Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Vol vertrouwen in de wereld

Overzicht
Vol vertrouwen in de wereld

Ruim 25 jaar na de val van de Berlijnse muur is er van het door sommigen voorspelde ‘einde van de geschiedenis’ weinig meer over. In plaats van een wereldwijde beweging naar liberale democratie waarnaar met ‘het einde van de geschiedenis’ verwezen wordt, houden anno 2016 veel grote vraagstukken voor Nederland juist direct verband met het buitenland. Vluchtelingen, klimaatproblematiek, Brexit of verkiezingen of staatsgrepen in landen die ons leven direct raken. En in een globaliserende wereld neemt de verwevenheid tussen binnen- en buitenland alleen maar toe. De afgelopen jaren hebben gebeurtenissen in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Oekraïne laten zien dat wij direct geraakt worden door ontwikkelingen over de grens. Met alle kansen en uitdagingen die daarbij horen. Er is geen afstandsbediening om die buitenwereld op pauze te zetten; laat staan terug te spoelen. We kunnen én willen niet om het buitenland heen.

In de verhouding met Rusland is een nieuwe fase aangebroken met de annexatie van de Krim en het op gang brengen en houden van de afscheidingsbeweging in Oost-Oekraïne. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog heeft een Europees land met het gebruik van militaire middelen een deel van een ander land bezet en geannexeerd. Zolang Rusland niet voldoet aan het Minsk vredesakkoord handhaven wij de bestaande sancties.

Buitenlands beleid laat zich vaak lastig in specifieke beleidsvoornemens vatten. Dat komt door de omvang en de complexiteit van het internationale schaakspel. We leven in een wereld waarin de toenemende assertiviteit van landen als China en Rusland en de opkomst van bijvoorbeeld India, Nigeria en Indonesië de voor ons zo comfortabele wereldorde van de laatste decennia van de 20e eeuw onder druk zet. Als klein land met een relatief grote economie en reputatie kan Nederland nog steeds invloed hebben wanneer we samenwerken met andere, gelijkgestemde landen. Daarin ligt voor ons de uitdaging. Hoe zorgen we als bescheiden speler voor maximale zeggenschap in een geglobaliseerde wereld? Hoe borgen we onze vrijheid en welvaart en vergroten we die van anderen om ons heen? Hoe voorkomen we zwakte, maar werken we ook aan wederzijdse ontwapening? En hoe benutten we de kansen die een veranderende wereldorde met zich meebrengt? Want verwar bescheidenheid niet met passiviteit: D66 is ervan overtuigd dat Nederland een grote internationale bijdrage kan leveren. Als één van de twintig grootste economieën ter wereld, als leider in kennis en innovatie, als hoeder van rechtsstaat en democratie.

Onder invloed van de voortdurende mondiale turbulentie heeft Nederland in de afgelopen jaren de luiken teveel dichtgetrokken. De blik naar binnen gericht. Dat leidt niet alleen tot verenging van het debat en verarming van onze samenleving. Het zorgt ook voor onnodig veel verlies van invloed. Dat kan anders en beter. Dat moet anders en beter. Want als wij zelf de handschoen niet oppakken, doen anderen dat voor ons. De geschiedenis is in dat opzicht meedogenloos.

Wij zijn optimistisch, maar niet naïef. Een wereld in beweging biedt kansen, maar ook serieuze uitdagingen. Wij willen dat Nederland de blik weer naar buiten richt en de wereld probeert mede vorm te geven. Gekoppeld aan gerichte investeringen, daar waar Nederland het verschil kan maken. Investeringen die vrijheid en rechtsstaat versterken: in onderwijs, in bescherming van natuur, in het verspreiden van kennis over voedselzekerheid, met een volwaardige internationale juridische architectuur en als het nodig is ook door noodhulp en door onze defensie in te zetten.

Een hoorbare en merkbare Nederlandse stem in de wereld vereist dat we alle beschikbare middelen veel beter op elkaar afstemmen en met meer ambitie en vertrouwen inzetten. Daarom kiezen wij voor een buitenlandbeleid gebaseerd op drie pijlers: sterke diplomatie, ambitieuze internationale samenwerking en moderne defensie. Allen ingebed in een sterk Europa.

Want deze blik naar buiten vraagt om meer lef en de bereidheid tot verdergaande Europese samenwerking – of het nou gaat om mensenrechten, handel of veiligheid. Wij kunnen blijven doen alsof we zelf belangentegenstellingen met landen als Rusland of China in ons voordeel kunnen beslechten. Of zelf migratie sturen. Of in ons eentje voor gereguleerde internationale handel zorgen. Dat is onzin. Als we vraagstukken over klimaat, terrorisme, vluchtelingen, energie, veiligheid en handel op willen lossen, dan moet dat samen met Europa. Europa bracht ons duurzame vrede en veiligheid, groei en welvaart. De onderlinge relaties in Europa brengen verbondenheid, begrip en verdraagzaamheid en bieden daarmee een waarborg voor individuele vrijheid en vrede. In een wereld waar uitdagingen als veiligheid, energie, verduurzaming en vluchtelingenstromen grenzen overschrijden, is een slagvaardig Europa cruciaal. Juist voor Nederland. Geen land is voor zijn veiligheid, zijn politieke gewicht in de wereld en zijn economische welvaart zo afhankelijk van intensieve samenwerking met de landen om zich heen. Daarom moeten wij vooroplopen in het verbeteren van de Europese Unie. D66 is ervan overtuigd dat Europa veel beter kan. Veel beter moet. Veel beter verdient. Problemen los je niet op door lijdzaam toe te kijken, maar door daadkrachtig op te treden.

Het referendum over de Brexit en de daaruit voortvloeiende onrust hebben ons gesterkt in onze overtuiging. Wij kiezen vol voor een Europa dat zich op samenwerking richt en op die gebieden presteert. Een democratischer, transparanter en slagvaardiger Europa.

Een verenigd en verbeterd Europa geeft de meeste invloed aan onze Nederlandse stem. Met een duidelijk herkenbaar geluid voor vrijheid en rechtsstaat – in Europa en daarbuiten.

 

Nederland wordt sterker in een democratisch Europa

 

Wij kiezen voor een Europa waarin mensen en landen zich aan elkaar verbinden op grensoverschrijdende thema’s en landen tegelijk hun zelfstandigheid en eigen karakter behouden waar dat zinvol en wenselijk is. Een federaal Europa laat per definitie alle ruimte voor de diversiteit van nationale, regionale en menselijke verschillen en identiteiten. Bevoegdheden liggen dan ook daar waar zij het best uitgevoerd kunnen worden en de beste waarborg voor persoonlijke vrijheid bieden. Beslissingen worden het liefst zo dicht mogelijk bij mensen genomen, maar soms zijn problemen te groot om lokaal of nationaal op te lossen.

 

De Europese Unie moet beter: democratischer, transparanter, slagvaardiger

 

Wij hebben moeite met de trage, ondoorzichtige en gecompliceerde besluitvorming in Europa. Het stoort ons hoe politieke strijd in één land de hele Unie lam kan leggen. Europese leiders gaan te vaak van Eurotop naar Eurotop, zonder dat mensen tastbare resultaten zien. Dit ligt niet aan Europa, maar aan de lidstaten die over de werking van Europa beslissen. Dit ligt daarmee ook aan de Nederlandse regering en aan Nederlandse politici. D66 wil dat besluiten in Europa sneller, transparanter en simpeler genomen worden. Mensen willen meer zicht en meer grip op wat er in Europa gebeurt. Vanuit ons democratisch DNA willen wij mensen ook meer te zeggen geven. Daarom willen we minder veto’s, een steviger mandaat voor het Europees Parlement en de Europese Commissie, Europese kieslijsten bij Europese verkiezingen, een meer democratische Europese senaat ter vervanging van de raad en uiteindelijk een gekozen voorzitter. Voor deze verbeteringen is verdragswijziging nodig.

