Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Zorg: voorkomen is beter dan genezen

Wat de overheid over zorg beslist, raakt ons allemaal. Het raakt onze eigen gezondheid, en die van onze kinderen, partner, ouders en vrienden. Het raakt de kwaliteit van ons leven maar ook onze portemonnee. Wanneer het om zorg gaat, staat er veel op het spel voor ons allemaal.

Wij hebben een van de beste stelsels voor gezondheidszorg ter wereld. Onze zorg is toegankelijk voor iedereen en van hoge kwaliteit. Toch kunnen we niet tevreden achterover leunen. Ons stelsel bestaat nu ongeveer tien jaar in de huidige vorm. D66 wil binnen dit stelsel experimenteren om te verbeteren. Want het kan beter. Ons stelsel vertoont bureaucratische trekjes. Terwijl het om mensen gaat, is de menselijke maat soms zoek. Als kwetsbare patiënt, of betrokken mantelzorger, voelen we ons wel eens volstrekt onbegrepen, of vertwijfeld over wie ons nu echt helpen kan. En dan de kosten. Die lopen stevig op en het einde lijkt nog niet in zicht.

Er ligt dus een grote uitdaging. Daarbij moeten we een paar dilemma’s oplossen. Als patiënt of ‘zorgconsument’ nemen wij het liefste zelf de regie en praten en beslissen we mee. Soms kan een patiënt die keuzes niet goed maken, omdat hij te kwetsbaar is of onvoldoende inzicht heeft in kwaliteit en consequenties – hoe zorgen we dat het in die situaties toch mogelijk is de goede keuzes te maken? Daarnaast hebben we graag maatwerk. Daar staat tegenover dat de zorg een massale omgeving is met prijzen, protocollen, checklists, en grote instellingen. Hoe zorgen we voor mensenwerk en maatwerk in de zorg?

De kosten tenslotte: sinds 1970 zijn de overheidskosten voor zorg met een factor acht toegenomen. Die kosten, zo’n € 5000 per persoon per jaar, moeten we samen opbrengen. Voeg hier de groeiende inzet van mantelzorgers en betalingen voor premie en eigen bijdragen aan toe, en we spreken over een astronomisch bedrag. De verwachting is dat de zorgkosten blijven stijgen en daarom, ondanks de verwachte economische groei, de komende jaren geen stijging van koopkracht verwacht mag worden. Hoe houden we goede zorg voor iedereen toegankelijk en op lange termijn voor de samenleving betaalbaar? Het is zaak deze kostenstijging samen met de mensen in de zorg te beheersen.

D66 wil de menselijke maat terug in de zorg – naar zorg met een menselijk gezicht – en van daaruit vernieuwend vooruit. Inventief, betaalbaar en kwalitatief beter. Want dat kan, met beleid dat zijn vertrekpunt vindt in de wensen van ons allemaal. Zo willen wij allemaal graag gezond blijven. Het belangrijkste is daarom investeren in preventie om te voorkomen dat mensen ziek worden. Daar is soms hulp bij nodig, of een nieuw inzicht of goed advies. En wanneer het tegenzit en we zorg nodig hebben, moet dit zo snel mogelijk in onze eigen, vertrouwde leefomgeving georganiseerd worden. Vooral voor de groeiende groep ouderen is dit belangrijk, en voor degenen die hen als mantelzorger bijstaan. We zullen brede zorg moeten concentreren in de buurt, voor patiënten en ter ondersteuning van mantelzorgers. Met meer aandacht voor chronisch zieken die kansen moeten krijgen ondanks beperkingen en voor mensen die re-integreren na hun ziekte. eHealth zal de zorg ingrijpend veranderen en geeft de patiënt meer regie over eigen gezondheid en behandeling. Het helpt patiënten én professionals om heel nauwkeurig en efficiënt te monitoren en te diagnosticeren. De patiënt krijgt meer grip op de eigen situatie en het scheelt een regelmatige gang naar de arts. Voor het bedrijfsleven ligt hier een kansrijk terrein voor innovatie.

Hoogcomplexe zorg, bijvoorbeeld een openhartoperatie of longtransplantatie, hoeft niet in de buurt plaats te vinden. Die zorg concentreert zich in een aantal centra waar professionals veel ervaring opbouwen in deze complexe ingrepen en de kwaliteit nieuwe impulsen kunnen geven.

In ons stelsel staat de patiënt centraal, met de huisartsen en andere medische professionals als de eerste vertrouwenspersoon. Zorgverzekeraars spelen een cruciale rol in het bevorderen van innovatie, efficiëntie en transparantie van kwaliteit. D66 wil dit stelsel verder verbeteren.

