Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Schone groei, nieuwe welvaart

Overzicht
Schone groei, nieuwe welvaart

Wij willen groei. Groei geeft zuurstof. Een samenleving zonder groei bloeit niet. Groei zorgt voor dynamiek en voor kansen. Kansen op werk, op zelfstandigheid en zelfverwezenlijking. En heel basaal: groei zorgt voor de middelen om te investeren in onderwijs, in zorg, in elkaar. Wij willen schone groei. Groei die houdbaar is, evenwichtig en in balans met de wereld om ons heen. Een toekomstbestendige economie is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt. Wij zijn niet tevreden met de groei die verwacht wordt. Meer en schonere groei, met al haar voordelen voor iedereen, ligt binnen handbereik. Onze focus ligt daarbij op schone energie en klimaat, de omwenteling van wegwerpen naar hergebruiken, meer werk met een arbeidsmarkt die voor iedereen werkt, meer economische dynamiek en wendbaarheid en dat alles met overheidsfinanciën die schoner, simpeler en toekomstvast zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat er geen grenzen aan de groei zijn, maar wel aan wat de aarde aankan. We leven alsof we reserveplaneten hebben, terwijl het broeikaseffect toeneemt en dieren plantsoorten uitsterven. We overschrijden de grens van wat onze planeet kan dragen. Wij zullen moeten leren welvarend te leven binnen die grenzen. Dat vereist dat we veel beter omgaan met de beschikbare middelen en minder verkwisten. Duurzame energie, duurzame landbouw, duurzame mobiliteit en circulaire economie zijn belangrijke bouwstenen. Dit zal op de korte termijn investeringen vragen, maar wij zijn ervan overtuigd dat op langere termijn het leven binnen duurzame grenzen tot extra economische groei leidt. Sterker nog, er zijn nu al enorme economische kansen. Nederland kan en moet vooroplopen. Onze economie zal schoon en groen worden. Allereerst omdat het moet. Maar ook omdat we het willen: een groeiend aantal mensen, overheden en bedrijven erkent de noodzaak van verandering. En zeker ook omdat het kan: schone technologie wordt steeds goedkoper. We kunnen hierin als Nederland vooroplopen of volgen. Wij kiezen voor het eerste: we willen nu investeren en gaan voor alle kansen die ons dat biedt. We stimuleren innovatieve, groene ondernemers om met schone en inventieve oplossingen te komen door knellende regelgeving weg te nemen en milieuwinst te belonen daar waar de overheid zelf inkoopt. De afgelopen jaren hebben we ons als oppositiepartij al bewezen op dit gebied. We hebben ons ingespannen om kolencentrales te sluiten en we hebben gezorgd voor schone bussen. Schaliegas blijft op ons initiatief in ieder geval tot 2023 onder de grond. D66 heeft structureel € 200 miljoen extra per jaar geregeld voor natuur. We hebben het verwerken van afvalstoffen naar opnieuw bruikbare grondstoffen, de zogenaamde grondstoffenrotonde, gerealiseerd en voor € 2 miljard aan fiscale vergroening zeker gesteld. Op die lijn gaan we door. Kolencentrales en niet-duurzame landbouw, die sowieso tot het verleden gaan behoren, zetten we versneld aan de kant en maken plaats voor de toekomst.

 

Ambitieus energie- en klimaatbeleid

 

Klimaatverandering is en blijft een enorme uitdaging die wij als mensheid moeten oplossen. Het raakt ons allemaal, bedreigt het welzijn en de welvaart van iedereen en vraagt actie van elk van ons. De afgelopen decennia is er veel tijd verspild aan het ontkennen van het probleem en het wijzen op het gebrek aan actie van anderen. Gelukkig is er tegelijkertijd veel technologische voortgang geboekt. Groene energie wordt met rasse schreden goedkoper en over zo’n vijftien jaar zal bijvoorbeeld zonne-energie in combinatie met batterijen goedkoper zijn dan vieze stroom. Tegelijkertijd zijn schone oplossingen voor lucht- en scheepvaart en voor bepaalde zware industrieën nog minder uitgekristalliseerd. Europa speelt hier een leidende rol in het agenderen van de uitdaging en het werken aan de oplossing. Daarbij is energieonafhankelijkheid een factor van belang – wij willen niet afhankelijk zijn van Rusland of Saoedi-Arabië. Binnen Europa hangen wij als Nederland in daden echter achteraan en dat heeft effect op ons recht van spreken. D66 wil meer ambitie en hardere afspraken, waardoor we onze bijdrage leveren, maar ook de grote kansen pakken die de aanpassing van de fundamenten van de economie ons biedt. Door voorop te lopen maken wij het mogelijk voor Nederlandse ondernemers om tot de winnaars van de nieuwe economie te behoren.

In december 2015 werd in Parijs een historisch klimaatakkoord gesloten. Alle landen in de wereld spraken af dat de temperatuurstijging ruim beneden de 2 graden moet blijven en gestreefd wordt naar maximaal 1,5 graden opwarming. Het slagen van dit akkoord is de enige kans om een klimaatcrisis te voorkomen. D66 wil dat Nederland ‘Paris proof’ wordt door een klimaatbeleid te voren dat in lijn is met het akkoord, omdat wij nu weten dat een stijging van 2 graden desastreuze gevolgen zou hebben voor vrede en veiligheid in de hele wereld en bijvoorbeeld de Nederlandse kust en de laaggelegen delen van ons land de bijbehorende zeespiegelstijging op de lange termijn niet kunnen verdragen. Deze afspraken en doelen mogen geen loze woorden blijken, maar moeten vertaald worden in concrete handhaafbare verplichtingen in Nederland, Europa en de rest van de wereld. Na het klimaatakkoord van Parijs moeten Europa en Nederland de ambities verhogen. Wij streven naar een verlaging van de broeikasgasuitstoot met 25% in 2020, 55% in 2030 en klimaatpositief in 2050. Om dit te bereiken moeten we in 2030 richting 40% van onze energie duurzaam opwekken en 40% energie besparen. Daarbij kijken we niet alleen naar energieopwekking, -opslag en –besparing, maar ook naar restwarmte, CO2-besparing in het gebruik van grondstoffen en vermindering van de uitstoot in sectoren als landbouw en transport, inclusief lucht- en scheepvaart. We willen 1 bewindspersoon die verantwoordelijk is voor klimaat en energie, en een nationaal klimaatakkoord, met sluitende lange termijn ambities die wettelijk verankerd worden in een klimaatwet, zoals in het Verenigd Koninkrijk. D66 wil dat een lange termijn ontwikkelingsplan wordt opgesteld met evaluaties en indien nodig bijsturing iedere 3 jaar vanaf 2020.

 

Schone groei als banenmotor

 

De overgang naar een duurzame economie zal leiden tot groei in banen, in welvaart en in welzijn. Sterker nog: die groei zal alleen te verwezenlijken zijn met een overgang naar een duurzame economie. Op dit moment al willen veel consumenten en bedrijven producten die duurzaam, groen en eerlijk zijn. En vaak betalen ze daar ook extra voor. Dit zorgt er voor dat een groot deel van de nieuwe banen nu al gecreëerd wordt door bedrijven die duurzaam opereren. Onze grote groene ambities en onze grote ambities voor goede groei en meer banen hangen sterk samen. Zo zou een circulaire economie volgens TNO al 50-80.000 nieuwe banen opleveren.