 

Verder na de Brexit

 

Het Brexit-referendum heeft tot veel onzekerheid geleid. De schadelijke gevolgen daarvan zijn in het Verenigd Koninkrijk al voelbaar, maar raken inmiddels ook Nederland. Daarom moet er zo snel mogelijk duidelijkheid komen over de nieuwe relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Daarbij is duidelijk dat vertrek uit de EU consequenties moet en zal hebben voor de Britse invloed op Europees beleid. D66 zal zich dan ook hevig verzetten tegen eventuele afspraken waarbij het Verenigd Koninkrijk onevenredig veel invloed of voordelen krijgt in verhouding tot haar bijdrage aan de EU. Tegelijkertijd blijft het Verenigd Koninkrijk een belangrijke partner op terreinen als handel en buitenlandse betrekkingen, zoals de NAVO. Als Schotland of Noord-Ierland zich afscheiden en bij de Europese Unie willen blijven horen, dan staat D66 welwillend tegenover hun lidmaatschap. Ook bedrijven en instellingen die een vestigingsplaats in de EU zoeken zullen wij met open armen verwelkomen.

De Brexit-uitslag toont eens te meer aan dat de EU haar meerwaarde en slagkracht duidelijker moet bewijzen. Vooruitgang boeken op grote kwesties als asiel en migratie, veiligheid en criminaliteit, de verhoudingen met Rusland of de rol van de EU in Syrië, energie, de klimaatcrisis en digitale economie is daarvoor cruciaal. Dit kan niet zonder ingrijpende hervormingen om Europa slagvaardiger en democratischer. Indien nodig, moet Nederland daarom samen met een kopgroep van landen intensiever optrekken om te laten zien wat mogelijk is op deze grote kwesties. Een Nexit, vertrek van Nederland uit de EU, is voor D66 onbespreekbaar. Wij zullen ook geen medewerking verlenen aan het uitschrijven van een speciaal referendum hierover.

D66 is voorstander van referenda als noodrem op nieuwe wetgeving, maar niet als volksgericht om met één pennenstreek de vooruitgang die zestig jaar Europese samenwerking ons heeft gebracht in vrede, welvaart en veiligheid, vastgelegd in wet- en regelgeving en verdragen, uit te wissen. De huidige referendumwetgeving en het instrument zelf zijn volstrekt ongeschikt voor dergelijke besluiten en dient te worden aangepast zodat stilzwijgende goedkeuring van verdragen die binnen het Koninkrijk alleen voor Nederland of een deel daarvan gelden geen onderwerp van een referendum kunnen zijn.

 

Lid zijn en worden van de EU

 

De Europese Unie is geen keuzemenu. Lidstaten mogen delen van de verdragen niet naar behoeve buiten werking stellen. Nieuwe lidstaten moeten kiezen voor het gehele “Acquis communautaire”. We moeten tegelijkertijd ook erkennen dat in sommige gevallen een deel van de landen, bijvoorbeeld de landen die de Euro delen, sneller vooruit wil dan de rest. Om niet gegijzeld te worden door die laatste landen is D66 voorstander van een Europa van twee snelheden waarbij conform Titel IV van het Verdrag van de EU voor een groep lidstaten in de Europese Unie mogelijk moet zijn om nauwer met elkaar samen te werken en andere lidstaten kunnen inspringen zodra die daar klaar voor zijn. Soms is dit de enige reële kans om politieke problemen binnen de huidige EU op te lossen.

De omarming van het volledige stelsel aan Europese regels en beleid is een voorwaarde voor toetreding tot de Unie. Voor mogelijke nieuwe leden ligt de lat onverminderd hoog. Korte termijn overwegingen en geopolitieke verhoudingen mogen niet leiden tot marchanderen met de toetredingscriteria, noch tot het in de kou laten staan landen die toenadering zoeken en noemenswaardige vooruitgang maken. Als het huidige proces van uitholling van de Turkse rechtsstaat, waaronder de mogelijke herinvoering van de doodstraf, verder gaat, zijn verdere stappen in toetreding ongeloofwaardig en wil D66 de onderhandelingen over toetreding stopzetten. Voor visumvrij reizen in de Schengenzone, zoals bijvoorbeeld voor Turkije, gelden heldere criteria en afspraken die niet onderhandelbaar zijn ten behoeve van politieke deals. Ook landen die al lid zijn, moeten zich aan de regels op het gebied van democratie, rechtsstaat en burgerlijke vrijheden houden. Om dit te bewaken moeten meer waarborgen worden ingebouwd. Het Europees Parlement heeft het D66-initiatief voor een jaarlijkse grondrechtentoets voor alle lidstaten omarmd, zodat niet alleen gemaakte afspraken over begrotingsdiscipline, maar ook de Europese waarden worden nageleefd. D66 wil dat de uitkomst van deze toets jaarlijks wordt besproken in de nationale parlementen, onder leiding van een rapporteur democratie, rechtsstatelijkheid en grondrechten.

 

Europees nabuurschap

 

D66 vindt het noodzakelijk in de periferie van de EU bij te dragen aan verbetering van de rechtstaat, de strijd tegen corruptie en de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld. Dat is in het belang van de EU en daarmee van Nederland. D66 steunt daarom bijvoorbeeld de consequente implementatie van associatieverdragen met landen als Georgië en Moldavië. De EU dient daarbij een voorspelbare en betrouwbare partner te zijn voor hen die afspraken nakomen en aan criteria voldoen, bijvoorbeeld als het gaat om visumvrij reizen. Alleen dan kan de EU haar geloofwaardigheid bewaren, een referentiepunt zijn voor ontwikkelende democratieën en een positieve impact hebben op haar buurregio.

 

Anders begroten, structureel meer geld naar kennis, innovatie en duurzame groei

 

Europa moet effectiever investeren in economische groei. Overheidsbegrotingen, ook die van de Europese Unie zelf, moeten daarom fundamenteel anders. D66 wil af van de starre Europese zevenjaarsbegroting, waarin vooral geld naar landbouwsubsidies en regiofondsen gaat. Wij willen flexibelere begrotingen gericht op innovatie, duurzame infrastructuur, energie en kennis. Een echte begroting, gebaseerd op eigen middelen in plaats van het gehakketak om bijdragen van lidstaten. Nederland moet daarin vol inzetten op een grotere ontvangst vanuit de Europese fondsen – gebaseerd op de beste voorstellen en niet op basis van handjeklap rond verdeelsleutels. Dat is belangrijk voor onderzoek, innovatie en regionale investeringen in Nederland.

 

Europa is cruciaal voor schone en digitale groei

 

Europa is essentieel voor ambitieuze schone en digitale groei. In en met Europa zorgen wij voor één digitale markt waarin het echt eenvoudig is over grenzen digitaal zaken te doen. We bouwen aan een energiemarkt die snel kan verduurzamen, maken afspraken met handelspartners waarin we onnodige barrières opheffen, met oog voor mens, natuur en milieu en maken Nederland en Europa tot een plek waar talent zich maximaal ontwikkelt en waar internationaal talent zich graag vestigt.

 

Onze stem in de wereld

 

Een sterk Europa kan ook in de 21e eeuw een vuist maken tussen machtsblokken als de Verenigde Staten, Rusland en China. Europese landen staan voor een keuze: laten we ons uiteen spelen of gaan we gezamenlijk de uitdagingen van de 21e eeuw aan? Hierbij geldt: verscheidenheid is prachtig, verdeeldheid is funest. Daarom kiest D66 voor stevige Europese samenwerking, breed gedragen door 450 miljoen Europeanen. Voor een gezamenlijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, vertegenwoordigd door een Eurocommissaris met een netwerk van EU-ambassades. Voor het bundelen van de krachten bij ontwikkelingssamenwerking met minder bureaucratie. Voor één EU-vertegenwoordiging in de Veiligheidsraad, Wereldhandelsorganisatie en Wereldbank. Als één blok staan en strijden we voor de bescherming van onze belangen en voor de rechten en vrijheden van mensen. D66 wil dat Nederlandse diplomaten de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid aanjagen.