 

Doorontwikkelen zorgstelsel

 

Het Nederlandse zorgstelsel wordt internationaal geroemd om de kwaliteit van zorg en behoort tot een van de beste zorgstelsels van Europa. Voor iedereen is een verzekering toegankelijk en het overgrote deel van het zorgaanbod is gegarandeerd via een ruim basispakket. Bovendien zijn de uitvoeringskosten sinds het ziekenfonds gedaald en is de solidariteit geborgd. Maar we zijn er nog niet en verdere uitkristallisering is nodig om kwaliteit hoog, zorg betaalbaar en toegankelijk te houden. D66 wil dat zorgaanbieders, in samenspraak met zorgverzekeraars en patiënten, zich nadrukkelijk bezighouden met het inzichtelijk maken en bevorderen van kwaliteit, op basis van maatstaven die zijn vastgesteld door professionals. Onnodige behandelingen en verkeerde prikkels komen nog teveel voor. D66 wil samen met patiënten, verzekeraars en zorgaanbieders bekijken waar verbeteringen mogelijk zijn en hoe deze knelpunten opgelost kunnen worden. En daarnaast wil D66 onderzoeken hoe financiële belemmeringen voor mensen met chronische aandoeningen beperkt kunnen worden, zodat de toegankelijkheid van zorg niet onder druk komt te staan. Dat vraagt ook om ruimte voor experimenten met de bekostiging van zorg en voor innovatie, om het zwaartepunt in de gezondheidszorg te verschuiven van het behandelen van ziekte naar het bevorderen van gezondheid.

 

Liever voorkomen dan genezen: een rookvrije generatie die gezond eet en sport

 

Het is voor iedereen altijd het beste dat een zorgvraag voorkomen wordt. De maatschappij en de gezondheidszorg zouden in de kern gericht moeten zijn op gezondheid. Voor duurzame gezondheid is veel meer nodig dan zorg, bijvoorbeeld toepassing van kennis over voeding. D66 wil in alle geledingen van de zorg meer aandacht voor de bescherming van gezondheid. Dit maken we eenvoudiger door ruimte te bieden aan experimenten rond bekostiging van

gezondheidszorg en voor samenwerking tussen instellingen die levensstijl, gezondheid en zorg raken. Een bijzonder speerpunt is en blijft roken – nog steeds een zeer grote belasting voor onze gezondheid. Het is ons streven dat de volgende generatie een rookvrije generatie wordt. Dat bereiken we door een combinatie van voorlichting, gereguleerd aanbod en gereguleerde marketing. Jongeren zijn zich vaak onvoldoende bewust van de schadelijke effecten van overmatig alcoholgebruik. D66 vindt het belangrijk dat hier in het onderwijs meer aandacht aan wordt besteed. De overheid heeft hier ook een taak in door in publiekscampagnes duidelijk te wijzen op de risico’s van onverantwoorde alcoholconsumptie.

Daarnaast zijn wij een voorstander van een actief voedingsbeleid dat gezonde patronen in de kindertijd aanleert door betere voedselvoorlichting, een actief voedingsbeleid in kinderomgevingen, bescherming van kinderen tegen marketing en impulsaankoop van ongezonde producten en ook voor volwassenen voldoende keuze in onder andere bedrijfsrestaurants.

De overheid moet mensen stimuleren te sporten en te bewegen: door hier vroeg op school mee te beginnen, maar ook door het zekerstellen van infrastructuur. De overheid maakt met zorgverzekeraars afspraken om gezamenlijk een substantieel bedrag te investeren in het stimuleren van de gezondheid van Nederland.

 

De rol van de huisarts

 

De huisarts is voor de meeste mensen al de toegangspoort tot de zorg: zij spelen een cruciale rol bij het vinden van goede specialistische ondersteuning en bij preventie en het voorkomen van zorgvraag. Door te vertellen dat huisartsenzorg niet van het eigen risico afgaat, kunnen we het mijden van zorg voorkomen en kan de huisarts zijn taak beter uitoefenen. D66 wil deze rol verder versterken omdat we daarmee betere, snelle zorg dichtbij mogelijk maken. Dat begint met het bevorderen van samenwerking tussen huisarts, apotheker, jeugdhulp en welzijn in de wijk – bijvoorbeeld in gezondheidscentra of praktijkteams – en met meer innovatie in huisartsenzorg. Met meer ondersteuning door praktijkondersteuners huisartsenzorg (POH’s) zijn huisartsen in staat efficiëntere en betere zorg te verlenen. Wij willen experimenteren met bekostiging gericht op het bevorderen van gezondheid en het voorkomen van zorgvraag – bijvoorbeeld via populatiebekostiging of door een deel van de huisartsenvergoeding te bestemmen voor innovatie. Voor ondersteuning bij complexe transmurale ketenzorg willen wij dat huisartsen gebruik kunnen maken van tweedelijns verpleegkundig specialisten of nurse practitioners. We willen ook experimenteren met ‘kijk- en luistergeld’ voor huisartsen en specialisten, zodat zij niet een perverse prikkel hebben om onnodig diagnoses te stellen en interventies voor te schrijven. Daarnaast willen we financiële prikkels en budgetten die zorg in instellingen (intramurale zorg) aanjagen wegnemen. Net als prikkels die investeringen in eHealth belemmeren. Wij willen dat huisartsen als professionals de ruimte krijgen om, met minimale bureaucratie, deze rol te vervullen. Dat vertrouwen in en de verantwoordelijkheid van de arts gaat gepaard met hoge verwachtingen. Een goede professional werkt aan geleverde zorgkwaliteit, houdt kennis en vaardigheden up-to-date en zorgt bijvoorbeeld met flexibele openingsuren voor betere toegankelijkheid.

