regering een Digitale Driehoek voor technologie- en internetbeleid vormt, bestaande uit de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en Economie en Technologie, waarbij ook de digitale markt en digitale handel op de agenda staan. Naast deze drie ministeries zijn er vijf sterke en onafhankelijke toezichthouders: het NCSC (cybersecurity), de CTIVD (inlichtingendiensten), het BIT (projecttoetsing), de AP (persoonsgegevens) en de ACM (mededinging). Op basis van de aanbevelingen van het WRR-rapport ‘iOverheid’ uit 2011 wordt een iPlatform ingesteld waar burgers en organisaties kritisch kunnen reflecteren op de digitale samenleving en er komt een jaarlijkse bespreking van de relatie tussen technologie en grondrechten, zoals privacy, in beide Kamers, die wordt voorbereid door een speciale commissie.

 

Nieuwe arbeidsmarkt

 

Door de digitale transitie zal de economie fundamenteel van karakter veranderen. Banen in de productie verdwijnen, terwijl de kenniseconomie en platformeconomie groeit. Automatisering en robotisering maken productie steeds efficiënter, een beweging die al vele generaties plaatsvindt. Ook hoogwaardige arbeid wordt deels door automatisering of artificiële intelligentie vervangen en de maakindustrie wordt steeds technisch complexer. Er zullen andere vaardigheden worden gevraagd. Dit kan al op korte termijn grote consequenties voor de arbeidsmarkt en specifieke beroepen hebben. Het proberen innovatie tegen te houden is geen antwoord. Er zullen banen verdwijnen, maar ook weer nieuwe banen terugkomen. Zo hebben bijvoorbeeld bij NedCar in Born of Philips in Drachten duizenden mensen een baan, doordat robots de productie van auto’s en scheerapparaten in Nederland juist rendabel houden. D66 zet in op een economie en arbeidsmarkt waarin mensen wendbaar en weerbaar zijn en waar het eenvoudig is nieuwe werkgelegenheid te creëren. Dit gaat niet vanzelf. Het vraagt onder andere om een leven lang leren waarin we investeren in het opbouwen van nieuwe digitale vaardigheden, maar ook aandacht hebben voor de mensen die moeite hebben met de snelle ontwikkelingen en mensen die hun baan verliezen. Er moet ruimte zijn voor experimenten met nieuwe vormen van werkverdeling.

 

Europa en de wereld zijn cruciaal voor duurzame welvaart

 

De Europese Unie is en blijft, ook na een Brexit, voor Nederland van economisch levensbelang. Wij zijn een handelsnatie. Onze vrije export naar EU-lidstaten levert jaarlijks € 120 miljard op. En aan voordelen die de euro ons brengt verdienen we jaarlijks ongeveer een weeksalaris. Anderhalf miljoen Nederlanders danken hun baan aan de export naar EU-landen. De Europese vrije interne markt moet de komende jaren worden vervolmaakt. Vrij verkeer van werknemers is daarbij voor D66 een groot goed. Handel met landen buiten de Europese Unie moet eenvoudiger worden. Een vrije interne markt en vrije handel met onze omgeving creëert onmiddellijk welvaart en werk. Een gezonde Europese economie is duurzaam en groen. De overgang naar zo’n groene economie moet zeker ook op Europees niveau slagvaardig worden ingezet. Het fundament voor concurrerende en duurzame groei is een Europese monetaire unie die toekomstbestendig en gezond is.

 

Versterken van de interne markt

 

Het vrij verkeer van diensten, van juridische diensten tot verzorging, is in de praktijk nauwelijks ‘vrij’ te noemen en ook de markt voor energie of digitaal ondernemerschap schiet tekort. Er is nog heel veel welvaart en werk te creëren door barrières weg te nemen. D66 wil dat Nederland in Europa vooroploopt in het versterken van de interne markt. Daarom werken we met Europa aan het bevorderen van concurrentie, het terugdringen van regeldrukte en het vereenvoudigen van grensoverschrijdend vervoer en werken over de grens. Ook willen we belasting aanpakken door de introductie van een eenduidige basis voor belastingheffing: de zogenaamde gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting op een Europees niveau (CCCTB).

Wij willen ook werk maken van het openen van Europese markten die nu nog te gesloten zijn. Een Europese digitale markt die digitaal ondernemerschap over grenzen heen makkelijker maakt. Er komt één Europese energiemarkt die ons helpt te komen tot een duurzame en toekomstbestendige energievoorziening, met betere transportverbindingen tussen landen en ruimte voor meer uitwisseling van energie. Een gemeenschappelijk Europees luchtruim. Europees betalen en bankieren. Op deze onderwerpen blijven we in Europa werken aan vrije markten. Wanneer dat nodig is, lopen we voorop door met landen om ons heen de markten al vrijer te maken door regels te harmoniseren en wederzijds te erkennen.