 

Samenhangend internationaal beleid

 

Nederland en Europa zullen voortdurend onze plaats in de wereld en onze positie in de vele internationale vraagstukken moeten bepalen. Er is en blijft behoefte aan behartiging van de economische belangen van Nederland in het buitenland. Daarbij heeft Nederland een verantwoordelijkheid voor de meer dan een miljoen Nederlanders in het buitenland. Binnen de contouren van een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid willen we een actieve diplomatie en een overheid die zich sterk richt op het buitenland. Het kiezen voor rechtsorde, veiligheid, mensenrechten en democratie vormt een startpunt. Met deze leidraad zal Nederland een actieve rol moeten vervullen in complexe internationale situaties in de instabiele ring rond Europa, in Afrika en in het Midden-Oosten. Onze positie als land van vrede en recht gaat gepaard met de verplichting deze waarden vol overtuiging uit te dragen. Nederland maakt, in navolging van Scandinavische landen, duidelijke keuzes: we kunnen niet alles doen en moeten ons inzetten op die terreinen waar Nederland een toegevoegde waarde heeft.

 

Actieve diplomatie

 

Nederland kan zijn stem voor democratie en rechtsstaat niet laten horen, maatschappelijke organisaties ondersteunen, onze ondernemers faciliteren of Nederlanders in buitenland helpen zonder de juiste middelen. Daarom investeren we in een diplomatieke dienst, die meer dan voorheen is gericht op aanwezigheid in het buitenland: een sterk netwerk van Nederlandse ambassades, adequate vertegenwoordiging bij internationale organisaties en voldoende capaciteit voor tijdelijke internationale missies. In Europees verband bepleiten we een volwaardige Europese Minister van Buitenlandse Zaken: een zwaargewicht met actieve politieke agenda. Deze minister wordt ondersteund door een volwaardige Europese diplomatieke dienst die niet slechts dient als 29e ambassade, maar een coördinerende rol speelt en de krachten van lidstaten kan bundelen. Zo lang de EU niet een eigen minister en volwaardige buitenlandse dienst heeft, doet Nederland haar uiterste best om bij de VN en haar deelorganisaties een adequate Nederlandse vertegenwoordiging te hebben, met als doel dubbel werk, disfunctionele beleids- en besluitvorming en verspilling tegen te gaan.

 

Aandacht voor Nederlanders in het buitenland

 

Er wonen ongeveer een miljoen Nederlanders tijdelijk of permanent over de grens. D66 wil dat er structurele aandacht is voor hun belangen en hun betrokkenheid bij Nederland. Dat begint met snelle en toegankelijke dienstverlening door posten in het buitenland en online, waarmee we bijvoorbeeld de mogelijkheid bieden om in het buitenland een paspoort of DigiD aan te vragen. Maar ook met de actieve inzet om deze Nederlanders deel te laten nemen aan verkiezingen waarvoor zij stemgerechtigd zijn. Hierbij kijken we actief naar het vereenvoudigen van de huidige procedure, en houden we technologische ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. We hebben ook nadrukkelijk aandacht voor onze grensprovincies en het oplossen van problemen waar zij tegenaan lopen met de buurlanden.

 

Meervoudige nationaliteit

 

Wij zijn er trots op dat mensen van verschillende afkomst Nederlander zijn. Niemand hoeft in Nederland zijn oorspronkelijke nationaliteit op te geven. Ook Nederlanders in het buitenland houden hun Nederlanderschap zolang zij dat willen. Voor oud-Nederlanders die in de afgelopen decennia onvrijwillig hun Nederlanderschap hebben verloren, wordt een speciaal loket ingericht om hen eenmalig de kans te geven het Nederlanderschap terug te krijgen, zonder verlies van hun andere nationaliteit.

 

Kiezen voor rechtsorde, veiligheid, mensenrechten en democratie

 

D66 streeft naar een vrije en rechtvaardige wereld. Dat betekent dat we streven naar een wereld waarin de progressieve liberale waarden centraal staan. Zonder een goed functionerende rechtsstaat en democratie bestaat vrijheid namelijk niet. Voor individuen betekent dit dat we mensenrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en gelijke rechten tussen mannen en vrouwen, vooropstellen. D66 komt op voor persvrijheid in landen waar deze in toenemende mate onder druk staat. Iedereen, waar ook ter wereld, heeft het recht en de vrijheid zichzelf te zijn. We vergroten daartoe de uitgaven voor het Nederlands mensenrechtenfonds. Wereldwijd moet er aandacht zijn voor de emancipatie van vrouwen en meisjes, etnische en religieuze minderheden en LHBTI’ers.

Voor staten betekent dit dat het internationaal recht het uitgangspunt is. Een goede internationale rechtsorde en veiligheid wereldwijd zijn niet alleen in ons eigen belang, maar vormen de basis voor vrede, vrijheid en welvaart die wij aan alle mensen gunnen. De beste manier om een wereld te bereiken waarin iedereen in vrede, vrijheid en veiligheid kan leven, is door internationale samenwerking. Aantasting van beginselen van democratische rechtsstaat moet gevolgen hebben voor onze internationale relaties.

De internationale veiligheidssituatie is de laatste jaren sterk verslechterd. De EU-landen zijn omringd door een ring van instabiliteit die van Rusland via het Midden-Oosten naar Noord-Afrika leidt. Het Nederlandse veiligheidsbeleid dient zich allereerst op de crises in die gebieden te richten.

Daarnaast wil D66 dat Europa haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, die we veelal importeren uit landen met instabiele en autocratische regimes zoals Rusland en Saoedi-Arabië, versneld afbouwt. D66 kiest ervoor dit in Europees verband te doen. Mensenrechten mogen niet ondergeschikt worden gemaakt aan handel. Samenwerken met dictators en autocratische regimes zal op de lange termijn leiden tot minder stabiliteit. Het is belangrijk dat bij economische missies ook de mensenrechten worden besproken.

Het bevorderen van de mensenrechten wereldwijd is alleen geloofwaardig als Nederland zelf volledige verantwoording aflegt over het eigen verleden. Daarom wil D66 dat er een onderzoek komt naar het geweld, van beide zijden, tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.

 

Israël-Palestina

 

D66 steunt een twee-statenoplossing voor het Israëlische-Palestijnse conflict, op basis van de grenzen van 1967. Om de haalbaarheid van die oplossing te beschermen, moet Nederland de staat Palestina erkennen, maatregelen nemen tegen het Israëlische nederzettingenbeleid en de samenwerking met beide partijen aan voorwaarden onderwerpen. In het Midden-Oosten vredesproces dient de EU assertiviteit en leiderschap te tonen. Wanneer de partijen vasthouden aan illegaal beleid dat vrede blokkeert, dan moet de EU daartegen optreden, bijvoorbeeld door opschorting van samenwerkingsovereenkomsten. D66 veroordeelt alle geweld tegen burgers, steunt mensenrechtenverdedigers en streeft naar vrede en veiligheid voor Israël en Palestina. Een duurzame oplossing van het Israëlische-Palestijnse conflict is ook vanuit regionaal perspectief dringend geboden. Zolang dat conflict voortduurt, zal het bijdragen aan verdere radicalisering en instabiliteit in het Midden-Oosten.

 

Nederland als land van vrede en recht

 

Nederland staat internationaal bekend om zijn respect voor mensenrechten en zijn inzet voor de internationale rechtsorde. In de Nederlandse grondwet staat zelfs dat de krijgsmacht er is om de internationale rechtsorde te bevorderen. In het bijzonder staat de stad Den Haag in binnen- en buitenland bekend als internationale stad van vrede en recht. Dat komt natuurlijk door de aanwezigheid van unieke internationale instituties als het Vredespaleis, het Internationaal Strafhof, het Joegoslavië-Tribunaal en Europol. Hiermee kan Nederland een belangrijke bijdrage leveren aan de wereld. De Nederlandse economie profiteert daarnaast aanzienlijk van de aanwezigheid van deze internationale organisaties. Het levert werkgelegenheid op, het stimuleert toerisme en leidt tot allerlei conferenties. Nederland maakt zich bovendien hard voor efficiëntere en effectievere internationale organisaties. Hier geldt als stok achter de deur het verlagen of stopzetten van vrijwillige bijdrages bij onvoldoende verbetering. Dat geld gaat dan naar noodhulp.