 

Meer zorg dichtbij

 

D66 wil meer doen om de basiszorg in de buurt te versterken. Daarbij denken we met name aan zorg voor chronische patiënten met bijvoorbeeld diabetes of de ondersteuning van mantelzorgers die zorgen voor dementerenden. Deze zorg willen we in de buurt organiseren. Dat vraagt om nieuwe vormen van zorginstellingen tussen de eerste (de huisarts) en de tweede lijn (het ziekenhuis) in. Deze instellingen kunnen zorg bieden die dichterbij, meer gespecialiseerd en ook nog goedkoper is. Daarbij investeren we in wijkverpleegkundigen die voor chronische patiënten het gezicht van de zorg in de wijk zijn en die veel zorgvragen, bij bijvoorbeeld huisartsen, kunnen voorkomen. Deze verandering vraagt samenwerking tussen ziekenhuizen, huisartsen, wijkverpleegkundigen en gemeente, met steun van zorgverzekeraars. D66 wil ruimte bieden voor experimenten, onder andere met bekostiging en veilige, snelle en betrouwbare gegevensuitwisseling, maar ook met mededinging, en vervolgens de successen verder uitrollen.

D66 vindt de inzet van vrijwilligers en actieve bewoners belangrijk. D66 wil de bureaucratische barrières die mooie initiatieven in de weg staan wegnemen en meer experimenteerruimte bieden. Daarnaast wil D66 de toegankelijkheid van vrijwilligerswerk vergroten, zeker ook voor werklozen en asielzoekers.

 

Eigen regie versterken

 

Patiënten nemen het liefste zelf de regie en willen meepraten en -beslissen. Soms kunnen patiënten geen goede keuzes maken, omdat ze te kwetsbaar zijn of onvoldoende inzicht hebben in kwaliteit en consequenties. De huisarts, specialist, verpleegkundige of onafhankelijke cliëntondersteuner zorgt ervoor dat de patiënt mee kan beslissen over de zorg door de juiste informatie beschikbaar te stellen en te adviseren. Daarnaast publiceren ziekenhuizen en zorgverzekeraars de kosten van behandelingen die binnen het eigen risico vallen. Op deze manier heeft de patiënt ook financieel meer regie. Gezamenlijke besluitvorming is goed voor patiënt én zorgverlener. Dit is niet nieuw, maar nog niet breed ingevoerd en vraagt allereerst om vertrouwen tussen patiënt en arts. Dat wordt bevorderd door de patiënt de eigen huisarts te laten kiezen. De versterkte eerstelijnszorg geeft de huisarts meer middelen en meer inzicht om zijn rol te vervullen waardoor deze ook minder snel hoeft door te verwijzen. Geholpen door meer en betere kwaliteitsinformatie kunnen artsen hun adviezen op objectieve feiten baseren. Deze advies- en navigeerrol kost tijd en daarmee geld. De overheid geeft zorgverleners hier budget voor waar dit nu nog niet gedekt is door een vaste patiëntenvergoeding of een budgetcode (DBC).

 

Verbeteren kwaliteit – weten en delen wat werkt

 

Er zijn in de zorg grote verschillen in de geleverde zorgkwaliteit. De kans op complicaties en bijwerkingen verschilt sterk tussen instellingen en artsen. Natuurlijk willen artsen en verpleegkundigen als professionals zelf steeds betere zorg leveren. En patiënten willen kunnen kiezen voor de beste zorg. Door informatie over kwaliteit beschikbaar te maken voor patiënten en hun huisartsen krijgen zij meer regie en verbetert de kwaliteit. Daarom moet de overheid stimuleren en faciliteren dat zorgverleners en patiënten(vertegenwoordigers) manieren ontwikkelen om de kwaliteit van zorginstellingen en artsen inzichtelijk te maken. De overheid kan dit stimuleren door te zorgen voor de ontwikkeling van een nationaal platform waarop ondernemende artsen of anderen kwaliteitsregistraties kunnen starten. Daarnaast kan de overheid in woord en daad stimuleren dat informatie over kwaliteit beschikbaar komt en wordt gebruikt. Wij kunnen ons voorstellen dat er zelfs disciplines zijn waar de overheid dit verplicht, omdat de verwachte gezondheidswinst heel groot is.

Wij willen dat zorgverzekeraars zich nadrukkelijk bezighouden met het inzichtelijk maken en het bevorderen van kwaliteit. Zorgverzekeraars moeten aangeven op wijze de kwaliteit van zorg een rol heeft gespeeld bij de inkoop van de zorg bij de zorginstellingen die zij hebben gecontracteerd. Daarbij spelen preventie en ketenzorg een rol. De overheid maakt ruimte voor zorgverzekeraars om daar meer mee te experimenteren en voert een innovatieagenda met vernieuwing en implementatie van reeds bewezen interventies. Dit kan versterkt worden door experimenteerruimtes te creëren, bijvoorbeeld in de vorm van een pilotregio waar zowel met interventies als met kwaliteitsmeting geëxperimenteerd kan worden. Het Radboudumc in Nijmegen heeft met twee verzekeraars een nieuw soort zorgcontract afgesloten, waarbij de kwaliteit van de zorg leidend is, in plaats van het aantal verrichte medische handelingen. Dit soort initiatieven ziet D66 graag. Met de sterke nadruk op de kwaliteit van zorg is er geen ruimte voor winstuitkering door zorgverzekeraars. Winstuitkering leidt tot verkeerde prikkels.