 

Energie en klimaatuitdagingen oplossen met Europa

 

Het meest effectieve energie- en klimaatbeleid vraagt samenwerking met de landen om ons heen en in Europa. Dat begint met het stellen van duidelijke en harde doelstellingen die aansluiten bij de verplichtingen van het akkoord van Parijs. Om deze vervolgens te vertalen naar een CO2-prijs en een ETS die daadwerkelijk verandering aanjagen. Daartoe wil D66 in Europa het ETS verder aanscherpen. Als een land bijvoorbeeld kolencentrales sluit, moeten die rechten uit het systeem worden genomen. Gratis rechten worden vergaand beperkt, te beginnen in de cementsector. We zorgen ervoor, dat er ook buiten het ETS een beloning komt voor minder Co2-uitstoot. Het overgebleven geld uit de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal staat op dit moment gereserveerd voor het financieren van projecten in die sectoren. Gelet op de noodzaak van een transitie naar duurzame economie, wil D66 dit fonds hervormen van een subsidiepotje voor kolen en staal, naar een onderzoeksfonds gericht op het bevorderen van innovatie in duurzame energie en herbruikbare grondstoffen. Zo draagt deze grijze erfenis uit de twintigste eeuw bij aan de economie van morgen. In Europa zorgen we met de Energie Unie voor investeringen in innovatie, vooral op het gebied van de opslag van energie. We investeren in internationale energienetwerken. In de steeds verder geïntegreerde Europese elektriciteitsmarkt kunnen de korte termijn schommelingen in het energieaanbod met naaste buurlanden momenteel nog redelijk worden opvangen. Bij toenemend energieaanbod van intermitterende bronnen zoals zon en wind, wordt deze behoefte aan uitwisseling groter. Uitbreiding van de capaciteit van het netwerk maakt uitwisseling tussen verschillende delen van Europa mogelijk. Europa neemt ook de leiding in onze relaties met grote energieleveranciers als Rusland en Saoedi-Arabië. We mogen Europa echter nooit gebruiken als excuus om niet zelf ons huiswerk te doen. We werken samen in Europa en willen altijd tot de koplopers behoren in duurzaam ondernemerschap.

 

Klimaatuitdagingen oplossen met nieuwe technologie

 

We moeten er rekening mee houden dat het doel van de klimaatpolitiek – een uiteindelijke temperatuurstijging op aarde die ruim beneden de 2 graden blijft – niet zal worden gehaald met de nu ingezette instrumenten; de energietransitie. Daarom moeten we niet alleen de uitstoot van CO2 verminderen, maar ontkomen we er ook niet aan om op grote schaal tevens technologieën in te zetten die CO2 opvangen uit de atmosfeer en onschadelijk maken. Het vergt intensief wetenschappelijk onderzoek om de afwegingen tussen alle oplossingen op een correcte manier te kunnen maken. D66 wil dat Nederland hier naar vermogen aan bijdraagt

 

Zon, wind en water hebben de toekomst, kolen en olie zijn het verleden

 

Vieze energie van kolen is, alle kosten meegerekend, veel duurder dan schone energie. Helaas worden alle kosten nog niet meegenomen in de prijs. Daarom moeten we de markt soms een handje helpen. D66 wil alle kolencentrales in Nederland zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2025, op verantwoorde wijze sluiten – beginnend bij de meest vervuilende. We stellen de stroomvoorziening veilig door de groei van het aandeel van duurzame stroom, de inzet van bestaande gascentrales en door goede transportverbindingen met ons omringende landen.

De opwekking van duurzame energie moet de komende jaren gestimuleerd worden. De bestaande subsidieregeling SDE+, of een gelijkwaardige vorm van stimulering, wordt voortgezet, zolang duurzame energie nog niet rendabel is. We heffen geen belasting meer op zelfopgewekte groene stroom en bouwen de bestaande vrijstellingen op energiebelasting af. D66 wil deze kabinetsperiode de energiebelasting koppelen aan CO2-uitstoot. Wie veel uitstoot, betaalt ook meer. Deze energiebelasting kan progressief worden uitgebreid van huishoudens naar alle energieverbruikers. Verder steunen we de groei van duurzame energie door ruimte te maken voor windmolens, biogasproductie en zonneparken – met waarborgen voor inspraak – en het inperken van eventuele welstandseisen voor zonnepanelen. D66 wil dat bij de aanleg van windmolens en zonneparken telkens goed wordt gekeken naar de ruimtelijke inpassing, bijvoorbeeld door waar mogelijk naast bestaande infrastructuur te bouwen. Ook omwonenden moeten de mogelijkheid krijgen om in te stappen in de aanleg van windmolens en zonneparken en op die manier financieel te profiteren. D66 wil af van het jojobeleid van afgelopen jaren en een eenvoudige en heldere regeling voor het opwekken van eigen energie. Daarbij moet het niet uitmaken of de zonnepanelen op eigen dak, of op het dak van de buurman liggen. Bij het moderniseren van deze regeling houden we rekening met bestaande investeringen door voor deze investeringen de huidige salderingsregeling te handhaven.

De afgelopen jaren is het percentage duurzame elektriciteit, mede gesteund door snel dalende kosten, gegroeid. Maar zorgde de bijna verdubbeling van vieze kolenelektriciteit voor een groei van CO2-uitstoot, waar een snelle daling noodzakelijk is. Door de sluiting van kolencentrales, de groei van duurzame elektriciteit en de tijdelijke inzet van gascentrales moet de komende kabinetsperiode de uitstoot van CO2 voor elektriciteitsopwekking sterk dalen. We streven naar een groei van het aandeel duurzame energie van gemiddeld minstens 2% per jaar, als onderdeel van onze Co2-ambitie om in 2030 55% te reduceren. We schrappen de subsidie op de biomassabijstook in Nederlandse kolencentrales. Met de vier miljard die dat tot 2023 oplevert en de significant lagere kosten van de reeds aanbestede en naar verwachting ook de nog aan te besteden windparken op zee, investeren we extra in windmolens op zee en duurzame warmte voor de industrie. Daarnaast maken we samen met gemeenten flinke stappen naar gasloze wijken. Zo creëren we banen in Nederland en helpen we onze energie-intensieve industrie om de transitie te maken. In 2030 zal hiermee richting 40% van onze energievoorziening duurzaam zijn. In 2050 zijn we volledig duurzaam. De (semi-)publieke netwerkbedrijven en Tennet dragen zorg voor een intelligent netwerk en slimme meters die ruimte bieden aan duurzame en decentraal opgewekte energie en zorgen voor goede internationale verbindingen. Het elektriciteitsnetwerk en de beheerders zijn van doorslaggevend belang voor een succesvolle energietransitie. Het net vormt de verbinding tussen alle betrokkenen: producenten, consumenten, handelaars, beheerders. Het is de basisvoorziening die nodig is om de transitie te versnellen en te versterken. Het netwerk is door de levering van hernieuwbare energie, die schommelingen in het aanbod aan het net veroorzaken, dringend aan vernieuwing toe. Gelukkig zijn de Nederlandse netbeheerders koploper in het leveren van kwaliteit en aanpassingsvermogen waardoor ze open staan voor onorthodoxe oplossingen. Binnen de kaders van leveringszekerheid, betrouwbaarheid, maatschappelijk laagste kosten, innovatie en de juiste verhouding tussen markt en overheid, moeten ze de ruimte krijgen voor het implementeren van deze vernieuwing. Een voorbeeld kan zijn: gelijkstroomnetwerken die het gebruik van zonnepanelen en elektrisch vervoer faciliteren. Dit betekent ook dat daar waar nodig netwerkbedrijven de ruimte krijgen te participeren in projecten voor zowel opwekken als opslaan van energie wanneer dit bijdraagt aan de duurzame energie transitie en de stabiliteit van het net.