 

Naar de duurzaamste en meest concurrerende economie

 

Europa is de grootste economie ter wereld. Door samen te werken, kunnen we deze positie versterken en uitbouwen. Dat begint met samen investeren in de pijlers van groei: onderwijs, kennis en innovatie. En de groei die we willen is groene groei. D66 streeft naar een radicale verduurzaming van onze samenleving en economie, met ruimte voor duurzame vernieuwing en Europa als voorloper in het oplossen van het klimaatprobleem – als noodzaak, morele plicht en als economische kans. We moeten snel naar een gezamenlijke duurzame energievoorziening, duurzaam transport en schone lucht. Met duurzame landbouw, visserij, watermanagement en natuurbescherming. We zetten onze invloed in om niet alleen onze eigen activiteiten, maar die van de ketens waarin wij deelnemen, duurzaam te maken.

 

Handel blijft groeien

 

Handel met het buitenland vormt een belangrijke aanjager voor toekomstige groei. De sterke exportpositie van Nederland op (duurzame) gebieden, zoals water, tuinbouw, milieutechnologie en afvalmanagement, moet gestimuleerd worden. Daarbij is Nederland, en zeker het mkb, nog erg gericht op handel met de EU. D66 wil dat handel met opkomende markten wordt gestimuleerd en dat gewerkt wordt aan eerlijke toegang voor Nederlandse bedrijven tot die groeimarkten. D66 streeft daarbij naar harmonisering van regelgeving. D66 wil hierbij meer aandacht voor het mkb en meer, gerichte, handelsmissies met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Bedrijven doen er veel aan om sneller handel te kunnen drijven. Ze optimaliseren hun bedrijfsprocessen steeds meer om hun producten sneller op de plek van bestemming te krijgen. Dit geldt zeker bij bederfelijke waar. Controlerende instanties als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de douane moeten hierin mee gaan en ook sneller handelen, zij mogen niet de bottleneck vormen.

 

Vóór handel, met heldere waarborgen

 

Handel brengt welvaart en kansen en steunt de ontwikkeling van vreedzame relaties tussen landen. Deze positieve effecten van handel vereisen wel heldere waarborgen voor milieu, dierenwelzijn, privacy, consumentenbescherming en rechtszekerheid. D66 is en blijft, binnen die waarborgen, voorstander van handelsverdragen, zoals CETA met Canada, maar zeker ook initiatieven zoals de Doha-rondes, waarbij gezorgd wordt voor veel betere markttoegang en handelskansen voor armere landen. De details van het nieuwe handelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten zijn nog niet bekend. D66 ziet de economische potentie van een verdere groei van de handel tussen de VS en Europa en van een grote EU-VS markt die ruimte biedt aan innovaties en het ontstaan van nieuwe wereldwijde technologische standaarden. Ook is er een geopolitiek belang van nauwe banden tussen Europa en de VS. Tegelijkertijd eist D66 heldere waarborgen voor milieu, privacy, consumentenbescherming en de voortdurende zeggenschap hierover voor Europese en Nederlandse beleidsmakers. Wanneer meer details bekend zijn, kunnen wij ons oordeel pas echt vellen. Door de betrokkenheid van het Europees Parlement en de Tweede Kamer bij het uitwerken van het verdrag en het uiteindelijke stemmen over het verdrag sturen wij aan op een ambitieus verdrag dat aan deze voorwaarden voldoet. Als niet aan onze harde voorwaarden wordt voldaan, zullen wij de handelsverdragen niet steunen. D66 pleit daarnaast voor transparante onafhankelijke arbitrage met beroepsmogelijkheid voor geschillen tussen staten en bedrijven door een permanent internationaal tribunaal, in lijn met andere internationale gerechtshoven.

 

Euro in rustiger vaarwater

 

De Euro is cruciaal voor onze economie. Een stabiele munt voedt vertrouwen, vereenvoudigt handel en geeft Europa een relevante munt in een turbulente wereldeconomie. De voordelen van onze gezamenlijke munt wegen ruimschoots op tegen de tastbare pijn die in de afgelopen periode veroorzaakt werd door haar gebreken. Sinds de Eurocrisis zijn de noodzakelijke fundamenten onder de Euro versterkt. Stevigere begrotingsregels, de oprichting van de bankenunie en het terugdringen en soms saneren van schulden waren broodnodig. Maar we zijn er nog niet. Het handhaven van strengere begrotingsregels en een gelijke behandeling van lidstaten is belangrijk, maar nu nog onvoldoende. Recente ervaringen hebben de geloofwaardigheid van de begrotingsregels onder druk gezet.

Om de problemen structureel aan te pakken is het de hoogste tijd dat de fundamentele gebreken eindelijk, en binnen democratische structuren, worden aangepakt. Dit betekent in de eerste plaats dat de afspraak– dat de schulden van het ene land niet door de andere landen worden overgenomen, geloofwaardig moet worden hersteld. Daarnaast mogen de financiële problemen van het ene land, niet leiden tot ‘besmetting’ van andere landen in de Eurozone. De Bankenunie moet daarom de komende jaren verder moet worden versterkt, zodat landen en banken elkaar in de toekomst niet langer kunnen gijzelen. Dit betekent dat een gezamenlijk Europees depositogarantiestelsel moet worden opgetuigd en dat gelijktijdig de bestaande risico’s in het Europese bankwezen moeten worden verminderd Daarnaast is D66 voorstander van het oprichten van een Eurozone Monetair Fonds (EMF), dat kan worden ingezet om landen met schuldenproblemen te helpen om hun schuld te herstructureren en de economie te hervormen.

