Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Zelfbeschikking en keuzevrijheid

Overzicht
Zelfbeschikking en keuzevrijheid

Vrijheid is ons grootste recht en een belangrijke verworvenheid. Onze overtuiging is dat mensen in vrijheid de beste keuzes maken om hun leven vorm te geven en hun vermogens in te zetten. Voor henzelf en, naar ons rotsvaste vertrouwen, ook voor de mensen om hen heen. Vrijheid in verbondenheid, dat moeten we koesteren. Sinds haar oprichting staat D66 pal voor de vrijheid van het individu. Persoonlijke autonomie en zichtbaar jezelf kunnen zijn, stonden én staan daarbij steeds centraal. Niet de uitbreiding van zelfbeschikking, maar de inperking moet steeds bevraagd en beargumenteerd worden. Waarbij de vrijheid van de een ophoudt waar die van de ander begint.

De afgelopen decennia hebben mensen, mede dankzij D66, meer vrijheid gekregen om zelf te beschikken over hun lichaam en leven. Bij iedere nieuwe tijd horen nieuwe uitdagingen. Als gevolg van demografische, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen ontstaan nieuwe spanningen voor keuzevrijheid en zelfbeschikking. Dit vraagt om een actieve overheid, die optreedt om vrijheid te beschermen en bevordert dat mensen in vrijheid zinvolle keuzes kunnen maken. Ook wanneer dit fundamentele vragen over het leven of een vrijwillig levenseinde betreft.

D66 wil dat het personen- en familierecht meer ruimte biedt voor de toegenomen diversiteit van leefvormen. Mensen moeten meer ruimte krijgen om met de arts te beslissen over belangrijke medische keuzes. Ook online moeten mensen vrij kunnen bewegen, want een steeds groter deel van ons leven speelt zich daar af. D66 maakt zich hard voor het beschermen van vrijheid en het koesteren van diversiteit, zodat iedereen dezelfde kansen krijgt, ongeacht leeftijd, achtergrond, herkomst, geslacht, seksuele oriëntatie, genderidentiteit, leefvorm of huidskleur.

 

Familie van nu

 

De diversiteit aan leefvormen is toegenomen. Mensen beslissen zelf hoe ze relaties en ouderschap invullen. Ons recht gaat te vaak nog uit van meer traditionele leefvormkeuzes. Dat knelt. D66 wil dat in alle wet- en regelgeving het perspectief omgekeerd wordt. D66 wil wet- en regelgeving zoveel mogelijk leefvormneutraal maken. We maken geen onderscheid tussen alleenstaand, getrouwd of anderszins samenlevend. Alleen als er een dringende reden voor is, wijken we van dit uitgangspunt af.

D66 wil dat mensen de mogelijkheid hebben om dierbare relaties juridisch te erkennen en te beschermen. Het huidige personen-, familie-, erf- en schenkrecht staat dit niet voor iedereen toe. D66 wil dat veranderen, omdat we pal staan voor zelfbeschikking en gelijke behandeling. Zeker als het gaat om familierelaties, want voor veel mensen is familie het belangrijkste dat er is. Uiteraard toetsen we telkens kritisch of keuzes voor de inrichting van het familieleven niet ten koste gaat van de vrijheid van anderen, in het bijzonder het kind.

 

Ook niet-biologische ouders zijn echte ouders

 

Door medische vooruitgang kunnen steeds meer mensen een kind krijgen. Soms komt het voor dat meer dan twee personen betrokken zijn bij de geboorte van een kind, bijvoorbeeld twee wensmoeders met een donorvader of twee wensvaders met een draagmoeder. Het huidige personen- en familierecht staat echter niet toe dat meer dan twee personen juridisch ouder zijn van het kind. D66 vindt dat dit moet veranderen. Ouderschap is meer dan alleen een biologische relatie. Het gaat erom dat mensen zich duurzaam betrokken bij en verantwoordelijk voelen voor een kind. Dit kan volwaardig wanneer dat gepaard gaat met alle wettelijke verantwoordelijkheden. Als de donorvader, zijn partner en wellicht ook de draagmoeder het kind met liefde, zorg en aandacht willen opvoeden, dan verdienen zij de mogelijkheid om dit juridisch te erkennen en te beschermen – óók in het belang van het ongeboren kind.

In het verlengde hiervan wil D66 dat het juridisch mogelijk wordt gemaakt dat meer dan twee ouders het ouderlijk gezag krijgen toebedeeld, bijvoorbeeld als na een scheiding een derde volwassene betrokken raakt bij de opvoeding en verzorging van een kind. Onder de voorwaarde dat beide juridische ouders instemmen met het ouderlijk gezag voor de derde ouder én dit in het belang is van het kind.