Kernenergie speelt geen rol in onze energievoorziening. D66 wil geen nieuwe kerncentrale in Nederland en de kerncentrale in Borssele sluiten, door deze onder te brengen in een non-profit organisatie onder verantwoordelijkheid van het rijk, om voldoende financiële middelen te genereren om de toekomstige ontmanteling in uiterlijk 2033 op een veilige en verantwoorde wijze uit te voeren. Zorgen van omwonenden van de bestaande kerncentrale moeten beter gehoord worden, communicatie moet beter, en buurlanden moeten kunnen meepraten over heropening van nabijgelegen kerncentrales na een incident. Verschillende vormen van schone energie hebben een grote ruimtelijke impact. Goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing moet een belangrijke plaats innemen in ons omgevingsbeleid.

 

Een sterke overheid en werkende markten zijn noodzakelijk

 

De markt zorgt niet uit zichzelf voor schone lucht of het tegengaan van klimaatverandering, maar de overheid krijgt deze doelen zonder de markt ook niet voor elkaar. Ondernemers en wetenschappers zullen effectieve en efficiënte oplossingen moeten bedenken en aan de man brengen. De overheid moet duidelijk en voorspelbaar de doelen en kaders stellen en ondernemers uitdagen en hen belonen als zij bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Waar nodig moet de overheid verbieden wat ongewenst is. Of een echt gelijk speelveld scheppen, door vervuilers te laten betalen of duurzame oplossingen een duwtje in de rug te geven. Soms zijn er niet nieuwe regels nodig, maar moeten juist oude regels verdwijnen, zodat bijvoorbeeld afval gebruikt mag worden als grondstof of een warmteaansluiting een gasnet vervangt. En in de meeste gevallen moet de overheid zelf als klant voorop lopen.

 

Schone wet- en regelgeving

 

Bestaande wet- en regelgeving staat verduurzaming soms onbedoeld in de weg. D66 wil daarom, in navolging van vergelijkbare lokale initiatieven, zoals in Amsterdam, rijksbreed alle bestaande wetgeving scannen op onnodige belemmeringen voor verduurzaming. Burgers moeten de ruimte krijgen om deze belemmeringen aan te vechten. Er geldt bijvoorbeeld nog steeds een verplichting voor het hebben van een rioolaansluiting, zelfs wanneer je geïnvesteerd hebt in je eigen waterfilter. Teveel nieuwe huizen worden nog aangesloten op gas in plaats van volledig elektrisch, omdat de projectontwikkelaar het huis dan goedkoper kan aanbieden. Met bedrijven zorgen we ervoor, dat maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen, ook gerealiseerd worden. Betere handhaving speelt ook een belangrijke rol: onlangs is nog weer eens bevestigd dat handhaven loont: in Den Bosch heeft een handhavingsteam van 1,2 fte evenveel energie bespaard als vijf windmolens in een jaar opwekken! Het is dus aan de overheid om mensen en de markt hier een handje te helpen.

In geval van een algemeen belang staat mededinging niet in de weg van samenwerking. Het mededingingsbeleid moet ook in verduurzaming van productieketens ruimte bieden om binnen sectoren afspraken te maken wanneer dit in het publieke belang is.

 

Betrouwbaar energiebeleid

 

De gewenste energietransitie vraagt om structureel energiebeleid en een betrouwbare overheid. Alleen dan kunnen investeerders, bedrijven en burgers de transitie drijven. Dat begint met heldere doelen van de overheid en vervolgens een uitgestippeld pad naar een volledig schone en zelfvoorzienende energievoorziening in de komende decennia. Met het eerste akkoord hebben overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties de krachten gebundeld en zich gecommitteerd aan verandering. De ambitie en snelheid moeten echter significant omhoog. Daarbij moeten we ons de eerste jaren richten op een versnelling van de transitie en het wegnemen van barrières voor duurzame energie. Dit moet ook gelden voor de zware industrie, het hergebruik van restwarmte en de uitstoot door landbouw en lucht- en scheepvaart.

 

Duurzame warmte

 

Bijna helft van ons totale energieverbruik bestaat uit met aardgas opwekken van warmte voor gebouwen, kassen en de industrie. Gebouwen moeten zuinig worden, en warmte schoon. Dat is belangrijk voor het klimaat, onze portemonnee en onze afhankelijkheid van gas. Gemeenten en provincies maken vóór 2020 een energiebestemmingsplan, waarin ze de energievraag van gebouwen in kaart brengen en aangeven hoe ze deze stapsgewijs duurzaam invullen waarbij gemiddeld ongeveer 2% energie per jaar wordt bespaard. Restwarmte, geothermie, zonnepanelen, windmolens, groen gas, biomassa of isolatie; wat past wordt regionaal bekeken, samen met bewoners, woningbouwcorporaties, bedrijven, en de netwerkbedrijven. We decentraliseren de middelen voor het isoleren van huizen en halen belemmerende regels weg, om zo tot regionaal maatwerk te komen en lokaal de relevante kennis en ervaring te mobiliseren. Het aanleggen van een warmtenet, vergaand isoleren en elektrificeren moet aantrekkelijker zijn dan aansluiting op een gasnet. Alles wat we nog nieuw bouwen, doen we minimaal energie-neutraal.

 

Minister voor klimaat en energie

 

D66 neem structurele maatregelen om te zorgen voor permanente aandacht voor klimaat en energie. Er komt een aparte minister voor Klimaat en Energie, met een eigen departement. De eerste taak van deze minister is het tot stand brengen van een Klimaatwet. Daarnaast stellen we een Klimaat Commissie in, naar voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk. In de jaarlijkse Miljoenennota wordt het eerste dat de regering rapporteert de verwachte toename van onze koolstofschuld in het daaropvolgende jaar.