Er wordt gericht beleid gevoerd door de Nederlandse overheid om dat imago van Nederland en die positie van Den Haag te bestendigen en te verstevigen. De regering zet zich in voor het vestigen van nog meer internationale instituties in Nederland. Tegelijkertijd spant Nederland zich ervoor in dat meer landen lid worden en lid blijven van instituties zoals het Internationaal Strafhof.

D66 ziet de VN als het belangrijkste platform voor dialoog over mondiale vraagstukken. Het tijdelijke Nederlandse lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2018 biedt een uitgelezen kans. D66 wil het tijdelijke lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad aanwenden om de Nederlandse positie in de wereld te versterken en de VN slagvaardiger te maken.

 

Betrokken bij en realistisch over vluchtelingen

 

Migratie is van alle tijden. Al eeuwenlang komen er mensen uit alle windstreken naar Nederland. En in de loop van de geschiedenis hebben veel Nederlanders hun geluk elders beproefd – op de vlucht voor oorlog, armoede of om elders een beter bestaan op te bouwen. Door de vele brandhaarden in de wereld is op dit moment het grootste aantal mensen op de vlucht sinds de Tweede Wereldoorlog. Het oorlogsgeweld in Syrië, de dictatuur in Eritrea en de acties van de Taliban in Afghanistan verdrijven onschuldige burgers uit hun land. Zij vluchten om zichzelf in veiligheid te brengen en om hun kinderen te beschermen tegen oorlog en geweld. Ook in de komende jaren zullen er veel mensen naar Europa blijven komen. Dat zegt vooral iets over de ernst van de huidige onrust elders in de wereld. Het achterlaten van huis, familie, vrienden en je geboortegrond is immers geen kleine stap. Maar soms wint de vrees voor lijf en leden of het juk van onderdrukkende regimes het van de onzekerheid en ongewisse lotsbestemming die migratie onvermijdelijk met zich meebrengt. Voor die mensen willen en moeten wij er zijn.

Tegelijkertijd vertelt de migratie richting Nederlands ons ook iets over de omstandigheden hier. De vrijheid en economische voorspoed zijn momenteel zo groot dat zij aantrekkingskracht uitoefent op andere delen van de wereld. En dat is bijzonder in de nasleep van de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Die positie moeten we koesteren. Maar zij komt ook met een verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk mensen de kans te geven een menswaardig bestaan op te bouwen – het liefst in de regio van herkomst, maar waar nodig ook in onze eigen samenleving. Het recht op individuele vrijheid is immers niet gebonden aan de plek waar je wieg heeft gestaan.

De afgelopen jaren is er een heftig, en soms te heftig, maatschappelijk debat over vluchtelingen gevoerd. Voor mensen die in eigen land hun leven niet zeker zijn staat onze deur altijd open – dat is onze dure medemenselijke plicht. Maar wij hebben ook begrip voor mensen die willen ontsnappen aan uitzichtloze armoede, voedselgebrek, onbetaalbare gezondheidszorg, corrupte overheden of decennia durende schaduwlevens in kampen voor ontheemden. Het gaat om mensen die verbetering van hun lot – vaak tegen de klippen op – in eigen hand nemen. Daar geldt dat het aanpakken van de oorzaken door meer ontwikkelingssamenwerking en effectiever buitenlands beleid verreweg de voorkeur geniet boven symptoombestrijding door opvang in de regio of in Europa. Wij respecteren de menselijke wens aan het noodlot te ontsnappen en herkennen de drang naar een beter bestaan – gesteld voor dezelfde situatie zouden velen van ons dezelfde aspiraties hebben. En in een ideale wereld zou bewegingsvrijheid niet langer beperkt zijn door grenzen. Maar hoewel onze vitale samenleving meer nieuwkomers kan verwerken dan sommigen denken, dreigen onderling vertrouwen en sociale cohesie bij al te grote migratieschokken af te kalven. Dat vergt een duidelijk beleid om legale routes te creëren voor vluchtelingen en een selectief blue cardsysteem voor economische migranten waarbij de potentiële bijdrage aan de Nederlandse samenleving voorop staat.

 

Europese samenwerking

 

Om vluchtelingen menswaardig op te vangen is Europese samenwerking onmisbaar. Nu moet er eindelijk het door D66 bepleite Europese asielbeleid komen, Europese aanmeldcentra, een goede verdeling van de lasten over de lidstaten en een sterke rol voor EASO, het Europese asielbureau. Goede overeenkomsten met de buurlanden van de EU zijn onmisbaar voor een menswaardige regeling voor immigratie naar en emigratie uit de EU. D66 wil dat de Europese Unie de komende jaren een aanzienlijk deel van haar begroting besteedt aan het in goede banen leiden van deze vluchtelingencrisis en een vluchtelingen Eurocommissaris aanstelt. Lidstaten die meer vluchtelingen opnemen moeten daarvoor financieel beloond worden.

 

Effectiever grensbeleid

 

D66 wil goede grenscontroles aan de buitengrenzen van Europa, zodat we regie hebben op wie wel en niet Europa binnenkomt. Omdat het in ieders belang is dat mensen binnen Europa vrij kunnen bewegen, is de bewaking van de buitengrenzen een verantwoordelijkheid van alle EU-landen samen. Die verantwoordelijkheid wordt nu uitbesteed aan andere landen of ontlopen. Ook wil D66 vluchtroutes beveiligen om mensensmokkelaars uit te sluiten – geen menselijke drama’s meer op open zee. Daarom wil D66 dat de Europese grens- en kustwacht snel operationeel wordt.

Ook wij vinden opvang in de regio een belangrijk onderdeel van de oplossing. Maar we moeten ons ook realiseren dat bijvoorbeeld 95% van de Syrische vluchtelingen momenteel al in Libanon, Jordanië, Turkije en Irak wordt opgevangen. D66 wil veel doen om die opvang te verbeteren, door onze noodhulp flink te verhogen en door structurele partnerschappen aan te gaan met de regeringen daar. Om bijvoorbeeld het onderwijssysteem ter plekke overeind te houden of de infrastructuur te verbeteren. Maar ook opvang in de regio kent zijn grenzen. Om de druk op landen als Libanon en Jordanië te verlichten, zullen Europese landen, naast reguliere asielaanvragen aan onze buitengrenzen, via het UNCHR-hervestigingsprogramma meer vluchtelingen veilig naar Europa moeten laten komen. Momenteel neemt Nederland 500 kwetsbare vluchtelingen per jaar op in het kader van het UNCHR-hervestigingsprogramma. Gezien het grote aantal mensen dat momenteel wereldwijd op de vlucht is moet dit aantal echt substantieel omhoog. D66 vindt dat ook andere Europese lidstaten meer vluchtelingen zouden moeten opnemen via het hervestigingsprogramma van UNHCR.

 

Vluchtelingen- en migratiestromen voorkomen

 

Gekoppeld aan een effectiever Europees asielbeleid, bepleit D66 een stevig investerings- en hulpbeleid om de economische en rechtsstatelijke omstandigheden in landen van herkomst te verbeteren. Economische ontwikkeling ontstaat pas als de overheid en markt functioneren, in infrastructuur en voedselvoorziening wordt geïnvesteerd en er banen zijn. Want zolang er in eigen land geen kansen zijn, zullen mensen die kansen elders zoeken. Met een verwachte bevolkingsomvang van vier miljard mensen in Afrika aan het einde van deze eeuw kunnen wij ons dat niet veroorloven. Dit is een proces van de lange adem. Maar het is de enige manier om aan zoveel mogelijk mensen een leven in vrijheid te kunnen bieden. In Nederland, Europa en daarbuiten.

 

Onschuldig tot het tegendeel is bewezen

 

Nederland mag geen vrijhaven zijn voor oorlogsmisdadigers. Daarom moet het Team Internationale Misdrijven extra capaciteit krijgen om asielzoekers die verdacht worden van oorlogsmisdrijven daadwerkelijk berecht kunnen worden. Het huidige beleid, waarbij asielzoekers direct worden uitgesloten van de asielprocedure als er een verdenking is van oorlogsmisdrijven op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, vindt D66 onzorgvuldig. Daarom wil D66 dat er een onderzoek komt naar de huidige toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.