 

Koppeling erkenning en gezag voor ongehuwde partners

 

D66 vindt het niet meer van deze tijd dat bij de koppeling van erkenning van en gezag over een kind onderscheid wordt gemaakt tussen gehuwde en ongehuwde partners. Steeds meer mensen kiezen ervoor niet te trouwen of krijgen hun kind(eren) voordat zij trouwen. Momenteel moet de ongehuwde partner het kind met toestemming van de geboortemoeder erkennen bij de burgerlijke stand en apart het gezamenlijk gezag aanvragen bij de rechter, terwijl dit bij gehuwde partners automatisch geregeld is. Omdat veel partners dit niet weten, laten zij na het gezag aan te vragen, wat later tot juridische moeilijkheden kan leiden na bijvoorbeeld het overlijden van de geboortemoeder of wanneer partners uit elkaar gaan. Wat D66 betreft gaat de wetgever uit van de regel dat ook de ongehuwde partner de opvoeding en verzorging van het kind op zich zal nemen, in plaats van het tegenovergestelde, zoals nu het geval is. Wel blijven uitzonderingen mogelijk.

 

Meer aandacht voor belangen kind na scheiding

 

Ruim een op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Meestal komen de ex-partners er samen uit, maar ongeveer één op vijf scheidingen eindigt in een vechtscheiding. Als hier kinderen bij betrokken zijn, kunnen zij onderdeel van de strijd worden. D66 wil zoveel mogelijk voorkomen dat het kind de dupe wordt van een scheiding van de ouders. D66 moedigt daarom aan dat de belangen van het kind zo goed mogelijk worden behartigd, door mediators, bijzondere curatoren en andere preventieve maatregelen. De leeftijdsgrens van twaalf jaar waarop kinderen gehoord kunnen worden in een scheidingszaak vindt D66 arbitrair en willen wij loslaten. Tot slot wil D66 meer inzicht in het contactverlies tussen kinderen en uitwonende ouders na een scheiding. We vinden het onwenselijk als ruzie tussen ouders ertoe leidt dat het kind zich gedwongen voelt partij te kiezen. Helaas zijn hierover weinig feiten bekend. D66 wil daarom eerst onderzoeken waardoor het contactverlies wordt veroorzaakt.

 

Zelf beslissen of je trouwt of scheidt

 

Ook in Nederland zijn vrouwen onder dwang getrouwd, of blijven zij onder dwang getrouwd.. D66 maakt zich er hard voor dat iedereen in Nederland het recht heeft zelf te beslissen over huwelijk én scheiding, ook als het huwelijk niet in Nederland is voltrokken. Daarom wil D66 investeren in voorlichting voor en hulpverlening aan vrouwen in deze situatie. In etnische of religieuze gemeenschappen waar huwelijkse gevangenschap voorkomt, moet het taboe op scheiden worden doorbroken.

 

Moderniseren van vermogensgevolgen van het huwelijk

 

De regels voor het delen van vermogen bij het aangaan van een huwelijk en voor alimentatie wanneer een huwelijk eindigt, sluiten niet meer goed aan bij de moderne verhoudingen tussen partners. D66 heeft daarom het initiatief genomen de automatische algehele gemeenschap van goederen bij een huwelijk uit het wetboek te schrappen en te vervangen door een huwelijk waarbij er meer erkenning is van de eigen vermogens die partners inbrengen.

Ook de gegroeide praktijk van partneralimentatie is aan herziening toe. Daarbij moeten de kansen op de arbeidsmarkt, en niet alleen huidig inkomen, het uitgangspunt zijn. Wanneer die kansen kleiner zijn als gevolg van langdurig niet werken tijdens het huwelijk heeft dit gevolgen voor de alimentatie. Partneralimentatie moet zorgen voor een prikkel om weer zelfstandig te zijn en op eigen benen te staan, in plaats van afhankelijkheid van de ex-partner in stand te houden.

 

Beschikking over je eigen erfenis

 

D66 wil dat iedereen vrij is zelf te bepalen aan wie hij zijn erfenis nalaat. Mensen bepalen zelf wie hen dierbaar zijn. D66 wil dat de overheid hier geen waardeoordeel over uitspreekt. Op dit moment is het erf- en schenkrecht niet leefvormneutraal. Mensen zonder partner en kinderen kunnen hun erfenis niet fiscaal voordelig nalaten. D66 wil dat mensen zonder partner of kinderen gelijk behandeld worden. Omgekeerd betekent deze uitgebreide zeggenschap ook dat ouders het recht zouden moeten hebben om hun erfenis niet na te laten aan hun kinderen. Daarom wil D66 de legitieme portie afschaffen. Een uitzondering wordt daarbij gemaakt voor de zorgverplichting naar minderjarige en jongmeerderjarige kinderen.

 

Baas over eigen lijf en leven

 

Onze zorg wordt steeds beter en onze kennis en keuzemogelijkheden nemen toe. Mensen met zware gebreken leven steeds langer – gelukkig ook vaak met steeds hogere kwaliteit van leven. En het lichaam overleeft steeds vaker de wens tot leven. Het is technisch mogelijk steeds meer keuzes maken. Maar de zelfbeschikking om die keuzes te maken is niet altijd goed geregeld. Dat wil niet zeggen dat alles maar moet omdat het kan. Voor D66 ligt de zeggenschap over belangrijke medische keuzes bij de patiënt, die met de arts een afweging maakt. Daarbij is juiste informatie over genezingskansen en behandelingsrisico’s essentieel.