 

Een duurzaam huis en kantoor moet lonen

 

Ons energieverbruik moet omlaag. Huiseigenaren, huurders en Verenigingen van Eigenaren kunnen nagenoeg probleemloos, zowel technisch als financieel, kiezen voor een energieneutrale woning. D66 wil dat de overheid zorgt voor financiële kaders, zodat de markt snel bereid is om renovaties structureel energieneutraal uit te voeren. We bouwen de komende jaren 100.000 energie-neutrale sociale woningen. D66 wil dat in 2030 drie miljoen huizen energieneutraal zijn. Een grote uitdaging gelet op het geringe aantal – minder dan 1000 – energieneutrale huizen dat in 2015 gebouwd is. Om dat te bereiken moeten, zowel bij huurwoningen als bij koopwoningen, grote stappen worden gezet. Echt klimaat-neutrale gebouwen worden ook op klimaat-neutrale wijze gebouwd. Daartoe moeten bouwers meer innoveren, groene toepassingen gebruiken en klimaatonvriendelijke bouwstoffen zoals cement zoveel mogelijk vermijden. Dat vraagt om een bouw die zich ook verantwoordelijk voelt voor het gebouw na de oplevering. Bestaande sociale huurwoningen zullen energiezuiniger en dus geïsoleerd moeten worden. Woningverhuurders worden gestimuleerd dit te doen, doordat zij in ruil voor verbeteringen een vergoeding mogen vragen. Deze moet echter niet te hoog zijn, want we willen dat de huurder niet enkel profiteert van een beter huis, maar ook van lagere kosten. Daarvoor kijken we naar de totale woonlasten bij passend toewijzen, waardoor er meer woningen bereikbaar worden voor de primaire doelgroep en corporaties meer kunnen investeren in verduurzaming. Naast huurwoningen, worden ook koopwoningen verbeterd. Door het aanleggen van een zichzelf terugverdienend fonds en goede informatievoorziening kan ook hier het energieverbruik omlaag gaan. We willen gebouwgebonden financieringen mogelijk maken, waarbij bijvoorbeeld een leaseconstructie voor zonnepanelen overgaat van vertrekkende op nieuwe bewoner. Zo is er meer zekerheid dat investeringen in energieopwekking lonen. Bij grote nieuwbouwprojecten willen wij dat lokale duurzame energieopwekking een standaardonderdeel is. Met snel ingevoerde ‘nul-op-de-meter’-normen verplichten wij energie-efficiëntie bij nieuwbouw. Door het invoeren en handhaven van bouwnormen die klimaatneutraal bouwen bevorderen en uiteindelijk verplichten, dringen we het gebruik van fossiele brandstof in de gebouwde omgeving terug. D66 wil dat uiterlijk in 2018 er helemaal geen voorziening op basis van fossiele brandstof meer wordt geïnstalleerd voor directe verwarming van nieuwbouwwoningen en -kantoren. In 2050 moeten alle woningen en kantoren energie-neutraal zijn. Gemeenten maken een plan waarin ze aangeven hoe ze iedere wijk energie-neutraal gaan maken. Goede voorbeelden van energie-neutrale wijken zijn de Stad van de Zon in Heerhugowaard en de wijk Leesten in Zutphen. Voor kantoren en overheidsgebouwen scherpen we de bouwnormen ook flink aan. We willen zorgen dat alle nieuwe gebouwen klaar zijn voor de toekomst en dat in 2030 alle openbare gebouwen energie-neutraal zijn. Ook bij bestaande kantoren kunnen in energiebesparing nog flinke stappen worden gezet. Hierin moet de overheid vooroplopen. In 2030 wil D66 dat circa 40% van de vierkante meters aan kantoorpanden energieneutraal zijn. D66 streeft uiteindelijk naar klimaatneutraliteit, waarbij ook de klimaatimpact van bouwstoffen meeweegt. En bij energiebesparing kijkt D66 niet enkel naar gebouwen. Daarom steunen wij grote en kleine lokale initiatieven voor stroomopwekking en isolatie. De terugverdientijd van investeringen vergt een langere termijn. Daarom moet de overheid betrouwbaar zijn voor de lange termijn, zodat investeerders weten waarop ze kunnen rekenen.

 

Ook industrie, landbouw en transport gaan om

 

Als Nederland haar klimaatverplichtingen en -ambities wil waarmaken, dan moeten we ook grote stappen zetten in het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen van zware industrie, landbouw en transport. De prikkels daarvoor komen allereerst vanuit een hogere CO2-prijs. Die geldt al voor de industrie en wordt aangevuld met maatregelen voor landbouw en transport. Ons ideaal is een wereldwijde CO2-prijs, maar die is er (nog) niet. In Europees verband zorgen we daarom voor een hogere CO2-prijs door de emissiehandel aan te scherpen, bijvoorbeeld via een lager emissieplafond, het annuleren van emissierechten of een minimum CO2-prijs. Als onderdeel van het nieuwe energieakkoord willen wij ook harde meerjarige afspraken met de grote industrie over de afbouw van energieverbruik, het hergebruiken van warmte en , opslag van CO2 en doorlevering van CO2 aan de glastuinbouw. We maken ook afspraken met andere sectoren als transport en vastgoed. Deze omwenteling is niet alleen noodzakelijk vanwege klimaatverandering. De Nederlandse economie en industrie is zeer CO2-intensief. Om onze welvaart en werkgelegenheid te behouden moeten deze industrieën verduurzamen, bijvoorbeeld door het stimuleren van innovaties en start-ups die hiervoor oplossingen bieden.

Met de landbouw en voedselindustrie maken we afspraken over het stoppen van ontbossing voor voedsel of diervoeding, het bevorderen van vitale bodems, het terugdringen van de uitstoot van methaan en het bevorderen van een gezonder en duurzamer dieet. Provincies stellen plafondwaarden voor de stikstofverdeling vast, om overconcentratie van dieren in één regio uit te sluiten.

De lucht- en scheepvaart vragen om mondiale afspraken die aansluiten bij de afspraken van de klimaattop in Parijs. In Nederland en Europa werken we samen met de lucht- en scheepvaartsector aan schonere motoren en biobrandstoffen en beperken we uitstoot door efficiënter vervoer. Dit kan onder andere via een Single European Sky: één Europees luchtruim waarin we niet meer omvliegen. Dat versterkt de concurrentiepositie van de Europese (en dus Nederlandse) luchtvaartsector en levert direct een substantiële besparing op van brandstof en dus van CO2-uitstoot en andere luchtverontreinigende stoffen. D66 wil dat scherp wordt toegezien op de bestaande regels voor scheepvaart in lage emissiezones. Het mag niet lonen om boetes te riskeren. Deze zones breiden we in Europa en mondiaal uit. D66 wil de binnenvaart helpen groener te worden met financieringsmogelijkheden op maat en innovatie, en daarmee de uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof drastisch terugbrengen.

 

We gaan van het gas af

 

D66 wil dat de gaswinning structureel laag blijft – wij willen minder lasten en risico’s afwentelen op inwoners van de noordelijke provincies. Door het afbouwen van de gaswinning in Groningen is de Nederlandse begroting al minder afhankelijk geworden van gaswinning. D66 wil dat gasinkomsten ingezet worden voor investeringen in verduurzaming en niet voor reguliere overheidsuitgaven. Daarom is op initiatief van D66 in navolging van Noorwegen het innovatiefonds opgericht.