 

Asielzoekers kunnen meteen meedoen

 

Op dit moment wordt er te veel gesleept met de asielzoekers die Nederland bereiken. We geven deze mensen op de vlucht onvoldoende kansen zinvol aan de slag te gaan. Daarmee maken we ze het bij voorbaat heel erg moeilijk om wat van hun leven te maken. Terwijl we allemaal zouden moeten weten dat de meeste mensen nog lang in Nederland zullen wonen.

D66 wil daarom de opvang van asielzoekers in Nederland radicaal anders vormgeven: we willen permanente opvangreserve (ook in rustigere tijden), kleinschaligere opvang, een regierol voor gemeenten in de opzet van opvang en een zo kort mogelijke procedure, die is gericht op het belang van het kind. De asielprocedure moet zo worden ingericht dat het aantal verhuisbewegingen van mensen tijdens de procedure zo klein mogelijk is, zeker als er kinderen in het spel zijn. Dit komt ook ten goede aan de kwaliteit van onderwijs voor asielkinderen. Het is van belang dat mensen, vrouwen net zo goed als mannen, zo snel mogelijk kunnen meedoen in de maatschappij. Daarvoor is een korte en efficiënte asielprocedure cruciaal. Als er door een te hoge asielinstroom te weinig capaciteit is om de achtdaagse procedure te waarborgen, dan moet er direct extra capaciteit komen om maandenlange wachttijden te voorkomen. Hetzelfde geldt voor gezinshereniging. Ook die procedure moet zo snel mogelijk verlopen om onzekerheid en gebrekkige integratie te voorkomen. Het uitgangspunt is dat mensen wier asielverzoek niet wordt ingewilligd moeten terugkeren naar land van herkomst. D66 vindt het belangrijk om uitgeprocedeerde asielzoekers naast bed, bad en brood ook begeleiding geboden wordt, zodat hen een toekomstperspectief wordt geboden voor terugkeer naar het land van herkomst en hen een kans wordt geboden om een menswaardig bestaan te leiden. De afgelopen jaren maken duidelijk dat het Nederlands en het Europees asielsysteem volledig op de schop moeten. D66 wil de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet Inburgering wijzigen.

 

Integratie van vluchtelingen

 

Wij moeten de mensen die naar ons land zijn gevlucht en die structureel onderdeel worden van onze samenleving echt mee laten doen. D66 vindt meedoen aan de Nederlandse maatschappij door het spreken van de taal en het hebben van een baan het allerbelangrijkst. Daarom moet daar vanaf dag één in Nederland aan gewerkt worden. Al in de opvang moet er door het rijk gezorgd worden voor taalcursussen en onderwijs voor kinderen. Drempels om te kunnen of mogen werken, moeten worden weggenomen, zodat mensen direct aan de slag kunnen. D66 wil bovendien de naturalisatietermijn terugbrengen naar vijf jaar. Vluchtelingen hebben ook kennis van de Nederlandse maatschappij nodig om mee te kunnen doen. We verwachten uiteraard dat vluchtelingen zich inspannen om die kennis op te doen. Om dat ondersteunen zien we meer in kwalitatief goede cursussen, dan in een onzinnige toets als het huidige inburgeringsexamen.

D66 wil dat zo snel mogelijk in kaart wordt gebracht wat de competenties van deze vrouwen en mannen zijn. Diploma’s uit het land van herkomst moeten snel erkend worden en er moet gekeken worden naar de nodige aanvullende opleidingen. Bij het plaatsen van statushouders in de gemeente moeten we kijken naar vraag en aanbod: in welke gemeente is er behoefte aan welke arbeidskrachten?

Overheid en gemeenten moeten veel meer ondersteuning en begeleiding bieden tijdens de inburgering. Daarbij verwachten we dat niet alleen mannelijke asielzoekers, maar ook vrouwen actief kansen krijgen en geacht worden deze te grijpen. Keerzijde van deze intensieve begeleiding is wel dat inburgerweigeraars uiteindelijk ook het land uit kunnen worden gezet, tenzij een uitzetting in strijd is met het beginsel van non-refoulement.

 

Bescherming kwetsbare groepen

 

D66 wil dat er in de asielopvang voldoende aandacht is voor het aanpakken van daders en de bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen, getraumatiseerde personen en LHBTI’ers met verschillende culturele en religieuze achtergronden. D66 wil daarnaast een verruiming van het Kinderpardon, zodat gewortelde kinderen die al langer dan vijf jaar in Nederland verblijven alsnog een vergunning kunnen krijgen.

 

Bed, bad en brood

 

D66 wil dat het kabinet meer werk maakt van de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, in Nederland en in Europees verband. Dit betekent dat de bed-, bad- en broodvoorziening gekoppeld moet worden aan begeleiding die toewerkt naar een toekomstperspectief in land van herkomst voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Kleinschalige opvang waarbij ongedocumenteerden ook begeleiding krijgen, biedt perspectief op een daadwerkelijke toekomst in Nederland of het land van herkomst en daarom mogen gemeenten dit blijven aanbieden.

 

Vreemdelingenbewaring

 

In uiterste gevallen is het nodig om in de vreemdelingenbewaring machtsmiddelen in te zetten, maar D66 wil dit beperken en daar heel hoge barrières en heldere grenzen aan stellen. D66 wil geen kinderen in de cel, grensdetentie afschaffen, geen isolatie tenzij strikt noodzakelijk en geen visitatie.

 

Ambitieuze internationale samenwerking

 

De afgelopen jaren is er veel kritiek geweest op ontwikkelingssamenwerking (OS). Kabinet na kabinet bezuinigde op de uitgaven voor OS, waarbij de opvang van vluchtelingen in Nederland een steeds groter deel van de uitgaven opslokt. Nu de vanzelfsprekendheid van OS verdwenen is en omvang en aanwending van het OS-budget ter discussie staan is het des te belangrijker dat D66, historisch voorvechter van het investeren in internationale samenwerking, duidelijk is over het waarom, wat, hoe, waaraan, hoeveel en onder welke voorwaarden van het investeren in OS.

Dat begint met de constatering dat er nooit eerder in de geschiedenis zoveel mensen leefden in vrede en in korte tijd wisten te ontsnappen aan armoede. Een radicaal gestegen levensverwachting, de spectaculaire daling van kindersterfte, een toenemend opleidingsniveau: gemiddeld genomen gaat het met heel veel mensen beter dan ooit. Deze trend is zeker niet exclusief, of zelfs grotendeels, gedreven door Westerse hulpinspanningen. Maar er is veel bereikt in de afgelopen decennia, en de wereldwijde investeringen in OS hebben daaraan hun bijdrage geleverd. Dat wil niet zeggen dat er niet veel beter kan en moet. Internationale samenwerking is en blijft nodig – we zijn er nog niet. Want hoewel de extreme armoede fors gedaald is, is de kloof tussen arm en rijk een stuk groter geworden. En een te grote kloof belemmert economische groei en werkt conflicten en instabiliteit in de hand. Nog vele landen en mensen kunnen steun in de rug goed gebruiken om hun broze economische ontwikkeling tot een daadwerkelijk duurzaam succes te maken.

De wereld heeft zich daarom recent gecommitteerd aan nieuwe Sustainable Development Goals. Daarin kan Nederland – overheid, bedrijfsleven, burger – een belangrijke rol spelen. Uitgaande van onze democratische en rechtsstatelijke waarden en met respect voor mens en planeet. Als we meer invloed willen hebben dan moeten we een gerichter en integrale agenda voeren: internationale samenwerking omvat voor ons ontwikkeling en veiligheid, maar ook zaken als armoede, economie, handel, klimaat en natuur. We willen klaarstaan met noodhulp voor de mensen die het het hardst nodig hebben en daar investeren waar we met onze kennis en middelen het verschil kunnen maken. Het verschil maken op duurzame ontwikkeling – met focus op water, voedsel en landbouw, en wellicht energie – en de positie van vrouwen, meisjes en LHBTI.