 

Ruime kansen om een kind te krijgen

 

Een onvervulde kinderwens kan een persoonlijk drama zijn. D66 wil voor wensouders de kans op een kind zo groot mogelijk maken. Het moet kunnen daartoe eicellen in te vriezen, mits bewezen veilig en effectief. D66 wil daarnaast het verbod op het maken van embryo’s opheffen, zodat mensen die onvruchtbaar zijn geboren of zijn geworden door kankerbehandelingen of een erfelijke ziekte, op termijn toch kinderen kunnen krijgen. D66 steunt onderzoek naar mogelijkheden voor ouders om ernstige genetische aandoeningen bij hun kinderen te voorkomen, onder meer door embryoselectie en mogelijk in de toekomst – onder duidelijke voorwaarden – embryomodificatie.

Sommige mensen zijn aangewezen op draagmoederschap of adoptie om ouder te worden. Die mogelijkheden moeten ook voor alleenstaanden en homostellen bestaan. Wij willen geen commercieel draagmoederschap, maar wel een kostendekkende financiële compensatie voor de draagmoeder, ook voor gemist inkomen. D66 wil een vergoeding voor de kinderwens van homostellen in het basispakket. We willen dat draagmoederschap (deels) wordt vergoed, vergelijkbaar met bestaande vergoedingen voor andere stellen met een kinderwens.

 

Bewust kiezen voor een kind

 

Als een vrouw ongewenst zwanger raakt beslist zij in samenspraak met de arts of zij haar zwangerschap wil voortzetten of niet. Als zij concluderen dat abortus of overtijdbehandeling gewenst is, dan wil D66 dat dit mogelijk is, zonder wettelijke bedenktijd, op basis van goede informatie en laagdrempelig. Dat betekent ook dat onder deze voorwaarden een abortuspil via de huisarts beschikbaar moet zijn. In sommige gevallen is een zwangerschap hoe dan ook ongewenst, in andere gevallen is inzicht in de gezondheid van het ongeboren kind een reden de zwangerschap af te breken. Ongewenste zwangerschappen willen we zoveel mogelijk voorkomen. Goede seksuele voorlichting en de eenvoudige beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen moeten daarom aan iedere jongere geboden worden. Prenatale screening verschaft aankomende ouders de informatie waarmee zij een keuze kunnen maken over het al dan niet afbreken van een zwangerschap. Of geeft hen, gelukkig in de meeste gevallen, meer rust over de gezondheid van hun kind. Vrouwen en hun partners zullen een keuze voor abortus niet lichtvaardig maken. Wij willen hen zoveel mogelijk de toegang tot zinvolle informatie over hun ongeboren vrucht verschaffen. Prenatale screening wordt daarom aangeboden en vergoed voor alle zwangere vrouwen.

 

Iedereen beslist zelf over orgaandonatie

 

Iedereen kan in volledige vrijheid beslissen om wel of niet donor te worden. Wat je kiest, dat staat je vrij, maar dát je kiest wordt van je verwacht. Ondanks alle inspanningen van de overheid heeft op dit moment nog steeds 60% van de Nederlanders géén keuze gemaakt. Nabestaanden die de keuze dan voor hen moeten maken, op een zeer moeilijk en emotioneel moment, zeggen vaak ‘nee’. Het gevolg is dat ernstig zieke mensen onnodig lang moeten wachten op een nieuw orgaan of zelfs sterven. Daarom is D66 voorstander van Actieve Donor Registratie (ADR). Bij ADR wordt iedere Nederlander van 18 jaar en ouder een brief gestuurd met de vraag een keuze vast te leggen. Er wordt duidelijk uitgelegd dat wanneer je niet reageert, er wordt uitgegaan van instemming met orgaandonatie. Zes weken later volgt een herinnering, waarbij opnieuw de consequenties van niet reageren worden uitgelegd. Weer zes weken later ontvangt je een bevestiging van je registratie. Deze kan altijd en eenvoudig weer worden aangepast. Zo is straks van iedereen een eigen keuze bekend.

 

Voorkomen ongewenste behandeling in de zorg

 

D66 wil dat patiënten, zeker in hun laatste levensfase, goed geïnformeerd worden over de meerwaarde die een behandeling voor hen nog kan hebben. Automatisch doorbehandelen is niet altijd in het belang van de patiënt.

D66 wil ook eerlijk zijn over de afweging tussen de verwachte gezondheidswinst en de kosten van een behandeling. Die afwegingen worden nu in de praktijk al gemaakt. Wij helpen zorgverleners en patiënten door met hen het kader scheppen voor deze afweging. Daardoor worden afwegingen op een meer transparante en minder arbitraire manier gemaakt

 

Thuis of in een hospice sterven

 

Veel mensen overlijden in een ziekenhuis, terwijl ze liever in een vertrouwde omgeving zouden sterven. D66 wil dat er meer aandacht is voor het einde van het leven in de zorg en dat door artsen meer en beter wordt voorgelicht over de mogelijkheid van het sterven in een hospice. Onnodige barrières voor thuis sterven moeten worden weggenomen. Daarvoor moeten zorgverleners beter samenwerken en knelpunten in de financiering worden opgelost.