De onafhankelijke Europese Centrale Bank (ECB) is een cruciaal onderdeel van het fundament van de Eurozone. En D66 vindt dat deze onafhankelijkheid moet worden beschermd. We hebben echter niet alleen een monetaire, maar ook een economische unie. Het beschermen van de Euro is niet alleen de verantwoordelijkheid van het ECB, maar ook van de nationale overheden die hun economieën en begrotingen op orde moeten brengen. Dit vereist dat de economische politiek van Eurolanden verder naar elkaar toe groeit. Daarbij moet de nadruk wat D66 betreft liggen op het versterken en moderniseren van de economieën van de eurozone, het slimmer en eenvoudiger maken van de begrotingsregels, het tegengaan van te grote macro- economische verschillen in productiviteit, lonen en schulden tussen landen. En focus op gezonde overheidsfinanciën die structureel in balans zijn. Daarmee wordt ruimte gecreëerd voor toenemende overheidsinvesteringen in tijden van recessie,wat een positief effect heeft op de stabiliteit van de economie in de Eurozone.

Voor de lange termijn zet D66 in op een volledige, democratische economische en monetaire unie. Dit betekent, naast de bovenstaande stappen, een grotere Europese begroting voor die taken die beter – gezamenlijk – op Europees niveau geregeld kunnen worden. Dit betekent dat de democratische controle op de Europese instrumenten en begrotingen beter moet worden geregeld.

 

Banken in dienst van economie en samenleving

 

Een gezonde financiële sector is van groot belang. Als het mis gaat hebben banken het vermogen de hele economie mee te sleuren. Door hun belang, maar ook vanwege hun bijzondere vermogen om geld te scheppen, gelden er speciale regels en streng toezicht voor banken. Deze regels en dit toezicht zijn sterk aangescherpt en uitgebreid als reactie op de bankencrisis. Daarbij is D66 vooral voorstander geweest van regels die leiden tot een groter vermogen van banken om tegenvallers op te vangen, tot het tegengaan van banken die ‘too big to fail’ zijn, tot duidelijke afspraken voor de afwikkeling van banken die het zelf niet redden en tot een bankenunie die stabiliteit biedt onder de bankensector van de hele Eurozone.

Er is nog te weinig concurrentie in de bankensector, de Nederlandse markt wordt gedomineerd door drie grote banken. Hoge leenrentes en lage spaarrentes, als gevolg van minder concurrentie, gaan ten koste van de consument en het bedrijfsleven. D66 wil dat het mogelijk wordt om een bankrekeningnummer inclusief alle bijbehorende klantdata te behouden bij het overstappen naar een andere bank. Op die manier kunnen consumenten en ondernemers makkelijker overstappen, als ze ontevreden zijn. Met name kleine ondernemers zijn nu sterk afhankelijk van hun huisbank. D66 wil dat zij dezelfde bescherming krijgen in de wet als consumenten, zodat zij kunnen vertrouwen dat banken in hun belang handelen. Niet alleen de klanten moeten banken uitdagen. Ook nieuwe spelers moeten de ruimte krijgen om de gevestigde orde uit te dagen. Technologische innovatie in de financiële dienstverlening (FinTech) biedt nieuwe mogelijkheden. Toetreding van FinTech startups kan de diversiteit van de financiële sector vergroten, waardoor de afhankelijkheid van de sterk geconcentreerde bankensector minder wordt. Het is voor nieuwe spelers nu nog te lastig om een vergunning te krijgen van de toezichthouder, daarom wil D66 een lichter toezichtregime voor startups. Bij kleinschalige initiatieven zijn de publieke risico’s kleiner en is er ruimte voor een zogenaamde ‘bankvergunning-light’ en kleinschalige experimenten. Waar grootbanken in het belang van klanten willen innoveren, kan de toezichthouder hen ook ruimte geven.

D66 wil een bankensector met gezonde concurrentie, maar die concurrentiestrijd moet er niet toe leiden dat banken uiteindelijk toch weer te grote risico’s nemen. Daarom moeten er ook stevigere eisen aan de veiligheid van banken worden gesteld. D66 vind het belangrijk dat risico’s goed worden ingeprijsd. Nu worden staatsobligaties bijvoorbeeld nog steeds beoordeeld als risicovrij, terwijl de ervaring leert dat ook landen in de problemen kunnen komen, zoals we gezien hebben met Griekenland. Dit zorgt ervoor dat banken lagere kapitaalbuffers aanhouden dan noodzakelijk en dat Eurolanden onevenredig goedkoop schulden kunnen blijven opbouwen. Daarom is D66 voor de introductie van maatregelen en prikkels om te grote risico’s te verkleinen of te diversifiëren.

Wanneer kapitaalbuffers verhoogd worden, risico’s meer bij aandeelhouders worden gelegd én de concurrentie in het bankenlandschap wordt vergroot, worden rendementen voor aandeelhouders kleiner. Aandeelhouders zullen dan niet snel geneigd zijn om de hoge salarissen en bonussen die nu betaald worden bij banken, te blijven betalen. Klanten kunnen zelf ook gewenst gedrag bij banken afdwingen door over te stappen als ze het niet met de koers eens zijn. Er zijn banken die geen bonussen uitkeren en een gematigd salarisbeleid hebben. Of die alleen verantwoord investeren. Het overboeken van spaargeld naar zo’n bank kost net zo veel tijd als het schrijven van een boze reactie over een bonus. Banken moeten dan wel transparant zijn over hun investerings- en beloningsbeleid.