Ook de kwaliteit van de door zorgverzekeraars geleverde diensten moet hiermee beter vergelijkbaar worden, waarbij online vergelijkers een grote rol kunnen spelen in het creëren van transparantie maar wel met waarborgen voor onafhankelijkheid en privacy. Tenslotte geeft de overheid zelf het goede voorbeeld door in het eigen beleid bij ‘waarde’ altijd te redeneren vanuit kwaliteit van leven en niet alleen vanuit kosten. De overheid speelt ook een rol in het beperken van bureaucratie en de beheersing van het aantal geregistreerde indicatoren. De minister heeft tot taak de bureaucratie te verminderen. Dat lukt alleen wanneer ook de verschillende zorgsectoren, toezichthouders en financiers hierin gezamenlijk optrekken. Vertrouwen, betrokkenheid en openheid vormen de noodzakelijke basis voor minder procedures. De overheid stimuleert een vermindering van de bureaucratische lasten door zorgverzekeraars te verbieden meer gegevens bij zorginstellingen uit te vragen dan volgens het overeengekomen aantal kwaliteitsindicatoren.

 

Experimenten om de zorg nog meer patiëntgericht te maken

 

Het belang en de gezondheid van de patiënt vraagt er om dat zorgverleners meer samenwerken. Zeker bij chronisch zieken en patiënten met meerdere aandoeningen. Daarnaast moeten ze meer sturen op preventie. De manier van vergoeden van zorg en de deelbelangen van verschillende zorgverleners maken dit soms moeilijk. Daarom moeten financiële schotten en belangen worden doorbroken. D66 wil, binnen het huidige zorgstelsel, experimenteren met vormen van zorgbekostiging die het vervangen van dure door goedkopere zorg, preventie en vroegsignalering en -interventie bevorderen. Dit kan bijvoorbeeld door met populatiebekostiging te experimenteren. Om dit mogelijk te maken, maakt de overheid afspraken met zorgverzekeraars en gemeenten over die experimenten en verschaft ze de benodigde speelruimte door flexibele toepassing van mededingingsregels. Regionale zorgnetwerken zouden daarbij, rondom specifieke vormen van zorg, als één geheel kunnen worden gecontracteerd en afgerekend op kwaliteit van geleverde zorg of preventie. De minister neemt de regie over versimpeling van bekostiging binnen de bestaande DBC-systematiek. Deze is onnodig bureaucratisch geworden. Tenslotte willen we vooral in de langdurige zorg experimenteren met persoonsvolgende bekostiging of een persoonsgebonden budget (PGB) met een nieuwe vorm van trekkingsrecht. D66 blijft voorstander van meer persoonsgebonden budgetten die patiënten de regie geven over de inrichting en invulling van hun zorg.

Echt patiëntgerichte zorg houdt ook meer rekening met verschillen tussen patiënten. Bijvoorbeeld tussen vrouwen en mannen, maar ook tussen mensen met een westerse en mensen met een niet-westerse achtergrond. Zij verschillen namelijk niet alleen in de manier waarop zij het effectiefst benaderd kunnen worden, maar ook in de effectiviteit van sommige geneesmiddelen of behandelmethoden.

 

Versterken patiëntenorganisaties

 

Patiëntenorganisaties geven de patiënt een stem en spelen een belangrijke rol bij veranderingen rond meer eigen regie, verhoogde kwaliteit en meer patiëntgerichte zorg. D66 wil dat zij bij deze interventies en experimenten een stem hebben in de details rond uitvoering en de evaluatie.. Om de patiëntenorganisaties in staat te stellen deze rol als derde partij volwaardig te kunnen uitoefenen, wil D66 hun financiering structureel verbeteren.

 

Ziekenhuizen nog beter

 

D66 wil in de hoogwaardige, maar ook kostbare ziekenhuiszorg de juiste balans vinden tussen specialisatie en concentratie van complexe zorg en goede brede zorg in de regio. Daarbij verwachten wij dat er uiteindelijk meer locaties met brede zorg in de zogenaamde anderhalve lijn (tussen de huisarts en de specialist in) ontstaan, er een groot aantal ziekenhuizen met goede

brede zorg nodig is en er beduidend minder locaties met complexe zorg nodig zijn. Dit wordt nog versterkt door de opkomst van eHealth, waardoor steeds meer zorg buiten de muren van een ziekenhuis plaatsvindt. Vastgoed en bedden worden minder belangrijk,voorkomen dat mensen ziek worden belangrijker. Bij de bouw en renovatie van ziekenhuizen moet een fundamentele scheiding komen tussen het basisgebouw en de zorgspecifieke invulling, om te kunnen inspelen op een veranderende zorgvraag. Op deze manier wil D66 bijdragen aan toekomstbestendige ziekenhuizen. Dat betekent een geleidelijke, maar grote, verandering en vereist samenwerking en overleg tussen ziekenhuizen, zorgverzekeraars en aanbieders in de eerste lijn. De minister neemt samen met de zorgverzekeraars en de beroepsverenigingen de regie in dit proces. Een langetermijnperspectief is nodig, zodat het pad naar een nieuw landschap ingezet kan worden. Bij dit proces stelt D66 bij toepassing van de mededingingswet het belang van de patiënt en de invloed op geleverde zorgkwaliteit in relatie tot kosten voorop. Onnodige belemmeringen voor samenwerking of herschikking worden voorkomen.