 

Voltooid leven

 

Mensen die tot de conclusie komen dat hun leven voltooid is, moeten zelf kunnen bepalen hoe en wanneer ze willen sterven. D66 vindt dat het verstrekken van een laatstewilpil onder strikte voorwaarden van zorgvuldigheid en toetsbaarheid in die situatie mogelijk moet worden. Er moet in ieder geval getoetst worden of de persoon die het verzoek om hulp bij zelfdoding doet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake en of het verzoek vrijwillig, weloverwogen en duurzaam is. Ook een tweede consulent moet hiervan overtuigd zijn. De consulent die na zorgvuldige afweging, op basis van vrijwilligheid en onbaatzuchtigheid, middelen en/of begeleiding verschaft aan iemand die op grond van eigen overwegingen het leven wil beëindigen, moet niet langer strafbaar zijn. Ook voor pasgeborenen en kinderen die ernstig, ondraaglijk en uitzichtloos lijden, behoort actieve levensbeëindiging in overleg tussen ouders en gespecialiseerde dokters tot de mogelijkheden. Op dit moment komen kinderen onder de twaalf jaar niet in aanmerking voor euthanasie, terwijl ook zij uitzichtloos en ondraaglijk kunnen lijden. D66 wil dat de feitelijke wilsbekwaamheid van het kind leidend is. De arts kan wilsbekwaamheid vaststellen. Als een kind niet wilsbekwaam is volgens de arts, kan bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden ook besloten worden tot actieve levensbeëindiging. Dit gebeurt wederom in samenspraak tussen ouders en gespecialiseerde artsen.

 

Invoeren verwijsrecht euthanasie

 

De euthanasiewet zorgt dat mensen die uitzichtloos en ondraaglijk lijden regie over hun eigen levenseinde kunnen hebben. Soms wil een arts – om wat voor reden dan ook – een verzoek met levensbeëindiging echter niet toetsen. Een arts heeft het recht om een dergelijk verzoek te weigeren. Maar tegelijkertijd moet ook elke patiënt het recht hebben om zijn verzoek getoetst te zien. Het invoeren van een verwijsrecht zorgt ervoor dat elke patiënt moet worden doorerwezen naar een arts die zo’n verzoek wel in behandeling neemt, en toetst of aan de zorgvuldigheidscriteria voldaan is.

 

Vrij zijn te denken, zeggen, zijn en doen

 

Persoonlijke vrijheid is samen te vatten als de vrijheid te denken wat we willen, te zeggen wat we vinden en in diezelfde vrijheid te handelen: de vrijheid om zichtbaar jezelf te zijn. Deze vrijheid moet actief beschermd worden. Dat vraagt om continue aandacht in een wereld die zich snel ontwikkelt. Onze persoonlijke vrijheid eindigt daar waar de persoonlijke vrijheid van de ander begint.

 

Vrijheid van meningsuiting

 

Vrijheid van meningsuiting is, net als het recht om niet gediscrimineerd te worden en het recht op godsdienstvrijheid, een hoeksteen van onze vrije samenleving en democratie. Wij zijn zeer beducht op inperkingen van deze vrijheid. Haatzaaien is en blijft verboden, maar specifieke beperkingen, zoals het verbod op majesteitsschennis en het beledigen van een bevriend staatshoofd, zijn onwenselijk.

Wij vinden uiteraard niet dat alles wat gezegd kan worden ook gezegd moet worden, discriminatie of het aanzetten tot haat vormen wettelijke grenzen. De overheid is echter niet de hoeder van fatsoen en goede smaak. Dat regelen mensen onderling. De overheid zorgt er wel voor dat mensen die zich benadeeld voelen onder het mom van vrijheid van meningsuiting voor zichzelf kunnen opkomen.

 

Verder uitbreiden en beschermen LHBTI-rechten

 