Gas speelt nog enige tijd een rol als brandstof in de industrie tijdens de transitie naar geheel duurzame energie. Industrie en energievoorziening moeten op termijn echter naar negatieve emissies. Dat betekent dat we gasverbruik moeten verminderen, maar ook dat het resterende gas voor bijvoorbeeld de scheepvaart en zwaar transport zal moeten vergroenen en aardgas langzaam zal verdwijnen. Wij willen niet boren naar schaliegas in Nederland. De voordelen van schaliegas wegen niet op tegen de nadelen. Bovendien zou het pas rond 2040 echt een rol kunnen spelen, en dan moeten we wat D66 betreft al in belangrijke mate onafhankelijk zijn van gas.

D66 wil geen nieuwe mijnbouwinstallaties in beschermde natuurgebieden (Natura2000 gebieden) en Unesco erfgoed. Zo beschermen we niet alleen de Waddenzee, maar ook de Veluwe, het Naardermeer en de Biesbosch. Winning ónder gebieden sluiten we niet uit, op voorwaarde dat de natuur er niet onder te lijden heeft. D66 wil ook alle kosten die voortkomen uit het winnen van olie en gas, zoals voor de duurzame verwerking van afvalstoffen en de ondergrondse opslag van afvalwater, doorberekenen aan de exploitant. De overheid komt op voor de belangen van landschap, mens en dier.

 

Gaswinning moet voor iedereen veilig zijn

 

In Groningen moeten mensen even veilig kunnen wonen als in de rest van Nederland. Daarop moet de gaswinning worden aangepast. Mensen in Groningen hebben er niet om gevraagd, maar zitten wel met de gevolgen. D66 wil dat schade veroorzaakt door vormen van mijnbouw, zoals gaswinning, altijd vergoed wordt. Er moet één aanspreekpunt voor schade zijn, waar mensen terecht kunnen. Besluitvorming hierover moet onafhankelijk van de NAM plaatsvinden en er moet snel een onafhankelijk onderzoeksprogramma komen, zodat we voor besluiten over de gaswinning ook niet afhankelijk zijn van de informatie van de NAM. Daarnaast moet schade aan huizen vergoed en snel gerepareerd worden en moet er voor schrijnende gevallen een uitkoopregeling komen. Huizen, scholen, ziekenhuizen en dijken moeten veilig en duurzaam worden gemaakt. D66 wil in Groningen bijzondere aandacht voor het behoud van het cultureel erfgoed.

 

Van fossiel gas naar duurzame warmte

 

In Nederland zijn we gewend ons huis te verwarmen met gas. Er geldt zelfs een aansluitplicht van huizen op het gasnetwerk. Mensen willen echter niet per definitie gas, ze willen warmte. D66 wil de aansluitplicht op gas laten vervallen. In nieuwbouwwijken wordt in beginsel geen gasnetwerk meer aangelegd. In plaats van gas komt hier duurzame warmte. Warmtenetten worden net als gas-, elektra-, water- en rioolnetten behandeld, als gesocialiseerde en gecontroleerde voorzieningen.

 

Duurzame biomassa

 

Biomassa speelt een belangrijke rol bij de grote veranderingen die transport, chemie en industrie moeten doormaken op weg naar een CO2-arme en duurzame toekomst. Wij moeten biomassa zo hoogwaardig mogelijk gebruiken. Dat vraagt om zogenaamde cascadering van biomassa en het voorkomen van verbranding van hoogwaardige materialen voor energieopwekking. Niet duurzaam verbouwde biomassa is ongewenst. D66 wil niet dat er € 4 miljard aan de bijstook van biomassa in kolencentrales wordt uitgegeven, maar samenwerken met industrie om eerst waardevolle grondstoffen uit de biomassa te halen. Dit draagt bij aan werkgelegenheid in Nederland.

 

Niet wegwerpen maar hergebruiken

 

Onze huidige economie stoelt op verbruiken, verbranden en vernielen. Dat kan en loont niet meer. Een duurzame toekomst vereist een zogenaamde circulaire economie, waarin we gebruik maken van energie en grondstoffen door anders te ontwerpen, produceren en consumeren. Steeds meer grote en kleine bedrijven delen die ambitie en laten zien dat het kan. Ook lokaal zien we veel initiatieven die bijdragen aan transitie naar de circulaire economie, zoals repaircafés en autodelen. D66 heeft hoge verwachtingen van de mogelijkheden die de deeleconomie biedt. Nederland heeft de kans koploper te zijn in die nieuwe economie, met onze kennis, ons bedrijfsleven en onze logistieke positie als grondstoffenrotonde in Europa. D66 wil dat vervuilers betalen, dat schoon en gezonder loont en dat de overheid barrières wegneemt voor nieuwe schone oplossingen en voordelen voor oude vieze oplossingen afbouwt. Dat deden we in het Herfstakkoord 2013 door een heffing in te voeren op kunstmest en op het storten of verbranden van herbruikbare grondstoffen. Nu willen we regelgeving die cleantech en het duurzaam gebruik van energie en grondstoffen in de weg staat, afbouwen. We handhaven de groene heffingskorting en vergroten mogelijkheden voor belastingaftrek voor investeringen in energiebesparing en milieu, zoals de zogenaamde EIAVAMIL-regelingen.

In navolging van het energieakkoord wil D66 een grondstoffenakkoord met de sector om belemmeringen voor de circulaire economie weg te nemen, ruimte te maken voor (grootschalige) demonstratieprojecten en internationale samenwerking te bevorderen.

We bouwen voort op het reeds gerealiseerde D66-idee van de Noordzee Grondstoffenrotonde en zorgen dat de markt voor duurzame grondstoffen van de grond komt in het Schengengebied door eenvoudiger grensoverschrijdend vervoer.

Wij zien grote kansen in een op hergebruik gebaseerde, circulaire economie. Veel ondernemers weten nog niet hoe ze aan een circulaire economie kunnen meedoen en de voordelen kunnen benutten. Dus zetten we middelen in op actieve kennisoverdracht. Een verandering van de bedrijfsvoering naar een circulair model vraagt ook investeringen. Vooral voor het MBK gaan we hier een regeling voor treffen. Onze kennis van logistiek, voedsel en chemie en onze maakindustrie, ligging en infrastructuur geven ons een uitstekende startpositie. Wij bieden ruimte voor experimenten en samenwerking binnen ketens en tussen bedrijven. Met gerichte maatregelen treden we op tegen verspilling van grondstoffen. We investeren in innovatie om de plasticsoep in oceanen aan te pakken, maar ook in het terugdringen van restafval of verspilling van voedsel. Door regels voor voedseldonatie te versoepelen, hoeft er minder voedsel weggegooid te worden. D66 wil zwerfafval effectief aanpakken. Daarvoor is uitbreiding van het statiegeldsysteem een optie.