De vereiste veranderingen van ziekenhuizen om deze betere zorg te leveren, vragen erom dat bestuurders besluiten tot bijvoorbeeld samenwerking eenvoudiger kunnen nemen. Maatschappen en specialisten BV’s maken dit moeilijker. D66 wil daarom dat specialisten zo snel mogelijk werknemers worden van ziekenhuizen.

 

Investeren in innovatie zoals eHealth

 

De gezondheidszorg staat bol van innovatie. Innovatie helpt de kwaliteit van zorg te verhogen, maakt preventie en het leven met aandoeningen draaglijker en kan ook zorgkosten helpen verlagen. D66 wil dat Nederland vooroploopt met zorginnovatie. D66 wil zorgaanbieders stimuleren om meer gebruik te maken van eHealth-oplossingen, zoals patiënten portalen en apps. Waar nodig wordt ruimte gemaakt voor experimenten, bijvoorbeeld wanneer uitwisseling van (patiënt-)informatie nodig is. Onder voorwaarden staan we privaat kapitaal toe in innovatieve zorg, mede omdat nieuwe toetreders een belangrijke bron van innovatie kunnen zijn. Een fonds voor zorginnovatie, gericht op grote doorbraken, zou nieuwe aanbieders moeten ondersteunen. Patiënten en hun vertegenwoordigers moeten nauw betrokken worden bij innovatie. Ook procesinnovaties die leiden tot kwaliteitsverbetering of kostenverlaging verdienen aandacht.

Om gezondheidsrisico’s te beheersen is er sprake van een toelatingstoets voor nieuwe geneesmiddelen door het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG). D66 wil dat het CBG ook de toelating van nieuwe hulpmiddelen beoordeelt. Het toetsingskader mag, zeker voor levensreddende middelen, geen onnodig vertragende factor vormen.

 

Dure geneesmiddelen

 

Er zijn gelukkig baanbrekende medicijninnovaties. Mede daardoor komen er ook meer dure geneesmiddelen beschikbaar, vooral voor complexe ziektes, zoals kanker. Vaak zijn deze geneesmiddelen niet genezend, maar levensverlengend. Voor patiënten zijn zij een laatste strohalm. D66 wil de bestaande praktijk van een niet-gepolitiseerd advies over toelating en vergoeding van medicijnen door professionals en patiëntenorganisaties versterken. Ook als dit leidt tot de keuze een medicijn niet op te nemen wegens onvoldoende gezondheidsbaten in verhouding tot de kosten. Door te streven naar transparantie in de kostenopbouw van dure medicatie kan de onderhandelingspositie van de minister versterkt worden en kan een lagere prijs bedongen worden. Daarnaast wil D66 dat tussen zorginstellingen en ook binnen Europa samengewerkt wordt op het vlak van inkoop van medicijnen. Uiteraard binnen heldere mededingingskaders. Verder wil D66 dat op Europees niveau onderzoek wordt uitgevoerd naar alternatieve financieringsmodellen voor dure medicijnen. De invloed van farmaceutische bedrijven op artsen en patiëntenorganisaties vereist continue waakzaamheid – zij moet transparant zijn en worden teruggedrongen. Perverse prikkels bij inkoop en distributie van dure geneesmiddelen moeten worden weggenomen. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport functioneert als regiehouder bij de implementatie van de maatregelen die nodig zijn om de toegang van patiënten tot dure geneesmiddelen te borgen.

Tevens wil D66 dat Nederlandse universiteiten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot dure medicijnen. Universiteiten worden namelijk grotendeels gefinancierd met belastinggeld. Veelbelovende werkzame stoffen voor nieuwe geneesmiddelen worden door deze onderzoeksinstellingen voor verdere ontwikkeling doorverkocht aan bedrijven. Hierbij worden er licentieovereenkomsten gesloten. D66 wil dat bij deze overeenkomsten het uitgangspunt wordt gehanteerd dat iedere geneeskundige stof die aan de universiteit wordt ontdekt, toegankelijk moet zijn voor alle patiënten in Nederland en de rest van de wereld. D66 wil dat de overheid universiteiten ondersteunt met het opstellen van de licentievoorwaarden, zodat uiteindelijke winsten terugvloeien naar de universiteiten en de samenleving.

D66 wil het voorschrijven van biologisch afbreekbare geneesmiddelen bevorderen door bij het voorschrijven bij gelijke werking en kosten voorkeur te geven aan een biologisch beter afbreekbaar geneesmiddel.