D66 wil volledige gelijkwaardigheid voor elke seksuele gerichtheid. Niet alleen in de letter van de wet, maar zeker ook in de vrijheid zichtbaar jezelf te zijn in het dagelijkse leven. Waar die vrijheid wordt beknot, er gediscrimineerd wordt of mensen zelfs niet veilig zijn moet de overheid actief optreden. D66 heeft veel bereikt bij het uitbreiden van die rechten. D66 was de initiatiefnemer van het openstellen van het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht, dat in Nederland als eerste land ter wereld wettelijk werd bekrachtigd. D66 was ook de drijvende kracht achter het ‘Roze Stembusakkoord’, dat onder meer een einde maakte aan de weigerambtenaar. De gelijkwaardigheid van LHBTI’s wordt verder vormgegeven in ons familierecht. Ook in het onderwijs is er aandacht voor diversiteit en gelijkwaardigheid. Hoewel we de afgelopen jaren klinkende resultaten hebben geboekt, is de LHBTI-emancipatie in Nederland niet af. Soms lijkt het of de wet van de remmende voorsprong op dit terrein zijn vat op Nederland heeft gekregen. Ooit liepen we voorop in tolerantie en acceptatie, maar uit de LHBT-monitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat in 2016 33% van de Nederlandse bevolking twee zoenende mannen aanstootgevend vindt. D66 blijft zich daarom onverminderd inzetten voor de acceptatie van LHBTI’s in de maatschappij. Wij ondersteunen gemeenten om lokaal de maatregelen te nemen die nodig zijn om geaardheid weer breed bespreekbaar te maken en de sociale acceptatie en emancipatie van LHBTI’s te bevorderen. D66 maakt zich hard voor de acceptatie van interseksuelen. Deze mensen worden geboren met een lichaam dat biologisch gezien niet voldoet aan de strikte definitie van man of vrouw. D66 wil dat de kennis over intersekse wordt vergroot in de maatschappij en in het bijzonder onder zorgverleners. Onwetendheid leidt namelijk tot onbegrip en tot ongewenste medische behandelingen. We willen toe naar gendersensitief beleid, zodat er voor iedereen ruimte is, ongeacht geslachtskenmerken en gender. D66 wil nadrukkelijk niet dat geslacht wordt geregistreerd als daartoe geen noodzaak is. De Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) wordt aangepast, zodat deze wet een expliciet verbod op genderdiscriminatie realiseert.

 

Vrij van (seksueel) geweld

 

Veiligheid is een voorwaarde voor vrijheid en gelijke kansen. Teveel mensen worden geconfronteerd met geweld. Bijna de helft van alle vrouwen in Nederland is slachtoffer geweest van fysiek of seksueel geweld. Ook LHBTI’ers en (jonge) jongens worden regelmatig slachtoffer van seksueel geweld. Het bestrijden van dit geweld vraagt om aandacht van politie en justitie, maar ook om preventie. D66 wil dat het aanbieden van kwalitatief goede, uitgebreide seksuele voorlichting gericht op meiden én jongens op alle scholen wordt gestimuleerd. D66 wil dat aangiftebereidheid wordt verhoogd door maatregelen als anonieme aangifte en bescherming van mensen die aangifte doen, bijvoorbeeld van huiselijk geweld. D66 heeft gesteund en blijft steunen dat er meer geld beschikbaar komt voor het Centrum Seksueel Geweld (CSG). Waar nodig worden aangifte en opsporingscapaciteit vrijgemaakt om deze zaken in behandeling te nemen en te vervolgen. Het terugdringen van geweld tegen vrouwen en LHBTI’s vraagt ook om preventie. Beginnend bij bewustwording van het probleem en het eigen recht op lichamelijke integriteit.

 

Vrij om te werken waar je wilt

 

Veel Nederlanders werken in het buitenland. Dat is van grote waarde: ze zijn ambassadeurs voor Nederland. Het huidige kabinet heeft stemmen voor hen lastiger gemaakt en subsidies voor onderwijs in het buitenland afgeschaft. Ook hebben deze Nederlanders geen indirect stemrecht voor de Eerste Kamer. D66 wil een spoedige aanpassing van de Kieswet en Grondwet om dit democratisch tekort op te lossen. Verder kunnen expats zonder hierover te zijn geïnformeerd automatisch het Nederlanderschap verliezen. Voor D66 is dit een principekwestie. Iedere Nederlander is vrij om te gaan en staan waar hij wil. D66 wil de maatregelen die het huidige kabinet heeft genomen tegen Nederlanders die verblijven in het buitenland terugdraaien. Werken in het buitenland kan niet op zichzelf een reden zijn om iemand het Nederlanderschap te ontnemen. Bovendien wil D66 dat het innemen van het Nederlanderschap altijd een beslissing is van de rechter.

 

Het recht op het streven naar genot

 

Het streven naar genot is een kernonderdeel van de menselijke aard. Daar hoort ook bij dat mensen middelen tot zich nemen die dat genot versterken. Wij vinden dit allereerst de eigen keuze van die mensen, ook als het ongezond is. Bij dit recht hoort uiteraard goede voorlichting, want mensen kunnen pas een keuze maken als ze weten wat de gevolgen zijn. Bij dit recht past niet dat we alles verbieden. D66 vindt het belangrijk om de gezondheidsschade te verminderen. Daarom willen we naast goede voorlichting een veilig en gereguleerd aanbod, door allereerst softdrugs te legaliseren. Tegen aanbieders die verboden middelen verkopen, middelen verkopen aan jonge gebruikers voor wie dit verboden is of aansturen op het verslaafd maken van mensen treden we strafrechtelijk op.

 

Vrijheid van religie, religie met vrijheid

 

Iedereen heeft de vrijheid te geloven of niet te geloven. Geloof geeft veel mensen houvast. In Nederland gelden wetten voor iedereen en hebben we normen en omgangsvormen tussen mensen onderling. Daarbinnen vinden mensen met verschillende geloven of levensovertuigingen al eeuwen een manier om samen of langs elkaar te leven. Daar kan wrijving ontstaan. Op school, werk, vereniging en in de buurt komen we juist nader tot elkaar. Wij bevorderen ontmoetingen tussen verschillende groepen en de zelfontplooiing van elk individu. Wij trekken de grens zodra geloof de vrijheid van anderen bedreigt of beperkt. Voor discriminatie, homofobie, antisemitisme of moslimhaat is in onze samenleving geen plaats. Geloof geeft niemand het recht de vrijheid van denken, zijn of doen van de ander te beperken. En er is in Nederland ook geen ruimte voor eerwraak, vrouwenbesnijdenis, kinderhuwelijken, gedwongen huwelijken, haatzaaien of geweld tegen andersdenkenden, afvalligen of minderheden. Daar stopt de vrijheid van religie of cultuur en treedt de overheid op en trekt de grens.