 

Afval bestaat (bijna) niet

 

Afval wordt steeds meer gezien en gebruikt als een grondstof en levert nu al een belangrijke bijdrage aan de circulaire economie. Dit kan nog veel beter. Voor D66 is het uitgangspunt dat afval grondstof is en wordt hergebruikt. Iedere producent is verantwoordelijk voor het afval van zijn eigen producten. Dat geldt ook voor zaken als zonnepanelen, accu’s, batterijen en windmolens. Partijen die niet serieus werk maken van hergebruik moeten voor de maatschappelijke kosten opdraaien. Dit kan een producent zijn die zijn verpakking niet geschikt maakt voor scheiden en hergebruiken, maar ook een consument die zijn afval niet scheidt. Bovendien moeten innovaties waarin secundaire grondstoffen worden gebruikt worden gestimuleerd, omdat dit ervoor kan zorgen dat afval ook een positieve economische waarde krijgt en de cirkel echt wordt gesloten. Ook het stimuleren van leasen en delen van producten in plaats van bezitten kan veel afval voorkomen.

 

Overheid koopt duurzaam in

 

De Nederlandse overheden kopen jaarlijks voor € 60 miljard aan goederen en diensten in. Daarmee kan de overheid een schone economie een enorme zet in de rug geven. Op die manier neemt de overheid verantwoordelijkheid voor het eigen handelen. Door bijvoorbeeld via inkoop de infrastructurele sector te vergroenen kan de overheid een impuls geven aan innovaties die ook in andere sectoren, zoals de bouw, toepasbaar zijn. Te vaak is duurzaam inkopen bij woorden gebleven en dit kabinet laat veel te weinig daadkracht zien. D66 wil de komende kabinetsperiode met gemeenten, provincies en waterschappen bereiken dat 100% van alle overheidsinkopen 100% duurzaam zijn, zonder dat we criteria afzwakken. Het leveren van maatschappelijke meerwaarde wordt gestimuleerd en beloond. Mede op deze manier neemt de overheid haar verantwoordelijkheid door haar inkoopkracht als stuurmiddel in te zetten om duurzame ontwikkelingen aan te jagen.

 

Fiscale vergroening

 

De manier waarop wij belasting heffen, heeft grote gevolgen voor de relatieve prijzen van vuil en schoon gedrag. Te vaak bevorderen belastingregels het gedrag dat we juist niet willen. De afgelopen jaren heeft D66 gezorgd voor fiscale vergroening, bijvoorbeeld door belastingvrijstellingen op vervuilende zaken als rode diesel te schrappen en schone activiteiten minder te belasten, zoals lagere energiebelasting op elektrische auto’s. D66 zal deze lijn voortzetten. Binnen de te heffen belastingen willen wij werk en schone activiteiten bevorderen en vervuiling zwaarder belasten.

 

Vervuilen is economisch onverstandig, maar bovenal ongezond

 

Het opruimen van vervuiling uit water, lucht of bodem is eigenlijk altijd duurder dan het voorkomen van die vervuiling. Vaak zijn de negatieve gevolgen voor gezondheid ook vele malen duurder dan het voorkomen van vervuiling. D66 wil dat de vervuiler betaalt en via strikte normen en handhaving wordt gedwongen vervuiling te voorkomen. Daarbij streven wij naar strenge (Europese) kwaliteitseisen voor lucht, water en bodem, die wij ook strikt zullen handhaven. De positieve gevolgen voor bijvoorbeeld de luchtkwaliteit in onze wijken zullen groot zijn. Met alle gezondheidswinst van dien. De verantwoordelijkheidsverdeling voor grondwater tussen waterschap, provincie en gemeenten wordt vastgelegd, zodat sneller gehandeld kan worden.

 

Gezondheid centraal in het milieubeleid

 

Schone lucht lijkt een vanzelfsprekendheid, maar één miljoen mensen in Nederland hebben longklachten en ook voor gezonde mensen leidt vieze lucht tot een kortere levensverwachting. De lucht in de steden en rondom de intensieve veehouderij is nog steeds te vies. Daarom wil D66 blijven werken aan schone lucht. Gemeenten moeten meer mogelijkheden krijgen om de gezondheid van hun inwoners te beschermen. D66 stelt gemeenten in staat om te zorgen voor schone lucht voor hun inwoners, door bijvoorbeeld heel vuile auto’s en vrachtwagens te weren, autodelen te stimuleren, inwoners mee te laten praten over de maximum snelheid op ringwegen en schone auto’s korting te geven op parkeren. D66 wil dat in 2025 al het openbaar vervoer rijdt op groene stroom of waterstof. Het aangekondigde investeringsfonds om de overgang te faciliteren kan worden ondergebracht in de publieke investeringsbank. Voor de aankoop van nieuwe voertuigen in de (semi-)publieke sector geldt vanaf 2020 ‘elektrisch tenzij’. Mensen in Rotterdam, Den Haag, Utrecht of Amsterdam ademen een hoeveelheid vuile lucht in, die gelijk staat aan ruim 6 sigaretten meeroken per dag, elke dag. Daarom wil D66 een verlenging tot 2021 van een aangescherpt en gehandhaafd Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit gebaseerd op de normen die de Wereld Gezondheid Organisatie hanteert voor schone lucht. In dat programma krijgen roet en fijnstof bijzondere aandacht vanwege de lokale gezondheidseffecten. D66 wil goede Europese maatregelen om sjoemeldiesels uit te bannen.

 

Welvaart anders meten

 

Wij kunnen aan de wereld laten zien hoe welvaart en welzijn samen kunnen gaan met het leven binnen het eerlijke deel van onze menselijke voetafdruk op deze aarde. D66 wil daarom dat wij niet alleen ons nationaal product meten en regelmatig met elkaar bespreken als maatstaf van succes, maar dat we breder kijken naar welvaart en welzijn. Onze (ecologische) voetafdruk op de aarde moeten we daarbij net zo transparant maken en onderwerp van discussie laten zijn als onze toegevoegde financiële waarde. Ook steunt D66 de initiatieven om de CBS-Monitor Duurzaam Nederland door te ontwikkelen tot een Monitor Brede Welvaart.

 

Natuur en ruimte zijn van grote waarde

 

Onze voorstellen rond energie en grondstoffen gaan sterk over economische kansen en rationele keuzes. Voor ons zijn natuur en ruimte meer dan alleen gebruiksmiddelen voor ons onmiddellijke nut. Onze verbondenheid met de natuur is veel groter. D66 wil dat natuur beschermd wordt, omdat wij de wereld beter door willen geven aan onze kinderen dan wij haar aantroffen. Onze kinderen moeten ook de kans krijgen te genieten van bossen, zeeën en de veelheid aan diersoorten.

Paradoxaal genoeg kan de natuur heel goed zonder de mens, maar de mens niet zonder de natuur. Zonder bestuivers als hommels en bijen is landbouw onmogelijk. De eigen waarde van natuur is groot genoeg om ons maximaal in te spannen voor het behoud. Maar daar bovenop komt nog de ongekende economische waarde van de natuur. De ecosystemen waar wij in leven bieden ons cruciale diensten als schoon water, schone lucht, hout, bestuiving, natuurlijke kustbescherming, CO2-opvang en het tegengaan van verwoestijning. Deze functies zijn niet alleen onmisbaar, maar leiden heel vaak ook tot bedrijvigheid. In Noord-Brabant komt perfect gezuiverd water vanuit de Ardennen in de grond omhoog. Veel bedrijven die schoon water nodig hebben, zijn daarom daar gevestigd. De duinen vormen een perfecte kustbescherming en waterzuivering. Beide diensten zouden onbetaalbaar zijn als we de natuur die hiervoor zorgt zouden verwaarlozen. Wereldwijd wordt het economisch verlies door de achteruitgang van biodiversiteit jaarlijks geschat op 3% van het bruto nationaal product. Met de economische groei van de laatste jaren van nog geen 1% is dat iets om over na te denken.