 

Belang van privacy en medisch beroepsgeheim

 

Mede als gevolg van digitalisering, innovaties rond eHealth, preventie en de toenemende kracht van big data is er meer en meer mogelijk. Dit biedt enorme kansen voor gezondheid, maar brengt ook risico’s voor privacy met zich mee. Dit kan beperkingen opleveren voor het delen van tot de individuele patiënt herleidbare gezondheidsinformatie, maar dat mag niet verworden tot een oneigenlijk argument tegen zorginnovatie. De patiënt heeft altijd het recht te beschikken over zijn medische gegevens. D66 streeft naar een gedecentraliseerde uitwisseling van gegevens, zodat medische informatie niet buiten het zicht van arts en patiënt uitgewisseld kan worden en het medisch beroepsgeheim onaangetast blijft.

 

Geestelijke gezondheidszorg: professioneel en met menselijke maat

 

Ook in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is voorkomen beter dan genezen. Daarom wil D66 werk maken van preventie en het bespreekbaar maken van psychische problemen, vooral ook onder jongeren en op de werkvloer. Veel mensen wachten te lang met het zoeken van hulp uit angst voor stigmatisering. Als je er vroeg bij bent, kan medische hulp worden voorkomen. Anderzijds moeten we ervoor waken dat vroege signalering leidt tot behandeling van problemen die vanzelf overgaan. Om deze balans te vinden is laagdrempelige toegang tot GGZ noodzakelijk. Juist door de decentralisaties van bijvoorbeeld de jeugdhulp is lokale GGZ-expertise belangrijk, bijvoorbeeld door GGZ-expertise in sociale wijkteams op te nemen. Via kennisontwikkeling en kennisdeling tussen alle betrokken partijen in het GGZ-domein zorgen we voor verbetering van de zorg. D66 wil dat bij de behandeling van fysieke aandoeningen, zoals kanker, psychosociale zorg altijd onderdeel kan uitmaken van de behandeling. Wij waarborgen dat er in de GGZ een gevarieerd aanbod is aan hulpverleners, zodat mensen terecht kunnen bij een hulpverlener die goed bij hen past.

Mensen met zware psychische problemen kunnen ernstige overlast veroorzaken. D66 vindt dat ook verwarde mensen recht hebben op een plek in de samenleving. Hiertoe zal de maatschappelijke opvang en GGZ-opvang moeten worden versterkt. Daar waar er onaanvaardbare risico’s zijn, moeten er voor acute zorg 24 uur per dag voldoende veilige plekken zijn.

 

Rust in langdurige zorg

 

In de langdurige zorg is de afgelopen jaren heel veel veranderd. D66 wil dat de decentralisaties de komende jaren de kans krijgen hun toegevoegde waarde te laten zien. Wij waren en zijn voorstanders van die decentralisaties, omdat ze de kans tot maatwerk en betere samenwerking tussen zorg en welzijn en bijvoorbeeld ook onderwijs bieden. Het maakt betere kostenbeheersing mogelijk, omdat brede domein overschrijdende zorg ook betere en dus efficiëntere zorg is. De komende jaren zullen we, gemeente na gemeente, de resultaten zien. We moeten dan wel zorgen dat transparant is wat werkt en wat niet werkt. Daarbij zullen we zeker successen zien, maar ook uitdagingen en problemen. Wij willen dat gemeenten de komende jaren van elkaar leren en hun prestaties vergelijken, maar willen dat de rijksoverheid niet vervalt in een reflex van detailsturing en gelijkschakeling. De regeldruk in de langdurige zorg moet de komende periode omlaag. De aandacht moet weer naar de zorg kunnen gaan in plaats van naar de administratie.

Een voorwaarde voor decentralisatie is vertrouwen in de gemeentelijke overheid en de lokale democratie om haar scherp te houden.

In de gehandicaptensector moeten de komende periode ouder en kind weer centraal komen te staan en het beleid zich naar die belangen voegen door te zorgen voor maatwerk en toegankelijkheid.

 

Zorgen om verpleeghuiszorg

 

Doordat we door een betere zorg langer thuis wonen, verandert ook het karakter van het verpleeghuis. We verblijven daar steeds korter, met complexere problemen en een intensieve zorgbehoefte. Het verpleeghuis wordt daardoor steeds meer het verlengstuk van het ziekenhuis en is tegelijk voor velen het laatste thuis. Met al die veranderingen moeten we blijven zorgen dat zorg en verblijf zoveel mogelijk op maat van de cliënt zijn. Intimiteit en seksualiteit is bijvoorbeeld belangrijk, de behoefte hieraan verdwijnt niet als je gehandicapt bent of in een verpleeghuis woont. Toch is in deze instellingen niet altijd aandacht voor deze behoeften. Pesten en buitensluiten komt in de ouderenzorg dagelijks voor. D66 wil instellingen waar mensen langdurige zorg ontvangen stimuleren om in de huisregels expliciete aandacht te hebben voor tolerantie voor elkaar en voor de persoonlijke vrijheid om te mogen zijn wie je bent. Dit kan bijvoorbeeld door het stimuleren van een Roze Loper. Ook persoonsvolgende bekostiging zou meer maatwerk kunnen bevorderen.