 

Privacy in een digitale wereld

 

Vrijheid begint met het recht op de eigen levenssfeer. We kunnen ons ontwikkelen en ontplooien doordat we in vrijheid en veiligheid op onszelf en met anderen kunnen zijn en communiceren. Onbespied en onbewaakt kunnen leven en zelf kunnen bepalen wie welke informatie over ons krijgt, is een kernwaarde in een open en vrije samenleving. Privacy als grondrecht betekent daarmee persoonlijke vrijheid en veiligheid.

In een digitale wereld neemt het risico op verlies aan privacy snel toe. Door toenemende dataregistratie en voortschrijdende techniek staat privacy in onze samenleving steeds meer onder druk. Er worden steeds meer persoonsgegevens en andere persoonlijke informatie verzameld, bekeken en gedeeld met bekende maar ook onbekende derden of zelfs doorverkocht. Dit doen we zelf, het gebeurt door de overheid en ook door bedrijven. Er is sprake van een transparantieparadox, waarbij burgers steeds transparanter worden, terwijl overheden en bedrijven juist steeds meer gesloten te werk gaan. Die paradox zullen we moeten doorbreken. Het verzamelen van gegevens gebeurt vaak zonder dat mensen het weten of zich bewust zijn van wat er met hun gegevens gebeurt of kan gebeuren. Zowel wijzelf als de overheid en bedrijven hebben daarmee een verantwoordelijkheid om zorgvuldig met onze privacy om te gaan. D66 wil daarom geen ongebreidelde dataverzamelingen door de overheid of door bedrijven, geen sleepnetten aan informatie over willekeurige mensen. Een adequate en zorgvuldige bescherming van persoonsgegevens door waarborgen, bewustwording en regels is nodig. Nederland is altijd een voorloper geweest in het streven naar een open en veilig internet. Het was het tweede land ter wereld dat netneutraliteit wettelijk verankerde. We liepen voorop met de leidraad Responsible Disclosure om ethische hackers te beschermen en zetten ons in voor sterke encryptie.

D66 heeft, hierop voortbouwend, de ambitie om Nederland in 2030 digitale koploper en veilige datahaven te laten zijn. Dat kan alleen als grondrechten, zoals privacybescherming, gelijke pas houden met de technologische ontwikkelingen die we een warm hart toedragen. Om maximaal gebruik te kunnen maken van nieuwe technologieën zijn maatregelen nodig die gegevens van consumenten beschermen tegen inbreuken. We moeten waken voor de opkomst van een ‘data proletariaat’ waarin burgers afhankelijk zijn geworden van bedrijven en overheden die hun data beheersen en voor misbruik van kwetsbare groepen. Daarvoor is van belang dat consumenten en burgers weten wat de overheid en bedrijven aan gegevens over ons verzamelen, wat zij met die informatie doen en welke zeggenschap consumenten en burgers daar zelf over hebben. Punten van zorg zijn vooral dataveiligheid, databewustzijn, bescherming van de digitale persoonlijke identiteit en normen voor cyber-omgang. D66 vindt namelijk dat het individu zelf invloed moet kunnen uitoefenen op welke gegevens worden gedeeld met anderen. Maak mensen bewust van de hoeveelheid gegevens die wordt gedeeld en hoe zij invloed kunnen uitoefenen op welke gegevens met wie gedeeld worden, hoe en waarvoor die gegevens worden gebruikt en door wie. Daarmee ontstaat keuzevrijheid voor de consument om gegevens wel of niet te delen en krijgt de consument een positie ten opzichte van de overheid en bedrijven die constant gegevens vragen aan de burger en de consument. Die keuzevrijheid en autonomie dragen bij aan de persoonlijke vrijheid en veiligheid van mensen.

 

Digitale grondrechten aandachtspunt

 

D66 wil dat het kabinet gaat werken met een ‘digitale grondrechten’-agenda. Speerpunten waar gedurende de gehele kabinetsperiode actief op zal worden ingezet onder leiding van de vakminister die digitale grondrechten in portefeuille heeft, zijn het vergroten van transparantie bij overheden en bedrijven, het versterken van privacy en keuzevrijheid en het centraal stellen van de burger en haar informatiepositie. Uit de ‘digitale grondrechten’-agenda moet de ambitie spreken dat Nederland een veilige datahaven wil zijn en dat de consument vanuit zijn digitale grondrechten een versterkte positie krijgt ten opzichte van dataverzamelaars en datagebruikers. Dataverzameling moet altijd gepaard gaan met doelbinding, noodzakelijkheid, horizonbepaling, handhaving en verlopen volgens privacy by design.