 

Investeren in duurzame economische zelfredzaamheid

 

Toekomstvaste ontwikkeling ontstaat alleen in een duurzame economische context. Daarom bevorderen wij internationale handel waarbij iedereen zich aan hoge normen houdt en streven wij naar gelijkwaardige economische kansen voor mannen en vrouwen. Wij zetten ons in voor microfinanciering, toegang tot kapitaal en financiële instrumenten als bankrekeningen, verzekeringen en duurzame productiemethoden en investeren wij in trainingen gericht op vaardigheden en kennis van ondernemers. Het Nederlandse bedrijfsleven is voor deze inspanningen een onontbeerlijke partner.

 

Doorbraken op terreinen waar Nederland bijzondere kennis of vaardigheden heeft

 

Wij investeren in het opbouwen en beschikbaar maken van kennis op specifieke terreinen waar Nederland al een koppositie heeft. Daarbij investeren we gericht in vraagstukken die oplosbaar zijn binnen de omvang van Nederlandse budgetten en waar vormen van nieuwe kennis of gerichte toepassing van bestaande kennis op dit moment onvoldoende plaatsvindt. Voorbeelden van deze terreinen zijn watermanagement (Delft), landbouw en voedselzekerheid (Wageningen) en internationaal recht (Den Haag/Leiden). Samenwerkingsverbanden met kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven – hier én daar – zorgen voor echte invloed en verschil.

 

Investeren in rechtsstatelijkheid en mensenrechten – vrouwen, meisjes, LHBTI

 

Wat D66 betreft staat Nederland voor vrijheid en diversiteit, democratie en rechtsstaat – ook internationaal. Daarom investeren wij wereldwijd in de opbouw van onafhankelijke rechterlijke macht, dragen wij bij aan missies gericht op de opbouw van een rechtstaat en verbetering van de kwaliteit van bestuur via initiatieven voor transparantie en verantwoording. Daarnaast steunen we de organisatie van vrije verkiezingen, waarborgen vrije pers en media en komen we op voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en de positie van vrouwen, meisjes en seksuele minderheden (LHBTI). D66 wil daarnaast dat Nederland zich hard maakt voor een effectiever Internationaal Strafhof met meer armslag en een grotere afschrikwekkende werking.

 

Noodhulp blijft noodzakelijk en kan beter

 

Helaas blijft er behoefte aan incidentele hulp bij natuurrampen of conflicten – te vrezen valt dat deze behoefte als gevolg van klimaatverandering alleen maar groeit. Nederland koestert zijn voortrekkersrol op dit vlak en investeert in voedsel, in opvang, in noodsanitair en onderdak van vluchtelingen. Er is nog steeds een tekort aan deze middelen of diensten en nog te vaak komen deze te laat om de nood te lenigen. Door sneller ter plaatste te zijn of zelfs op nood te anticiperen, waarbij bijzondere aandacht is voor de kwetsbare positie van vrouwen, meisjes en LHBTI’ers, kan veel leed, maar kunnen ook veel kosten voorkomen worden. Nederland investeert meer en in overleg met internationale partners ontwikkelen we methoden waarmee we sneller en beter hulp kunnen bieden, bijvoorbeeld door op strategische plaatsen voorraden aan te leggen of door specifieke oplossingen voor sanitair, licht of waterzuivering te laten ontwikkelen. Nederland maakt daarom Jordanië en Libanon focuslanden.

 

Stoppen met vernielen van natuur

 

Nederland, Europa en bijna alle landen in de wereld, hebben beloofd dat de achteruitgang van natuur en biodiversiteit gestopt wordt. Sterker nog, in Europa hebben we ons zelfs gecommitteerd aan het herstel van natuur. Daar waar we ons daadwerkelijk inzetten voor bescherming en herstel, komen we er keer op keer achter dat dit gepaard gaat met positieve effecten voor welvaart en leefbaarheid. Maar te vaak komt er weinig terecht van onze beloften en gaan we door met het ouderwetse vernielmodel. Daarom wil D66 een wettelijk ‘no net loss’-principe. Er mag geen netto verlies aan natuur optreden. Dus ieder verlies aan natuur moet elders gecompenseerd worden. Dat zorgt ervoor dat in elk project de echte kosten van natuurverlies meegewogen zullen worden en het ontmoedigt vernielende projecten in gebieden van hoge natuurwaarde. Dit geeft een grote prikkel voor ieder project om het verlies zo klein mogelijk te maken en een grote stimulans voor projecten van natuurherstel. D66 wil dit principe in Nederland en in Europa invoeren. We zouden het ook willen toepassen bij met Nederlands en Europees geld gefinancierde projecten buiten Europa. Het ontwikkelingsbeleid van Nederland en Europa mag niet tot een verdere vernietiging van de natuur leiden. Dat moet dus een hard criterium worden. Nederland spant zich in Europees verband specifiek in om ontbossing in grondstofketens uit te bannen. Het EU Deforestation Free Action Plan moet uitmonden in regelgeving om ontbossing in grondstofketens uit te bannen. Het is van belang dat Nederland zich hiervoor inspant.

 

Met volle energie achter Sustainable Development Goals

 

Vrijheid bestaat alleen op een leefbare planeet. Daarom hebben we wereldwijd Sustainable Development Goals (SDG’s) afgesproken. Deze moeten nationaal, dus ook in Nederland, en internationaal voortvarend nagestreefd worden. Hierbij werken we nauw samen met NGO’s, kennisinstellingen en bedrijven. Bij de SDG’s gaat het om alle aspecten van duurzame ontwikkeling en niet alleen om armoedebestrijding. Veel problemen hangen met elkaar samen, zoals klimaatverandering, droogte, onveiligheid en het ontstaan van vluchtelingenstromen. Zorg voor vrede, veiligheid, milieu en biodiversiteit zijn een onlosmakelijk deel van deze duurzame ontwikkeling. Daarom financieren wij bescherming van bestaande en nieuwe beschermde natuurgebieden en soorten op land en zee; we bestrijden milieucriminaliteit en stroperij en strijden tegen (de gevolgen van) klimaatverandering. Hierbij zetten we ook in op goed onderwijs en goede gezondheidszorg, want dat is een basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling, eerlijke handel, vrede en veiligheid. Door de inzet op onderwijs wordt bijgedragen aan lokale capaciteitsversterking, terwijl de aandacht voor goede gezondheidszorg bijdraagt aan toenemende bestaanszekerheid en indirect aan gestage daling van de geboortecijfers.

 

Bestrijden van stroperij

 

Nederland spant zich in voor de implementatie van het EU Wildlife Crime Action Plan. Het stropen van bedreigde wilde dieren is een grote bedreiging voor het voortbestaan van vele dier- en plantensoorten. Georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde aanpak. Europa kan bijvoorbeeld een belangrijk rol spelen op het gebied van handhaving op doorvoer via (lucht-) havens.

 

Doen wat we beloofd hebben: nakomen afspraken biodiversiteit

 

Het klimaatakkoord van Parijs stemt ons optimistisch. Dit akkoord bevat een innovatieve aanpak om elk land voor zich te laten werken aan verbetering. Alle landen hebben zich verplicht om nationale klimaatplannen op te stellen en over ambitie en voortgang aan elkaar te rapporteren. D66 denkt dat deze methode ook kan helpen om de al bestaande afspraken over behoud van natuur en biodiversiteit tot resultaten te laten leiden. Deze aanpak kunnen we al direct toepassen met onze Europese partners.

 

Beschikbaar maken van kennis

 

Wij zijn ervan overtuigd dat kennis mensen in staat stelt zichzelf te ontwikkelen. De hoeveelheid kennis in de wereld neemt met hoge snelheid toe, maar er is veel ongelijkheid in beschikbaarheid. Zeker voor mensen die de Engelse taal niet machtig zijn, blijft veel kennis – van praktische kennis over gezondheid of ambachten tot cultureel erfgoed en wereldliteratuur – onbereikbaar omdat het niet rendabel is deze kennis te vertalen en naar hen te distribueren. Wij willen dat Nederland investeert in het beschikbaar stellen van die kennis op een manier en in een taal die effectief is.