 

Wonen

 

Iedereen in Nederland wil een goede, veilige en betaalbare woning, of je nu koopt of huurt. Zo’n woning is echter niet voor iedereen weggelegd. De huurmarkt, met haar wachtlijsten van gemiddeld acht jaar, zit op slot. De vrije huurmarkt bestaat nagenoeg niet. Hier zijn vooral mensen met een inkomen tussen de € 30.000 en € 50.000 die in de steden willen wonen de dupe van. Zij maken geen kans op een sociale huurwoning, verdienen te weinig om te kunnen kopen en kunnen niet terecht op de niet bestaande vrije huurmarkt. Veel huisbezitters wonen weliswaar goed, maar hebben hoge schulden die zij niet aflossen, met alle risico’s van dien. Over het geheel gezien, wordt er te weinig gebouwd, en wordt er bij het bouwen niet geluisterd naar de vraag. Hier moet verandering in komen. De afgelopen jaren zijn er vele hervormingen op de woningmarkt doorgevoerd, maar we zijn er nog niet. Er moeten passende woningen bij komen, en mensen moeten sneller de weg vinden naar de woning die hen past. Ook moet er meer aandacht zijn voor energiebesparingen en veiligheid in huis. Door de hervormingen op de woningmarkt aan te scherpen en door te zetten, zal de markt als geheel beter werken. Dit zal leiden tot kortere wachtlijsten, lagere schulden en een beter passend aanbod.

 

Meer huurhuizen: zowel op de vrije huurmarkt, als de sociale

 

De gemiddelde wachtlijst voor een sociale huurwoning bedraagt in Nederland acht jaar, met uitschieters tot 21 jaar. Hier moet zo snel mogelijk een einde aan komen. Door deze zeer lange wachtlijsten komen zowel nieuwkomers, die zoeken naar een eerste huis, als ouderen, die zoeken naar een seniorenwoning, lelijk in de knel. Ouderen blijven wonen in een woning die hen niet past, en nieuwkomers zijn aangewezen op de weinige vrije sector huurwoningen die er zijn. Door een gebrek aan vrije sector huurwoningen zijn de prijzen hiervoor zeer hoog. Het is daarom niet vreemd als een nieuwkomer in de stad meer dan de helft van zijn inkomen aan woonlasten kwijt is. Om een einde te maken aan de malaise op de huurmarkt, moet er veel veranderen, zowel bij de sociale huur als bij de sector huur. D66 wil dat er de komende jaren 100.000 extra sociale huurwoningen worden bijgebouwd. Deze woningen zijn nodig om de wachtlijsten weg te werken en vluchtelingen met een verblijfstatus te kunnen huisvesten, zonder dat er sprake is van verdringing. Met een korting op de verhuurdersheffing bij met name transformatie en inbreidingsbouw hebben de corporaties extra financiële middelen om hier, naast in verduurzaming van de woningvoorraad, de komende jaren flink in te kunnen investeren.

Daarbij moet meer onderscheid worden gemaakt tussen regio’s. In krimpregio’s, bijvoorbeeld in Limburg of Groningen, gelden andere opgaven dan in bijvoorbeeld de regio Amsterdam of Utrecht. Het woningmarktbeleid moet, anders dan nu het geval is, meer ruimte bieden voor deze regionale verschillen.

In de grote steden is er in absolute zin geen gebrek aan sociale huurwoningen. Meer dan de helft van Amsterdam bestaat bijvoorbeeld uit sociale huurwoningen. Het probleem is dat er te weinig doorstroming is naar vrije sector huurwoningen. Mensen die ooit in een sociale huurwoning zijn gaan wonen, maar inmiddels hiervoor te veel verdienen, blijven deze woning vaak bezet houden. Dat is logisch, omdat ze niet kunnen doorstromen. De vrijehuursector waarin zij graag terecht zouden willen, met huren tussen €700 en €1000 per maand, bestaat nauwelijks. De vrije huur die wel bestaat is voor hen even onbereikbaar als kopen. Er zijn de afgelopen jaren verscheidene maatregelen genomen om mensen die te veel verdienen om recht te hebben op een sociale huurwoning meer bij te laten dragen aan de werkelijke kosten van hun woning. Daarnaast zijn woningcorporaties gestimuleerd om zich enkel te richten op sociale woningbouw, en hun overige activiteiten af te stoten. Zo zijn er vele woningen uit het bezit van woningcorporaties naar de vrije sector gegaan, of verkocht. Dit was echter niet genoeg om het gebrek aan vrije sector huurwoningen op te lossen. Dit kunnen we alleen aanpakken door simpelweg meer te bouwen. D66 wil daarom dat gemeenten in het lokale woonbeleid, naast aantallen sociale huurwoningen, ook harde doelstellingen opnemen voor vrije sector huurwoningen. Ook moet men leegstaande kantoorpanden ombouwen, bijvoorbeeld naar kleinschalige wooneenheden voor studenten en alleenstaanden. Op die manier krijgt de levendigheid van onze binnensteden ook meteen een impuls. Dit moet op termijn leiden tot 80.000 extra vrije sector huurwoningen. Bij dit alles hecht D66 eraan dat we in buurten blijven zorgen voor een gemengd woningaanbod. Dit komt spreiding ten goede, en zorgt ervoor dat buurten niet te eenvormig worden. Dat betekent dat er ook sociale huurwoningen bijgebouwd zullen worden daar waar die er te weinig zijn. Voor de woningen die gebouwd worden, geldt dat zij moeten passen bij de vraag, ook als die verandert; dat vraagt om flexibel bouwen..