 

Natuur en ruimte beschermen en herstellen

 

Van de oorspronkelijke biodiversiteit in Nederland is nog maar 15% over. D66 gaat uit van de intrinsieke waarde van soorten. Natuur heeft voor de mens bovendien een toegevoegde waarde omdat zij veel ecosysteemdiensten biedt en wij van haar kunnen genieten. Daarom wil D66 dat het nieuwe kabinet ambitieuze doelen stelt voor biodiversiteitsherstel, met als inzet een verdubbeling (30%), en investeert in natuur om de trend te keren en ervoor te zorgen dat onze rijkdom aan soorten planten en dieren weer toeneemt. Juist door te investeren wordt natuur weerbaar, kunnen we er van genieten en is het ook makkelijker om bezoekers en ondernemers de ruimte te geven. Herstel van biodiversiteit vraagt om het beschermen van de meest bijzondere natuur in beschermde gebieden op land en zee. Maar zeker ook om maatregelen die soorten en diversiteit beschermen in landbouwgebieden en bewoonde omgeving. Dit wil D66 realiseren door meer geld vrij te maken voor dit doel, waarmee we bijvoorbeeld mensen die geld investeren in grond en beheer van natuur- en landschapsschoon fiscaal belonen. Twee derde van ons landoppervlak heeft een agrarische bestemming en is zeer arm aan soorten. D66 wil ook de diversiteit van dit cultuurlandschap herstellen.

In Europa hebben we afgesproken, dat ieder land de meest bijzondere natuur goed beschermt. Nederland moet meer zijn best doen om de Vogelrichtlijn en Habitat richtlijn uit te voeren. Binnen Nederland blijft het Nationaal Natuur Netwerk met de Natura2000 gebieden voor ons de basis. Deze samenhangende natuur willen we afmaken, verbinden en beschermen. Dat de provincies verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het beleid, maakt niet dat het Rijk op zijn handen kan blijven zitten. D66 investeert in het versterken van Nationale Parken als parels van onze natuur, inclusief de Markerwadden. Kwetsbare gebieden worden vrijgemaakt of -gehouden van beschadigende activiteiten, zoals schelpenvisserij of gasboringen. De Waddenzee, zeearmen en kwetsbare duinen krijgen daarbij bijzondere aandacht. Voor aantasting van de natuur of de biodiversiteit, zoals bijvoorbeeld voor de aanleg van een weg, moeten maatschappelijke kosten en baten worden afgewogen. Daarom wil D66 een ecologische toets als uitbreiding van de MKBA. We sluiten hiermee aan bij het ‘zero net loss’-principe dat wij in heel Europa willen hanteren, waarmee aantasting van natuur altijd wordt gecompenseerd. Het beschermen van het Waddengebied vraagt eenduidig en beter natuurbeheer. Rust, ruimte, natuur en vrije toegankelijkheid van het strand worden als waardevolle kenmerken van de Nederlandse kustzone (strand, duinen en het nabije achterland) beter beschermd en versterkt. D66 wil geen versoepeling van bebouwingsvoorschriften in het kustfirmament (strand, dijk en duin). Dit betekent concreet dat er geen uitbreiding komt van het aantal bestaande slaaphuisjes op het strand. Voor bescherming en versterking van de Nederlandse kustzone wordt op nationaal niveau een integrale kustvisie ontwikkeld en wordt bestaande regelgeving zo nodig aangescherpt en daarna ook gehandhaafd. In afwachting van die kustvisie wil D66 dat er geen nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd voor het bouwen van recreatiewoningen en appartementen aan de kust. Naast de natuur in Nederland en het overige Koninkrijk investeren wij ook in natuurbescherming en -herstel in kwetsbare delen van de wereld.

 

Ruimte voor water

 

Vooruitlopend op de effecten van klimaatverandering kiezen wij voor rivieren die de ruimte krijgen. Zo wordt Nederland niet alleen beter tegen eventuele overstromingen beschermd, maar worden rivieren ook ecologisch sterker. D66 wil dat, mits dat veilig gebeurt, het veen in Nederland weer nat wordt, zodat veen geen CO2 meer uitstoot. De inzet van het Deltafonds moet zoveel mogelijk met aandacht voor behoud, herstel en ook creatie van natuur zorgen. Hiervoor komen ook middelen beschikbaar. De budgetten in het Deltaprogramma en Deltafonds worden gecombineerd. Naast behoud, herstel en creatie van natuur investeren we, samen met buurlanden, in de kwaliteit van water. Als we goedkoper en efficiënter over de grens maatregelen kunnen nemen om wateroverlast bij extreem weer te voorkomen, dan behoren die ook tot de mogelijkheden. In Nederland willen we een doelmatige waterketen waarin de vervuiler betaalt en iedereen betaalt per liter water die gebruikt wordt. Klimaatverandering leidt ook tot grote wateroverlast door steeds heftiger regenbuien, en tot gezondheidsrisico’s door hittestress in de steden. D66 wil daarom de klimaat-adaptieve stad stimuleren, door maatregelen om wateroverlast – en daarmee economische en gezondheidsschade – te beperken

 

Beschermen oceanen

 

Enigszins aan ons oog onttrokken, bevatten de oceanen het grootste deel van de natuur op onze planeet. Honderden miljoenen mensen zijn van deze natuur afhankelijk voor hun voedsel en inkomen. De oceanen staan onder druk door overexploitatie, vervuiling en verzuring en de plasticsoep. Nederland heeft zich met veel andere landen verplicht tot het vestigen en actief beheren van beschermde gebieden op de wereldzeeën. Wij beginnen hiermee in de Noordzee met een netwerk van gebieden als de Doggersbank het Friese Front en de Klaverbank. Met Europa doen we hetzelfde met de Middellandse Zee, de Atlantische Oceaan, de Arctische kraamkamers en met landen waar wij hulp bieden of mee samenwerken. Nederland investeert ook in het ontwikkelen van een helder overzicht van de ecologisch en economisch optimale plekken voor al die wereldwijde beschermde gebieden – een onderwerp waar Nederlandse wetenschappers nu al in vooroplopen.

 

Landbouw, voedsel, dierenwelzijn en biodiversiteit

 

De Nederlandse landbouw is zeer innovatief, productief en koploper in de wereld. Dat is een economische kracht, het bevordert onze welvaart, maar zorgt ook voor schade aan natuur, landschap, bodem en volksgezondheid. In Nederland moeten we de negatieve effecten verminderen, door minder vlees te produceren, door stallen te bouwen die dierenwelzijn verbeteren en uitstoot van vervuilende stoffen als methaan en fijnstof beperken en door het landbouwgif dat schadelijk is voor bijen te weren. D66 wil natuurinclusieve landbouw: landbouw die in balans is met natuur en biodiversiteit.