 

Op een effectieve manier investeren

 

D66 denkt dat er nog veel te winnen is in de manier waarop wij onze internationale samenwerking vorm geven. Ontwikkelingssamenwerking kan anders en beter. Daarom zetten wij in op langdurige overeenkomsten en plannen. Wij willen grotere en langjarige betrokkenheid, beperkt tot een beheersbaar aantal landen. Daarbij sturen we op de bijbehorende continuïteit en expertise bij de Nederlandse overheid. De huidige uitvoering via Buitenlandse Zaken met hoge rotatie van mensen en bijbehorend verlies van expertise en programmakennis sluit hierbij niet aan.

Deze plannen zijn alleen effectief wanneer er sprake is van heldere doelstellingen en het meten van resultaten en voortgang. We weten vooraf wat we willen bereiken met een investering en vertalen die doelstellingen in termen van resultaat en voortgang. Deze leggen we vast, maken we publiek en hierop rapporteren wij transparant. Hierbij waken we voor het creëren van onnodige rapportagebureaucratie.

Wij versterken de capaciteit van de overheid om deze activiteiten aan te jagen, maar laten de uitvoering in handen van partners. De overheid stelt prioriteiten, beslist over de lange termijn allocatie van middelen en zorgt dat resultaten en voortgang gemeten en gerapporteerd worden. Externe partners zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van plannen en de uitvoering daarvan binnen de door de overheid gestelde kaders. Goed bestuur wordt een belangrijke toetssteen voor bilaterale en multilaterale internationale samenwerking. De overheid ziet toe op doelmatige besteding, maar gaat niet op de stoel van de partner zitten.

 

Eerlijke handel en belastingen

 

De beste kans op ontwikkeling bieden wij door mensen de kans te geven handel te drijven en door oneerlijke belastingpraktijken tegen te gaan. D66 wil verder gaan met de investeringen in duurzame handel en ondernemerschap. D66 wil ook dat de Europese Unie eenzijdig handelsbarrières afbouwt voor (landbouw)producten uit ontwikkelingslanden om boeren daar een eerlijke kans te geven hun goederen te produceren en exporteren, zonder gesubsidieerde concurrentie van EU-exporteurs. Met OESO-partners en in de EU werken wij samen aan betere regels om belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan. Wij hechten aan de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland, mits deze aantrekkelijkheid niet fiscaal gedreven is, maar gebaseerd op onze vele belastingverdragen en een Belastingdienst die goed samenwerkt. Wij willen niet dat bedrijven en burgers gebruik kunnen maken van schimmige constructies om het zicht op hun inkomen en vermogen te onttrekken aan onze belastingdienst of de belastingdienst van het land waar zij in wonen of werken. De verschillen tussen belastingsystemen van landen bieden multinationals teveel mogelijkheden om belasting te ontwijken. Dit heeft zeker voor ontwikkelingslanden erg negatieve gevolgen. D66 verlangt een actieve bijdrage van Nederland aan een rechtvaardig internationaal belastingsysteem. We moeten vooroplopen in de strijd tegen belastingontwijking door een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting in te voeren op Europees niveau, meer en efficiënter informatie tussen belastingdiensten uit te wisselen en strengere vestigingscriteria te hanteren voor bedrijven die lege brievenbusmaatschappijen willen oprichten met als doel belasting te omzeilen. Ook willen we een zwarte lijst voor belastingparadijzen, waaraan we sancties verbinden. D66 is voorstander van publieke transparantie van bedrijven over omzet, winst en belastingafdracht per land.

 

Meer investeren

 

In de afgelopen jaren hebben we de krimp en verwatering van het budget voor internationale samenwerking met lede ogen aangezien. De beschikbare middelen zijn fors afgenomen en ook nog eens ingezet voor de opvang van asielzoekers in Nederland. Daarmee heeft Nederland de internationale afspraken hierover in feite losgelaten. D66 wil dat Nederland zijn verantwoordelijkheid neemt, door minimaal 0,7% van het BNP te besteden aan duurzame ontwikkeling in minder ontwikkelde landen. D66 wil ook dat Nederland andere landen aanspoort om ook aan deze internationale afspraak te voldoen. Dat vraagt om een zuivere inzet van het budget en een uitbreiding van onze investeringen. Naast het beter inzetten van de beschikbare middelen willen wij de komende jaren de uitgaven aan internationale samenwerking met € 750 miljoen laten groeien en toewerken naar de afspraken die in het kader van SDG’s zijn gemaakt. De uitgaven voor internationale klimaatfinanciering die voortkomen uit het nakomen van de Nederlandse verplichtingen als gevolg van het klimaatverdrag van Parijs, komen conform internationale afspraken niet ten late van het budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Armoedebestrijding is alleen mogelijk als de economische groei op duurzame wijze tot stand komt. Nederlandse ontwikkelingsprojecten krijgen daarom een strenge duurzaamheidstoets op bijvoorbeeld klimaat- en biodiversiteitseffecten.

 

Modern veiligheidsbeleid

 

In een dynamische en onvoorspelbare wereld kan Nederland niet leunen op diplomatie en internationale samenwerking alleen. D66 wil een weloverwogen en modern veiligheidsbeleid met een uitgestoken hand waar mogelijk en geloofwaardige vuist waar nodig. De trans-Atlantische band is sterk maar aan verandering onderhevig: minder dan voorheen kunnen wij leunen op de Verenigde Staten om onze veiligheid te borgen. Niet onterecht verwacht de VS meer van ons. In dit onzekere tijdsgewricht zal Europa meer zelf moeten leren, denken en doen. D66 is overtuigd van een verdere voortzetting van Europese samenwerking op het gebied van gezamenlijke aankoop en onderhoud van materieel, het opzetten van gezamenlijke opleidingen en trainingen, het poolen van bestaand militair materieel en afspraken over taakspecialisatie tussen landen. Op de lange termijn wil D66 dan ook naar een Europees leger, ingebed in een democratisch en sterk Europa met een sterke relatie met onze trans-Atlantische bondgenoten. In de nabije toekomst blijft Nederland echter, ook in deze geglobaliseerde wereld, eindverantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid. Helemaal nu die wereld door een turbulente fase van fragmentatie en destabilisatie gaat. We kunnen bij de handhaving van vrede, veiligheid en stabiliteit niet zonder een geloofwaardige stok achter de deur. Daarom wil D66 een moderne, direct inzetbare defensie – in Nederland én Europa die binnen een geïntegreerde benadering in samenhang met diplomatie en ontwikkelingssamenwerking kan opereren.

 

Strategische keuzes maken

 

Nederland moet scherpe keuzes maken over de ambities van de krijgsmacht. Er gaapt momenteel een gat tussen ambitie en middelen. De noodzakelijke middelen moeten beschikbaar worden gesteld zodat de krijgsmacht aan haar internationale verplichtingen en grondwettelijke taken kan voldoen en kan inspelen op de zich voortdurend ontwikkelende veiligheidssituatie. Daar hoort allereerst de erkenning bij dat effectieve defensie nog altijd leunt op drie klassieke pijlers: landmacht, marine en luchtmacht.

D66 voegt daar expliciet een nieuw aspect aan toe en dat is digitale oorlogsvoering (cyber warfare). D66 ziet Nederland als digitale koploper in Europa. De bescherming van Nederland als wereldwijd knooppunt van verkeers- en datastromen vraagt om significante verhoging van het budget voor cybersecurity, zowel binnen Defensie als binnen Veiligheid en Justitie. D66 wil met dit extra budget het cybercommando, de inlichtingen- en communicatiecapaciteit en het IT netwerk versterken. D66 wil dat Defensie, het Nationale Cyber Security Centrum, onderzoeksinstellingen en bedrijven intensief samenwerken aan de bescherming van onze vitale infrastructuren en aan het ontwikkelen van innovatieve producten en diensten. Op die manier beschermen we Nederland als knooppunt en versterken we tegelijkertijd onze exportpositie.

D66 wil dat ons land in staat blijft deel te nemen aan activiteiten in het hoogste geweldsspectrum. Gelegen binnen een ring van instabiliteit is dit voor Nederland en Europa noodzakelijk. Tegelijkertijd deinzen wij er niet voor terug om ons – in samenspraak met onze partners – te specialiseren. We zullen bijvoorbeeld met mensen én middelen moeten anticiperen op het toenemende belang van cyber warfare en daarmee dus ook een hogere prioriteit geven. Een combinatie van investeren en specialiseren: daarmee blijft het mogelijk om onze veiligheid te bewaken en met partners deel te nemen aan de meest complexe militaire interventies.