 

Studentenhuisvesting

 

Het voorzien in voldoende goede studentenhuisvesting is een bijzondere opgave die in een aantal steden in Nederland speelt. D66 wil dat de rijksoverheid met studentensteden specifieke afspraken maakt om niet alleen het aantal, maar ook de kwaliteit van studentenhuisvesting te vergroten. Zowel voor de studenten als voor hun omgeving. Regelgeving kan hier in die steden op worden aangepast door bijvoorbeeld fietsparkeerplekken en geluidsnormering onderdeel te laten zijn van de bouwvergunning en de wettelijke mogelijkheden van huurders om op te treden tegen malafide verhuurders te vergroten.

 

Corporaties dienen het publieke belang

 

D66 wil dat woningcorporaties zich richten op hun kerntaak: het aanbieden van goedkope huurwoningen voor mensen met een lager inkomen. Woningcorporaties moeten geen grote riskante projecten aangaan met gemeenschapsgeld. Corporaties moeten meer mogelijkheden krijgen om te investeren in leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed in wijken waarin zij veel (sociaal) bezit hebben, om te voorzien in een evenwichtige en toegankelijke woningmarkt. Door een korting op de verhuurdersheffing ontstaat hiervoor ruimte en hebben corporaties een prikkel om te investeren in kwalitatieve sociale woningbouw. Commerciële investeringen door corporaties zijn daarom alleen toegestaan daar waar aantoonbaar sprake is van marktfalen én een publiek belang. Checks en balances bij corporaties moeten hiervoor worden versterkt door versteviging en professionalisering van de huurdermedezeggenschap.

 

Afbouwen schulden koophuizen

 

Nederlandse koophuizen zijn veelal gekocht met hypotheken, die niet of slechts beperkt afgelost worden. Tegelijkertijd hebben Nederlanders veel spaargeld en pensioenopbouw. De grote schulden op huizen lijken geen probleem, omdat hier de waarde van het huis tegenover staat. Door de combinatie van grote spaarpotten en grote leningen zijn mensen, en ons land als geheel, echter bijzonder kwetsbaar voor schommelingen op de financiële markt. Het verleden heeft geleerd dat onverwachte tegenvallers en crises er in Nederland daarom hard inhakken. Deze – internationaal gezien uitzonderlijke – situatie is voor een groot deel gedreven door overheidsregelingen. Zowel internationale adviesorganen, zoals het IMF, als DNB en CPB adviseren al jaren afscheid te nemen van de zogenaamde lange balansen. Na lang aandringen van D66 zijn we eindelijk begonnen die overheidsregelingen aan te passen. D66 wil deze aanpassingen blijven doorzetten.

D66 wil ten eerste de huur- en koopmarkt meer met elkaar in lijn brengen. Hiervoor moet de fiscale behandeling van koopwoningen worden aangepast. De hypotheekrenteaftrek wordt – geleidelijk en stapsgewijs – verder teruggebracht. Tegelijkertijd verlaagt D66 het eigenwoningforfait en wordt de overdrachtsbelasting afgeschaft. Daarnaast blijven we mensen stimuleren de hypotheek af te lossen. Door deze maatregelen tezamen worden de schulden in de woningmarkt teruggedrongen, en ontstaat er een gelijker speelveld tussen koop en huur. De opbrengsten van deze maatregelen worden gebruikt om de belastingen op werk te verlagen.

Ten tweede wil D66 ook een kleine koppeling aanbrengen tussen sparen voor het pensioen, en sparen voor een huis. Investeren in stenen, is immers ook investeren, en kan goede diversiteit toevoegen aan de beleggingsportefeuille van het pensioen. Om deze koppeling mogelijk te maken, zal er een gemaximeerde premievakantie van vijf jaar ingevoerd worden. Gedurende deze periode kunnen mensen geld inzetten voor een gelijkwaardig financieel doel als pensioensparen, zoals bijvoorbeeld het aflossen van de hypotheek.

 

Minder energieverbruik, lagere woonlasten

 

Onze woningen verbruiken veel energie. Dat energieverbruik zorgt voor hoge woonlasten en draagt ook nog eens bij aan klimaatverandering. In Nederland kunnen op de woningmarkt grote stappen in energiebesparing worden gezet. In 2030 zijn als het aan D66 ligt drie miljoen huizen energieneutraal. Op de huurmarkt zorgt de recent ingevoerde energieprestatievergoeding ervoor dat huisbazen blokken huurwoningen in een keer energiezuiniger kunnen maken. D66 is er echter niet van overtuigd dat de energieprestatievergoeding in de huurmarkt alleen alle problemen gaat oplossen. Daarom wil D66 ook andere mogelijkheden onderzoeken. En we willen dat nieuwbouw toekomstvast en dus energieneutraal is.