In toenemende mate worden beslissingen niet meer door ambtenaren maar door systemen genomen. Voorbeelden hiervan zijn het opleggen van verkeersboetes en het afhandelen van belastingaangiftes. In een democratie moeten beslissingen van de overheid transparant zijn. Nu deze beslissingen steeds vaker in de software van deze informatiesystemen zitten, moet die software zelf ook transparant zijn. Om deze reden moet deze als open source worden gepubliceerd, tenzij er zwaarwegende argumenten gegeven kunnen worden om dit niet te doen.

 

Consument eigenaar van persoonlijke gegevens

 

D66 wil dat de consument eigenaar is van zijn persoonlijke gegevens. Geef mensen inzage in welke gegevens door wie en voor welke doeleinden worden gebruikt. Als eigenaar van je persoonsgegevens moet je deze altijd kunnen inzien, aanpassen en wissen. Verzamelde gegevens blijven zo eigendom van de gebruiker en mogen niet zomaar worden gedeeld of doorverkocht. Naast de verzameling van gegevens zullen consumenten ook inzicht moeten krijgen in de analyse van data en het gebruik van die analyses. Juist omdat we als consument en burger vaak verplicht worden om gegevens te overleggen, is het van belang dat duidelijk is welke gegevens bij wie en voor welk doel bekend zijn. Dit eigendom kan vorm krijgen in een doorontwikkeling en uitbreiding van MijnOverheid, zoals dat ook in Denemarken al bestaat.

D66 wil dat bij de ontwikkeling van de nieuwe elektronische identiteit mensen en hun belangen, zoals privacy, centraal staan. Door pseudo-identiteiten te ontwikkelen, kunnen mensen zich anoniem identificeren. Door open technologie zijn protocollen, code en standaarden te controleren. D66 wil dat mensen altijd voor meerdere dienstverleners kunnen kiezen en deze dienst zelf mogen aanbieden. Het toezicht op dienstverleners laat de overheid niet over aan derden.

 

Europese zorgplicht voor internetreuzen

 

Van internetgebruikers worden grote hoeveelheden gegevens verzameld. D66 wil dan ook dat de recentelijk aangenomen Europese verordening voor dataprotectie streng zal worden nageleefd en gehandhaafd. Aanbieders van digitale diensten moeten open zijn over verzamelde gegevens en de beveiliging daarvan, doelbinding beter respecteren, zorgen voor leesbare privacy voorwaarden en actiever informeren over standaardinstellingen. Voorkom datadiscriminatie en geef inzicht in de gevolgen van algoritmen, vergelijkbaar met de bijsluiter van een medicijn. Platforms zijn niet verantwoordelijk voor wat hun gebruikers doen. D66 wil niet dat bedrijven actief inhoud verwijderen zonder dat dit snel en efficiënt kan worden aangevochten. Daarnaast zal een recht op dataportabiliteit ervoor moeten zorgen dat de platforms die vandaag toonaangevend zijn niet een monopolie kunnen behouden doordat klanten niet over kunnen stappen zonder verlies van hun data. Marktleidende posities moeten verdiend worden door superieure dienstverlening. Prijsdiscriminatie op het internet op basis van oneigenlijke gronden is ongewenst. D66 wil dat gegevensverwerkers transparanter zijn.

 

Bewaak online keuzevrijheid

 

Handhaving van de mededingingswet moet zo georganiseerd zijn dat spelers die soms meer dan de helft van de markt tot klant hebben hun marktaandeel niet misbruiken. In eerste instantie wordt deze mededinging en de keuzevrijheid van consumenten bewaakt op Europees niveau. De ACM moet voor haar deel van het toezicht meer capaciteit en middelen krijgen.

De cookiewet is niet het goede antwoord op het heimelijk verzamelen van persoonsgegevens door internetbedrijven. Om te zorgen dat mensen weloverwogen toestemming geven moet dit via de browser geregeld worden. Ook de keuze over profiling moet bewust zijn. Consumenten moeten kunnen kiezen welke gegevens zij willen delen, met wie en waarvoor. Bij toepassingen, zoals bijvoorbeeld intelligente auto’s, slimme energiemeters, medische apparatuur en andere applicaties, moet voor consumenten de keuze bestaan om bij het afnemen van een dienst gegevens wel of niet te overleggen zonder dat het recht op afname van de dienst komt te vervallen. Er moeten minimumeisen komen voor digitale producten, zo moeten inapp-kosten duidelijk zijn, moet er duidelijkheid zijn over data-oogst, over maatregelen om dataroof te voorkomen en moeten veiligheid, stabiliteit en integriteit voor gebruikers inzichtelijk zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens moet in haar taakuitoefening gelijke tred kunnen houden met de ontwikkelingen op het terrein van technologie, big data en Internet of Things.

 

Digitaal burgerschap

 

D66 wil dat kinderen vanaf de basisschool les krijgen in digitale vaardigheden en informatica om hen voor te bereiden op een leven en carrière in een digitale economie en samenleving. Wij willen dat kinderen als onderdeel hiervan van jongs af aan het belang van privacy en hoe zij in het tijdperk van big data zelf kunnen handelen om hun privacy te beschermen wordt bijgebracht.