De komende kabinetsperiode wil D66 dat er transparantie komt over kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Ook vindt D66 het belangrijk dat onderzoek wordt gedaan naar de verzwaring van de zorgfunctie die op dit moment plaatsvindt in de verpleeghuizen. Met de resultaten hiervan kan een volgend kabinet dan aan de slag. Van gemeenten vragen wij nu al aandacht om deze woningen zo te bouwen dat deze passend gemaakt kan worden op de nu nog onbekende, maar ongetwijfeld veranderde zorg- en ouderenvraag.

 

Bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen

 

Er is een aantal zeer kwetsbare groepen die zorg ontberen en soms zorg ontwijken. Binnen de zorg moet er genoeg aandacht zijn voor kindermishandeling, ouderenmishandeling en huiselijk geweld. Zorgverleners zijn in de positie om deze misstanden vroeg te signaleren en hebben ook de vertrouwenspositie om hulp te verlenen. Toch is er vaak sprake van spanning tussen de wens zorg te bieden, en het medisch beroepsgeheim. Met zorgverleners, voornamelijk huisartsen en wijkverpleegkundigen, moet gewerkt worden aan oplossingen om beide te combineren. D66 wil voor de problematiek rond kwetsbare ouderen een nieuwe ambtsdrager toevoegen aan de Nationale ombudsman: de Ombudsman voor ouderen.

Opvanglocaties in Nederland zijn overvol, mede als gevolg van de sterke toename van het aantal daklozen in de laatste jaren. Zij weten bovendien niet altijd de weg naar hulp te vinden. Het gaat om mensen die het vaak niet meer op eigen kracht redden. D66 vindt het de taak van ons allemaal om extreem kwetsbare mensen beter op te vangen. Lokale initiatieven, zoals bijvoorbeeld het Straat Consulaat in Den Haag, kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Op de eerste plaats moeten knelpunten bij het vroegtijdig signaleren opgelost worden, zodat minder mensen in deze situatie terechtkomen. Ook de toegang tot de schuldhulpverlening moet worden verbeterd. Het komt nog steeds voor dat gemeenten daklozen, onder wie zwerfjongeren en alleenstaande moeders met kinderen, een plek in de opvang weigeren. De rijksoverheid moet knelpunten in de toegankelijkheid van de opvang samen met de gemeenten oplost. Daarnaast wil D66 dat gemeenten actief ondersteuning aanbieden aan deze kwetsbare mensen. Voor mensen die geen zorgverzekering kunnen afsluiten, moet er een passende regeling voor noodzorg komt.

 

Zorgen voor kwetsbare kinderen: jeugdhulp

 

Er zijn helaas veel kwetsbare kinderen en jongeren die hulp nodig hebben. Deze kinderen moeten die hulp krijgen. Daarvoor is het nodig dat de, soms vele, instellingen die daarvoor zorgen, samenwerken en maatwerk leveren. Bij de uitwisseling van persoonsgevoelige gegevens tussen deze instellingen mag de privacy van het kind en zijn ouders niet uit het oog worden verloren. De behoeften van het kind staan daarbij centraal. D66 was en is daarom voorstander van de decentralisatie van de jeugdhulp, met uitzondering van de jeugd-GGZ. Die overgang is nog maar net begonnen. De decentralisatie krijgt vorm, maar er is ook nog veel onrust door wachtlijsten en een gebrek aan uniformiteit. Eén van de problemen bij de jeugdhulp is dat de zorgaanbieders te veel administratieve last ervaren. De gemeenten ervaren op hun beurt dat de gegevens niet juist of op tijd worden aangeleverd. D66 wil daarom dat de overheid faciliteert dat gemeenten eenzelfde standaard voor die administratie gaan gebruiken. De inbedding van de jeugd-GGZ verdient bijzondere aandacht omdat er aan de ene kant behoefte is aan nauwe samenwerking met de brede jeugdhulp en aan de andere kant ook met psychische, psychiatrische en bredere medische zorg.

Gemeenten worden gestimuleerd om regionaal samen te werken om de beschikbaarheid van schaarse en vaak dure zorg zeker te stellen. Zorgaanbieders zullen zich met behoud van professionaliteit sector overstijgend moeten richten op gemeenten en regio’s. Zo kan de effectiviteit van de zorg omhoog en kunnen administratieve lasten omlaag. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij gemeenten die daar, binnen landelijke kwaliteitskaders, de ruimte voor krijgen. Daarbij moedigt D66 gemeenten en aanbieders aan burgers te betrekken bij de inrichting van hun jeugdhulp.

D66 zal in de komende kabinetsperiode inzetten op het verder ontwikkelen en flexibiliseren van de jeugdgezondheidszorg, gericht op vroegsignalering, vroeg-interventie en een betere aansluiting op de jeugdhulp. D66 wil dat het Familiegroepsplan meer wordt toegepast.