Op de koopmarkt beperken de energiebesparingen zich tot nu toe vooral tot vrijstaande huizen en rijtjeshuizen. In appartementencomplexen kan nog veel winst behaald worden. Om dit voor elkaar te krijgen, zorgt D66 dat verenigingen van eigenaren makkelijker kunnen besluiten om tot een gezamenlijke aanpak van energiebesparing over te gaan en hier geld uit de vereniging van eigenaren voor kunnen oormerken. Waarbij zij als ware een rechtspersoon verplichtingen aan kunnen gaan, bijvoorbeeld door garantstelling vanuit de overheid.

D66 wil tenslotte een nieuw energielabel dat de juiste informatie verschaft en dat mensen daadwerkelijk inzicht biedt in het verbruik van een woning.

 

Veilig wonen

 

Een woning is pas goed, als deze veilig is. Helaas schiet de veiligheid van woningen te vaak tekort. Hier zijn vooral senioren de dupe van. Zij komen bijvoorbeeld makkelijk ten val. Ook hebben zij – vergeleken met de rest van de bevolking – een grote kans slachtoffer te worden van brand in de woning. Het aantal brandslachtoffers onder ouderen door brand in de woning neemt de afgelopen jaren toe. Daarom moet er een checklist voor brandveiligheid in woningen komen. Als ouderen een nieuw zorgpakket krijgen, moeten ze ook een bijpassend brandveiligheidpakket krijgen dat gepaard gaat met goede voorlichting voor de ouderen en eventuele verzorgers.

 

Schone en intelligente mobiliteit

 

Onze mobiliteit neemt toe met onze welvaart. Kunnen gaan en staan waar je wilt, is een belangrijke verworvenheid. We willen wel dat die mobiliteit schoon is. De fiets, elektrisch openbaar vervoer en elektrische scooters zijn heel schoon. Onze benzine en diesel auto’s, scooters, vrachtwagens, vliegtuigen en schepen stoten nog steeds te veel roet, fijnstof, CO2 en andere viezigheid uit. Daarom moeten we afscheid nemen van vervuilende energiebronnen en toe naar duurzame bronnen. De snel afnemende kosten van batterijtechnologie maakt elektrische mobiliteit niet alleen veel schoner, maar ook steeds goedkoper. Aan de horizon zien wij de kansen die zelfrijdende voertuigen bieden. D66 wil dat Nederland vooroploopt in schone en intelligente mobiliteit en al de innovaties die hierdoor mogelijk worden.

 

Betere bereikbaarheid, niet auto of trein staan centraal

 

Voor onze dagelijkse rit naar school of werk, maar ook voor ondernemers en internationale handel is goede bereikbaarheid cruciaal. Nu de economie aantrekt, nemen de files toe. Het medicijn van steeds maar weer meer asfalt is uitgewerkt. Dit hebben we gezien op de A4 bij Leiden, waar iedereen na forse investeringen in asfalt nog steeds elke dag vaststaat. We moeten werken aan betere alternatieven om de reistijd, zowel op de handelsroutes naar het buitenland, maar ook het verkeer binnen Nederland en zelfs binnen steden te verbeteren. Daarbij kiest D66 voor een regionale aanpak, en een uitgekiende mix van wegen, water, spoor, lightrail, fiets en andere, nieuwe, vervoersvormen. Zeker nu in de komende jaren intelligente en elektrische mobiliteit onze wijze van vervoeren fundamenteel veranderen. We zorgen voor goede ontsluiting van de plek waar je woont, en de plek waar je werkt, ook met openbaar vervoer. Voor D66 hoort een uitbreiding van het NS-nachtnet hierbij. Met Duitse en Belgische autoriteiten werken we aan goede mobiliteit in de grensregio’s. Economische

regio’s zoals Groningen, Twente en Eindhoven moeten vanuit de Randstad dag en nacht goed te bereiken zijn. Dat is essentieel voor de bedrijvigheid in geheel Nederland. OV en infrastructuur staan de komende tien jaar voor een grote opgave. Daarom moet Nederland wat D66 betreft slimme keuzes maken in mobiliteit en werken aan een integraal mobiliteitssysteem waarin reizigers kiezen uit een duurzame mix van mobiliteitsopties.

D66 wil dat het huidige infrastructuurfonds met haar aparte zuilen voor spoor en wegen uitloopt en wordt opgevolgd door een mobiliteitsfonds waaruit projecten kunnen worden betaald die zich richten op de combinatie van maatregelen die nodig is om bereikbaarheid van deur tot deur te verbeteren. Op deze wijze voorkomen we te veel focus op een nieuwe weg als enige mogelijkheid om files te voorkomen. In de afweging welke projecten deel uit zullen maken van het mobiliteitsfonds spelen naast economische effecten ook bijvoorbeeld de bijdrage aan het behalen van de gestelde klimaatdoelstellingen een rol. Bij de nieuwe bereikbaarheidsprojecten wordt een gebiedscoördinator aangesteld die zorgt dat burgerinitiatieven bijtijds en serieus kunnen worden meegenomen. In de uitvoering van MIRT-projecten blijft er binnen de geschetste kaders ruimte om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen.