D66 ziet ook kansen voor digitale versterking van onze democratie en wil onderzoek laten doen naar de mogelijkheden van laagdrempelig en toegankelijk stemmen en het online ontwikkelen van wetsvoorstellen Dergelijke innovaties kunnen zorgen voor een belangrijke versterking van onze parlementaire democratie. Voor D66 is het echter essentieel dat de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de verkiezingen boven alle twijfel is verheven.

 

Terughoudende overheid

 

D66 wil dat de overheid zelf terughoudend is met het verzamelen van data en voorkomt dat schijnveiligheid persoonlijke vrijheden inperkt. Het kabinet heeft drie wetten in voorbereiding die de bevoegdheden van inlichtingen- en opsporingsdiensten vergroten. Dat is begrijpelijk in tijden van terreur, maar inhoudelijk problematisch. Allereerst omdat het ongericht verzamelen van data een inbreuk is op fundamentele burgerrechten. Ten tweede omdat de noodzaak onvoldoende onderbouwd is en ten derde omdat het de economie schaadt. In plaats van datasleepnetten, massasurveillance en hackende politieagenten wil D66 human intelligence, verplichte informatie-uitwisseling tussen nationale diensten, betere waarborgen en scherp toezicht achteraf. Het budget van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) moet daarom omhoog en er moet toezicht komen op de opsporingsdiensten, zeker als de politie – na het leger en de inlichtingendiensten – een hackbevoegdheid krijgt.

 

Transparantie

 

D66 wil dat de overheid volledige inzage geeft in de data die ze verzamelt en in de manier waarop ze deze gebruikt. Juist omdat mensen vaak verplicht zijn om deze gegevens te overleggen, moet altijd duidelijk zijn welke gegevens bij de overheid bekend zijn en welke instantie ze gebruikt. Wij willen dat het aantal basisregistraties en bestandkoppelingen beperkt blijft. Met maar liefst twaalf basisregistraties, talloze gekoppelde bestanden en een nieuw authenticatiesysteem dat standaard alle gegevens opvraagt, is het zeer de vraag of dit nu het geval is. Daarom moet de overheid werk maken van betere doelbinding en meer privacy by design, onder meer bij aanbestedingen en inkoop van hard- en software. Daarnaast wil D66 dat er ook bij bedrijven meer transparantie komt over het verzamelen en gebruiken van data. Ook in de private sector blijft het belangrijk om transparantie na te streven om de positie van de consument te versterken.

 

Een veilig internet in Nederland en daarbuiten

 

D66 wil dat Nederland vooroploopt in het veilig maken en houden van het internet – in Nederland, in Europa en daarbuiten. Wij beschouwen encryptie als het briefgeheim van de 21e eeuw. Goede versleuteling beschermt persoonsgegevens, bedrijfsgeheimen en overheidsdocumenten. Het maakt het internet veiliger en is daarmee ook van economisch belang. Nederland moet encryptie stimuleren en dit wereldwijd uitdragen. Dat betekent uiteraard ook dat Nederland niet offensief gebruik maakt van (nog onbekende) softwarefouten (0 days, backdoors) en dat de politie niet mag hacken via technische kwetsbaarheden, zoals het Wetsvoorstel computercriminaliteit 3 regelt. Immers, dat zou de politie een motief geven om het internet te verzwakken, een kant die we niet op moeten.

Wij willen ook vastleggen in de wet dat overheden niet ingrijpen in internetprotocollen. Steeds meer landen willen controle over hun burgers via het internet (via afscherming, blokkades, censuur, surveillance) en over het internet zelf (via netneutraliteit, het beheer en de uitgifte van namen en nummers). Steeds vaker raakt dit de centrale protocollen waarop het internet draait (Internet Protocol, Hypertext Transfer Protocol, etc. ). Dit maakt het internet onveiliger en onbetrouwbaarder. Daarom moet Nederland zich inzetten voor een internationale afspraak dat landen de centrale internetprotocollen met rust laten.

D66 wil een zogenaamd ‘bug bounty programma’ opzetten – waarbij welwillende hackers beloond worden voor het vinden van beveiligingsproblemen – om de digitale infrastructuur van de overheid zo goed mogelijk te beschermen en hackers stimuleren om fouten die zij vinden in die infrastructuur te melden aan de overheid.

 

Onafhankelijk Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

 

Om de cyberveiligheid in Nederland nog beter te dienen, moet het NCSC echt onafhankelijk worden, vergelijkbaar met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Zo kunnen justitie of de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) geen invloed uitoefenen op de adviezen. D66 wil dat het werk van goedwillende hackers meer opvolging krijgt. Daarom wil D66 dat producenten makkelijker aansprakelijk gesteld kunnen worden voor bekende beveiligingslekken waar geen patches voor beschikbaar zijn. Gezien de successen met Responsible Disclosure, geeft de overheid het goede voorbeeld.

Verkiezingsprogramma 2017-2021