We helpen boeren die willen overstappen naar biologische bedrijfsvoering en stimuleren innovatie, ook in de keten. Wij werken samen met boeren aan wereldwijde doelen om ontbossing door en voor landbouw te stoppen, de landbouwbijdrage aan klimaatverandering te halveren en beslag op water, bodem en grondstoffen duurzaam te maken met veel meer hergebruik. Met de sector maken we afspraken over het terugdringen van import van soja als 45 veevoer en het maken van kunstmest uit nieuwgewonnen fossiele grondstoffen. Duurzame veeteelt is grondgebonden en cyclisch. Veevoer wordt zoveel mogelijk lokaal geproduceerd en biociden, antibiotica en kunstmest worden weinig of niet gebruikt. Veetransport over grotere afstanden wordt aan banden gelegd. Onze kennis moet bijdragen aan gezonde en duurzame productie in andere regio’s van de wereld, waar we via internationale samenwerking in investeren.

Met boeren en supermarkten dringen we voedselverspilling verder terug, bijvoorbeeld door afspraken te maken over kleinere verpakkingen. We stimuleren het opschalen van de productie van vleesvervangers. D66 wil de vleesconsumptie en –productie verlagen. Op grote schaal vlees produceren is geen duurzaam verdienmodel voor Nederland, en de overgang naar plantaardige eiwitten biedt ondernemers nieuwe kansen. D66 wil ook meer aandacht voor goed bodembeheer; we streven naar bemestingsevenwicht en gaan bodemverdichting en verlies aan organische stof tegen.

D66 pleit voor meer aandacht voor ecologisch onderwijs in het reguliere onderwijs en vooral op agrarische opleidingen. D66 wil, door betere uitwisseling tussen design, agrokennis en praktijkervaring, een fundamentele structuurverandering in de Nederlandse landbouwsector realiseren.

D66 wil belemmerende wet- en regelgeving wegnemen. Dat vraagt om een grondige herziening van het EU-landbouwbeleid, het gelijkmatig afbouwen van subsidies en het stimuleren van innovatie en duurzame landbouw. Op die manier maken we de Nederlandse en Europese landbouw wereldwijd toonaangevend.

 

Dieren draaien niet op voor onze groei

 

In Nederland en in Europa worden dieren de laatste jaren gelukkig beter beschermd, mede dankzij D66. Die hoge normen voor dierenwelzijn worden geborgd in handelsverdragen, handelsmissies en regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In de komende jaren wil D66 dat in Nederland en in Europa verdere stappen worden gezet om dierproeven in sterke mate verder terug te dringen, onverdoofd slachten zoveel mogelijk te beperken – waarbij ook voor vissen oplossingen gevonden moeten worden – en om ervoor te zorgen dat bij het fokken van dieren het welzijn en niet hoge productie of uiterlijke raskenmerken voorop staan.

 

Zorgen voor dieren in de veeteelt

 

Een goede boer zorgt goed voor zijn dieren. We zien echter nog steeds gebruiken in de veeteelt die ten koste gaan van het welzijn van dieren. D66 wil dat de goede zorg voor dieren verder wordt versterkt. Dat vraagt om veetransporten die korter en comfortabeler worden. En om het stoppen van het doden van slachtvarkens en ganzen met CO2 en met de inzet van CO2-vergassing bij het ruimen van pluimvee. D66 is voorstander van een gedeeltelijke vervanging van dierlijke eiwitten in voedsel door plantaardige alternatieven, omdat dit beter is voor dieren, voor de planeet en voor de consument. Met de voedingssector en supermarkten werken we samen aan minder kiloknallers, meer verantwoord vlees, meer en betere plantaardige voeding en succesvollere promotie hiervan. Nederland weert, zoveel mogelijk in Europees verband, textielproducten waarvoor dieren zijn mishandeld, zoals bepaalde soorten wol, bont, dons en exotisch leer.

 

Tegengaan verrommeling van de ruimte

 

De nationale Omgevingsvisie moet de weidsheid en openheid van onze ruimte bewaken en verrommeling tegengaan, met een omslag naar een duurzaam en gezond ingericht land. Waarbij er fysieke ruimte is voor hernieuwbare energievoorziening is groot.

Lokale en regionale overheden krijgen ruimte voor een ambitieus natuur- en milieubeleid en om te kunnen sturen op gezondheid en landschappelijke kwaliteit. Verdichting van de steden is hierbij van belang om natuur en landschap te ontzien en gelijktijdig de kracht en vitaliteit van steden te vergroten. Mogelijkheden voor intensivering en hergebruik van gebouwen en terreinen in de stad wil D66 hiervoor ten volle benutten. De betrokkenheid van mensen bij keuzes in hun omgeving moet worden gemaximaliseerd door participatie.

 

Optreden tegen milieucriminaliteit

 

In Nederland en daarbuiten bestaat uitgebreide wetgeving ter bescherming van milieu en natuur. Te vaak schiet handhaving tekort of zijn straffen onvoldoende afschrikwekkend. Wereldwijd gaat in milieucriminaliteit bijna net zoveel geld om als in mensensmokkel of drugshandel. D66 wil dat veelplegers van milieudelicten en -overtredingen in Nederland extra aangepakt worden via een strafpunten systeem. Daarnaast moet Nederland haar rol spelen in het bestrijden van internationale milieucriminaliteit zoals stroperij (wildlife crime) en het illegaal dumpen van afval. Dat begint met het opsporen van activiteiten die plaatsvinden in Nederland en door Nederlanders en Nederlandse bedrijven en overgaan tot vervolging van overtreders. Maar ook door het steunen van internationale acties, bijvoorbeeld in Europees verband, of door gerichte investering in projecten om vraag te stoppen en overtreders te vervolgen. De Europese Unie moet lessen trekken uit milieuschandalen, zoals het gebruik van sjoemelsoftware in dieselauto’s en fraude met CO2-emissiehandel. De Europese Commissie moet meer handhavingsbevoegdheden krijgen voor Europese milieuregels en boetes op het overtreden van milieuregels moeten overal in Europa even streng zijn. Tenslotte wil D66 dat een internationaal milieuhof wordt ingesteld, zodat iedereen op deze wereld zijn milieurecht kan halen.

 

Vooroplopen in duurzaam en sociaal ondernemen

 

Nederland is een wereldwijde koploper in duurzaam en sociaal ondernemen. D66 is trots op grote en kleine Nederlandse bedrijven die de kansen en noodzaak zien om hun bedrijfsvoering fundamenteel te verduurzamen, verantwoordelijkheid nemen voor hun impact op de wereld om hen heen, zichzelf doelen stellen en hierover transparant rapporteren. D66 wil dat de overheid deze beweging steunt, bijvoorbeeld door samenwerking in duurzame ketens te vereenvoudigen en te stimuleren..

Verkiezingsprogramma 2017-2021