Er zullen de komende jaren vervoermiddelen en diensten bedacht worden die wij ons nu nog niet kunnen voorstellen. Met onze hoge bevolkingsdichtheid en geavanceerde infrastructuur kunnen we koploper zijn en nieuwe banen creëren. Dat vraagt wel om een overheid die ruimte biedt aan innovatie. Dus bijvoorbeeld snel toestemming verlenen voor experimenten met zelfrijdende vervoermiddelen, of haast maken met de vereiste juridische raamwerken rond aansprakelijkheid.

 

Betalen voor autogebruik in plaats van autobezit

 

D66 wil af van de ingewikkelde combinatie van autobelastingen als accijnzen, aanschafbelasting en wegenbelasting. We willen naar betalen voor gebruik van de auto in plaats van betalen voor bezit. Daarbij kan de daadwerkelijke CO2-uitstoot meegewogen worden. Daarvoor is nu ook nieuwe technologie beschikbaar die weinig investeringen vergt en waarbij de privacy van weggebruikers gewaarborgd is. Zo vereenvoudigen we het belastingstelsel en worden de kosten voor mobiliteit eerlijker over autobezitters verdeeld.

 

Tegemoetkoming reiskosten niet gebonden aan de auto

 

De tegemoetkoming in reiskosten die werknemers krijgen is nu vaak gekoppeld aan óf de auto óf het OV. D66 wil een tegemoetkoming die los staat van de manier waarop je reist, zodat je de ene dag de fiets kunt pakken en geld overhoudt, je wanneer het regent de auto pakt en als je wilt werken de trein neemt.

 

Bevorderen schoon vervoer

 

Wij willen dat er vanaf 2025 (in de hele EU) alleen nog emissieloze voertuigen bijkomen. De markt moet betaalbare auto’s ontwikkelen, maar de overheid moet ervoor zorgen dat de randvoorwaarden voor snelle groei van elektrisch en ander schoon verkeer aanwezig zijn, bijvoorbeeld door het snel uitbreiden van laadpalen en snellaadpunten. De (lokale) overheid neemt daarin actief de leiding en met provincies werkt het rijk aan oplossingen langs snelwegen. Daarbij zorgt de overheid ervoor dat bij alle overheidsgebouwen voldoende laadpalen zijn geplaatst.

Al het OV rijdt op groene stroom of waterstof en bussen zijn in 2020 emissievrij door dit als voorwaarde in aanbesteding op te nemen. We nemen afscheid van dieseltreinen.

Experimenten met duurzame bezorgdiensten voor internetbestellingen bevorderen we – nu al zorgen we dat deze groeiende sector duurzaam wordt.

 

Geef de fiets de ruimte

 

Nederland is een fietsland. Als we kunnen, gaan we het liefst op de fiets naar ons werk of naar school. Met de elektrische fiets en door het aanleggen van snelfietsroutes kunnen we ook steeds grotere afstanden afleggen. Hierdoor wordt woon-werkverkeer per fiets steeds aantrekkelijker. Wij willen fietsgebruik verder stimuleren, omdat het gezond en schoon is. Daarom maken we middelen vrij voor aanleg, verbreden of verbeteren van fietspaden of de aanleg van fietsstallingen en voor het stimuleren van (elektrische) deelfietsconcepten. Fietsvervoer neemt een volwaardige plek in bij het opstellen van verkeer- en vervoersplannen. Veiligheid en gezondheid van fietsers als deelnemer aan het verkeer krijgt continue aandacht.

 

Schone lucht in de stad

 

In de stad ademen mensen de hele dag uitlaatgassen in. Inmiddels hebben een miljoen mensen in Nederland een longziekte. Daarom willen we schone voertuigen, zoals schone scooters, bestelbusjes en snorfietsen. We streven ernaar dat er vanaf 2025 alleen nog emissieloze voertuigen bijkomen op de weg. D66 wil de aankoop van een elektrische auto ook op de tweedehandsmarkt en voor particulieren aantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld door een tijdelijke aankoopsubsidie of een verlaging van de energiebelasting op laden.

Gemeenten moeten meer mogelijkheden krijgen om zelf lokale maatregelen te nemen om de uitstoot te beperken, maar wel binnen landelijk gestelde kaders, om willekeur in de regelgeving te voorkomen. Landelijk worden voor milieuzones categorieën vastgesteld, naar voorbeeld van het Duitse systeem, zodat het voor automobilisten duidelijk is of ze een stad in mogen rijden. Milieuzones zijn tijdelijke maatregelen, want we maken uiteindelijk al het verkeer schoner. Om dat verder te stimuleren moeten gemeenten ook kunnen differentiëren in de parkeertarieven, bijvoorbeeld door een vrijstelling voor elektrische auto’s. We zorgen ervoor dat het verkeersbord dat een schone lucht zone aankondigt op een rijksweg of provinciale weg in heel het land herkenbaar en hetzelfde is.

We werken samen in Europa en daarbuiten om scheep- en luchtvaart schoner te maken en de uitstoot van CO2, roet, stikstof en andere vervuilende stoffen te verminderen. Bijvoorbeeld door samen normen op te stellen en te werken met gedifferentieerde havengelden.