 

Militaire interventie is nooit de eerste optie

 

Bij besluitvorming over militaire missies weegt een volkenrechtelijk mandaat uiterst zwaar. Een Veiligheidsraadresolutie heeft altijd de voorkeur. Maar in zeldzame gevallen, zoals bij een genocide, kan tot een militaire interventie worden besloten – ondanks een blokkade van één of meerdere landen in de Veiligheidsraad. Ook dan heeft een zo breed mogelijke internationale coalitie de voorkeur.

 

Defensie – een professionele organisatie

 

Als het zo ver komt dat militairen worden ingezet, dan moeten wij en de militairen op defensie kunnen rekenen. Daarvoor is een professionele organisatie essentieel. Wat D66 betreft komt er een einde aan de huidige versnipperde inzet en organisatorische zwaktes zoals onder andere door de Algemene Rekenkamer is gesignaleerd. Dit betekent allereerst dat de basis op orde moet worden gebracht. Uitgezonden personeel moet adequaat zijn getraind voor de gestelde taak, beschikken over uitstekend materiaal en er moet een juiste balans gevonden worden tussen militairen in het veld en hoger kader en overhead. Om hiervoor te zorgen is een betere samenwerking nodig met andere ministeries, het bedrijfsleven en kennisinstituten. Daarnaast willen wij dat defensie een toonaangevende organisatie wordt waar ook de nieuwe generatie graag werkt. We willen dat defensie meer aandacht besteedt aan diversiteit.

Reservisten verrijken defensie met specifieke kennis en kunde en vormen een verbindende schakel tussen de krijgsmacht en de samenleving. D66 is daarom van mening dat reservisten structureel tot de sterkte van defensie moeten gaan behoren en dat hun aantal zowel in absolute als in procentuele zin de komende jaren moet groeien. Zij kunnen fungeren als een flexibele schil van de krijgsmacht, in te zetten waar en wanneer nodig. Defensie moet haar reservistenbeleid helder neerzetten en de uitvoering hiervan eenduidig organiseren, met één loket voor reservisten en bedrijven. Ook staan we voor een actief veteranenbeleid. Om deze rol goed te kunnen vervullen, heeft defensie meer geld nodig. Alleen al de verbetering van de directe inzetbaarheid van onze huidige krijgsmacht vergt een substantiële investering. We kunnen bovendien niet langer afhankelijk blijven van de Verenigde Staten voor onze veiligheid. Daarom wil D66 dat onze defensie-uitgaven stapsgewijs toegroeien naar het Europese gemiddelde. Daaraan verbonden is een nut en noodzaak discussie over aanschaf van materieel; een aspect dat expliciet verbonden zal moeten zijn met kennis van te veel en te weinig aanwezig materieel binnen NAVO verband.

 

Een Europees veiligheidsbeleid voor echte impact

 

Voor serieuze invloed op het wereldtoneel is een slagvaardige Europese defensie onontbeerlijk. Dat vergt een betere taakverdeling tussen de lidstaten, inzicht in elkaars capaciteiten en reeds bestaande samenwerkingsprojecten en heldere afspraken. Teveel nog probeert iedereen nu zijn krijgsmacht vorm te geven als een Zwitsers zakmes: alles moet erop zitten. Dat is niet alleen onbetaalbaar maar vooral ook inefficiënt. Vrijwel geen enkele lidstaat kan momenteel nog zelfstandig een missie uitvoeren. D66 wil daarom een volwaardig en samenhangend Europees veiligheidsbeleid. Daarmee geven we het Europees buitenlandsbeleid beduidend meer gewicht. Dit werkt alleen met besluitvorming die minder gevoelig is voor de tegenstand van een individueel land. D66 zal zich inzetten voor de implementatie van de EU-buitenlandstrategie De EU beschikt over veel instrumenten op het terrein van veiligheid en defensie; het is zaak deze te gebruiken. Daarom stelt D66 voor om een EU-breed onderzoek in te stellen naar de politieke besluitvormingsprocedures rondom de uitzending van militairen in de lidstaten. Deze oproep tot meer Europese defensiesamenwerking is niet gericht tegen de NAVO. Sterker nog, die integratie stelt ons in staat te bouwen aan een sterke defensiepijler bínnen de NAVO. Daarom moet Europa opereren binnen de NAVO wanneer het kan, maar buiten de NAVO kunnen functioneren wanneer het moet. De veiligheidsgaranties die NAVO-leden aan elkaar bieden zijn en blijven het fundament onder onze veiligheid.

 

Betere Europese samenwerking voor meer slagkracht

 

Op de lange termijn streven we naar de vorming van een Europese krijgsmacht. Met een duidelijke taakspecialisatie voor iedere lidstaat. Op de korte termijn valt er al veel te winnen met relatief kleine stappen. D66 zet zich in voor gezamenlijke opslag, onderhoud, gebruik en inkoop van materieel met andere Europese landen. Efficiënte defensiesamenwerking binnen Europa kan niet zonder een open en gezonde markt. Nog te vaak laten lidstaten zich momenteel leiden door de economische belangen van hun eigen nationale defensiebedrijven bij de inkoop van materieel. Daarom ijvert D66 voor het openbreken van de defensie(aanbestedings)markt. In de afgelopen jaren is Nederland koploper geworden op het gebied van defensiesamenwerking met andere Europese landen – in Benelux-verband, met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Die voortrekkerspositie moeten we gebruiken om andere lidstaten aan te sporen ons voorbeeld te volgen. Daarmee bezorgen we Europa de militaire slagkracht die zo instrumenteel is voor onze vrede, veiligheid en welvaart.

 

Paal en perk aan wapenexport

 

We leveren geen wapens aan landen die gruwelijke misdaden begaan of aan landen die stelselmatig mensenrechten schenden. Daarover bestaan afspraken in de Europese Unie. Toch leggen landen die afspraken vaak anders uit. Daar moet verandering in komen. D66 wil een veel verdere harmonisatie van het gemeenschappelijk wapenexportbeleid in Europa. We willen voorkomen dat het ene land besluit dat export niet kan, en het andere land besluit dat het wel kan. Soms nemen lidstaten onbegrijpelijke exportbesluiten op basis van verschillende inschattingen van risico’s. Nederland kan vaker een voorschot nemen op het Europees standpunt door zich Europees uit te spreken voor een exportbevriezing of wapenembargo.

Een strikter beleid ten aanzien van de wapenexport naar het Midden-Oosten is gerechtvaardigd, gezien de mensenrechtensituatie daar. Met de oprichting van een onafhankelijke wapenexportautoriteit roepen we een scheidsrechter in het leven die kan optreden wanneer lidstaten verschillende besluiten nemen over het exporteren van wapens. Ook wordt het voor landen binnen de EU mogelijk om exportbesluiten van andere lidstaten aan een rechterlijke toets te onderwerpen. D66 wil dat er betere controle plaatsvindt op waar geëxporteerde wapens terecht komen en worden ingezet. Een modern wapenexportbeleid houdt ook rekening met digitale wapens. Als wij in Europa technologieën maken die louter bedoeld zijn om mensen op te sporen en deze vervolgens verkopen aan repressieve regimes, dan is er sprake van digitale wapenhandel.

 

Terugdringen kernwapens

 

Voor kernwapens en autonome wapensystemen, zoals zelfschietende robots, is wat D66 betreft helemaal geen plaats in wapenarsenalen. Daarom spant Nederland zich extra in voor verdragen om deze te verbieden of in ieder geval te verminderen. De JSF krijgt als vervanger van de F-16 niet langer een nucleaire taak. Het aantal kernwapens moet sterk worden teruggedrongen. Het uiteindelijke doel is dat alle kernwapens volledig worden vernietigd en verwijderd. Daarom is handhaving en versterking van de afspraken over non-proliferatie noodzakelijk. Daarnaast wil D66 beperking van ontwikkeling, handel in en bezit van kleine wapens, clusterbommen en landmijnen, alsook strenge maatregelen tegen wapensmokkel.

Verkiezingsprogramma 2017-2021