Vervoer van goederen verandert snel door onder andere online winkelen. D66 wil dat aan- en afvoer slimmer, schoner en stiller wordt, door meer in te zetten op bundeling van goederenstromen.

 

Makkelijker de vaker langskomende trein pakken

 

Het spoor moet een snelle, veilige en betrouwbare verbinding tussen steden en gemeenten

bieden. Daarbij vragen steden om verbindingen met de kwaliteit en frequentie van een metro. ProRail en de vervoerder worden aangestuurd op die prestatie. D66 wil dat Almere en Lelystad aangesloten worden op het Nederlandse nachtnet van treinen, om de verbinding met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) te versterken en Schiphol Lelystad Airport vanaf 2020 te ontsluiten.

Na lang onderhandelen stevenen we in Europa af op een inrichting van het spoor waarbij er meer ruimte is voor nieuwe toetreders, meer innovatie en meer concurrentie. Dit moet leiden tot betere dienstverlening voor reizigers en tot kansen voor ondernemers. In Nederland is de NS de hoofdspeler op het spoor, maar krijgen concurrenten kansen op regionale lijnen. Ter voorbereiding op een mogelijke discussie in 2024 over verdere marktopening wordt tijdig onderzoek gedaan en duidelijkheid geboden aan alle belanghebbenden. ProRail komt net als Rijkswaterstaat dicht bij de overheid te staan, als dit noodzakelijk is om de lange termijn- doelstellingen te realiseren.

 

Schone en gezonde mainports

 

Nederland heeft twee mainports: Schiphol en de Rotterdamse haven. Beide zijn cruciaal voor onze economische ontwikkeling. Duurzame groei, het terugdringen van de uitstoot van schadelijke stoffen en geluidsoverlast en een gezonde relatie met de omgeving is daarbij noodzakelijk. Schiphol zorgt voor banen, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de mogelijkheid voor iedere Nederlander om naar alle uithoeken van de wereld te vliegen. Maar Schiphol betekent ook overlast voor omwonenden en negatieve effecten op flora en fauna. D66 streeft naar een optimale balans tussen vliegen, wonen en het beschermen van de natuur in de regio Schiphol. Dat geldt ook voor de vliegvelden Rotterdam The Hague Airport, Eindhoven en Lelystad. D66 blijft zich inzetten om hinder voor omwonenden te beperken en effecten op natuur te minimaliseren. D66 wil dat Schiphol en de havens van Rotterdam en Amsterdam de meest duurzame (lucht)havens ter wereld worden. Schiphol en de Rotterdamse haven kunnen een grote rol spelen in de transitie naar een meer duurzame en circulaire economie. D66 wil dat in het beleid voor beide mainports verankeren.

Ook de Rotterdamse haven is van grote economische waarde voor onze economie. D66 stimuleert de verdere verduurzaming van de haven. Daar waar er sprake is van lasten die de haven oneerlijk op achterstand zetten ten opzichte van andere wereldhavens, dan worden die herzien. We willen een gelijk speelveld met hoge eisen voor elke haven.

Snelle directe treinverbindingen tussen hoofdsteden in Europa kunnen een alternatief zijn voor een deel van het vliegverkeer. D66 wil bedrijven stimuleren om deze verbindingen te exploiteren en dit fiscaal aantrekkelijk maken.

 

Voorbereid op een revolutie: zelfrijdende voertuigen en drones

 

De overheid, nationaal en lokaal, moet zich als gevolg van smart mobility, zoals zelfrijdende vervoermiddelen, gaan voorbereiden op een toekomst waarin parkeerplaatsen, trams, bussen, treinen en wellicht eigen autobezit minder van belang of fundamenteel anders van aard worden.

Dat vraagt om slimme vervoersystemen die klaar zijn voor de toekomst. En het vraagt om een andere, meer flexibele manier van investeren in infrastructuur, omdat met name grote investeringen in infrastructuur met lange levensduur een kritische toets behoeven. Verder wil D66 dat netneutraliteit in de toekomst ook geldt in het verkeer.

D66 is voorstander van Europese regelgeving voor de veilige integratie van drones in het Europese en Nederlandse luchtruim. De maatschappelijke voordelen van de inzet van civiele drones kunnen groot zijn, mits de veiligheid en de privacy- en gegevensbescherming geborgd zijn. Extra inzet op handhaving is noodzakelijk.

 

Grotere verkeersveiligheid

 

De impact van verkeersongelukken op het leven van mensen is enorm. In Nederland betreurden we in 2015 621 verkeersdoden en meer dan 20.000 mensen belandden in het ziekenhuis. D66 wil een sluitende registratie op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau van de plaats en de oorzaak van verkeersongelukken. Alleen zo kunnen maatregelen genomen worden die de ongelukken op termijn voorkomen, bijvoorbeeld door waar dat mogelijk is een ‘shared space’- benadering toe te passen. Daarnaast moet verkeersveiligheid als toetssteen worden meegenomen in de prioritering van de aanleg/aanpak van infrastructurele projecten. Daar waar een maximumsnelheid leidt tot onveiligheid of grote gezondheidslasten, passen we haar aan. D66 wil dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om zelf lokale maatregelen te nemen om de verkeersveiligheid te vergroten.

Verkiezingsprogramma 2017-2021