Het tegengaan van kindermisbruik en mishandeling hebben bijzondere aandacht. De veiligheid van kinderen moet beter geborgd worden in de jeugdhulp door een betere signalering en snelle interventies. Waarheidsvinding moet voorop staan, zodat alle partijen – allereerst het kind – gehoord worden. Wij zien een abrupte overgang van intensieve begeleiding naar hulp op afstand wanneer kinderen achttien jaar worden. Dat gaat soms ten koste van deze jongvolwassenen. We willen voorkomen dat kinderen wanneer zij achttien worden, volledig van de zorgradar verdwijnen, zonder dat dit in de weg staat van hun vrijheid en zelfstandigheid. D66 wil dat de komende jaren gezocht wordt naar en geëxperimenteerd wordt met oplossingen.

D66 wil meer aandacht voor seksuele gezondheid. D66 wil dat anonieme SOA-testen laagdrempelig voor iedereen toegankelijk zijn. D66 zet daarnaast ook in op preventie.

 

Minder medicijnen voor kinderen

 

Wij maken ons zorgen over het hand over hand toenemende gebruik van medicijnen door kinderen. Veel te veel kinderen zijn chronisch gebruiker van middelen tegen bijvoorbeeld depressie, drukte of angst. D66 wil dat artsen terughoudender zijn in het voorschrijven van medicijnen en dat er meer naar alternatieven wordt gezocht, ook als die meer behandeltijd en meer werk van de arts vragen. Met medicatie bij ongewenst of onbegrepen gedrag, bijvoorbeeld het drogeren van ouderen in een verpleeghuis, moet ook met terughoudendheid worden omgegaan.

 

Aanpakken kinderarmoede

 

400.000 kinderen groeien op in een gezin dat rond moet komen van een huishoudinkomen onder of rond het sociaal minimum. Ongeveer 127.000 kinderen leven in een gezin dat zich minstens vier jaar lang in die situatie bevindt. Onderwijs en werk zijn de belangrijkste ladders om armoede te ontstijgen en daarom investeren we sterk in kansen. Maar daarnaast wil D66 ook gericht kinderarmoedebeleid. Uitvoerende verantwoordelijkheden voor participatie en jeugdhulp liggen bij gemeenten, omdat dit ruimte biedt voor maatwerk. De financiering van deze activiteiten vindt plaats vanuit het gemeentefonds, zonder specifieke oormerken. D66 wil geen nadere verplichting van gemeenten, maar zal zelf lokaal van kindarmoede een prioriteit maken en streeft daarbij naar een integrale aanpak, uitgaand van één plan per familie, met één aanspreekpunt. Landelijk zorgen we dat er meer geld beschikbaar komt voor de kinderen die het hardst nodig hebben. Bijvoorbeeld door de kinderbijslag te integreren in een kindgebonden budget en zo bestaande regelingen meer te richten op de mensen die de hulp echt nodig hebben.

 

Vrijheid voor mensen met een beperking

 

D66 staat voor de vrijheid om jezelf te zijn. Ook mensen met een beperking moeten de vrijheid krijgen om in de samenleving volwaardig mee te kunnen doen. Dit vraagt om een toegankelijke samenleving en het wegnemen van drempels. Daarom heeft D66 het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap met kracht ondersteund. Toegankelijkheid moet de norm worden; ontoegankelijkheid de uitzondering. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om fysieke toegankelijkheid van gebouwen of openbaar vervoer, maar ook bijvoorbeeld de toegankelijkheid van informatie, zoals websites die raadpleegbaar zijn voor mensen die blind of slechtziend zijn.

Het is nu aan de gemeenten om er in de praktijk op toe te zien dat barrières voor mensen met een handicap, bijvoorbeeld dat assistentiehonden nog steeds niet overal welkom zijn terwijl dit wel in de wet is opgenomen, worden weggenomen. D66 zet zich ervoor in dat deze wetgeving op alle niveaus wordt nagevolgd.

 

Sport en bewegen als kernonderdeel van preventie

 

De brede steun van D66 voor sport en bewegen vormt een hoeksteen van het preventiebeleid. D66 is van mening dat sport en bewegen onontbeerlijk zijn voor een gezonde en vitale bevolking – voor jong of oud, arm of rijk, met of zonder handicap, ongeacht afkomst. Nog niet voor iedereen is het echter normaal om te gaan sporten en dat een leven lang te blijven doen. Naast de aandacht voor sport in het onderwijs spelen buurtsportcoaches hierin een belangrijke, stimulerende rol. Wij vinden dat het werk van de buurtsportcoaches moet worden voortgezet en worden uitgebreid in wijken waar de sportparticipatie laag is en het vermogen tot zelforganisatie (aanvankelijk) beperkt is. Een studie-, werk- en woonomgeving die sporten en bewegen stimuleert is van groot belang, inclusief actieve vormen van woon-werkverkeer. De overheid kan zelf het voortouw nemen wat betreft fysieke voorzieningen. Werkgevers worden gestimuleerd bij te dragen aan de gezondheid en inzetbaarheid van hun werknemers door beweeg- en vitaliteitsprogramma’s. Interventies die volwassen inactieve Nederlanders helpen om uiteindelijk op eigen kracht structureel in beweging te komen en te blijven, steunen wij.

De voordelen van sporten en bewegen gaan verder dan alleen zorg. Investeren in sport is vaak een goede investering in welzijn en leefbaarheid. D66 wil daarom dat lokale overheden de ruimte krijgen en nemen om in sport te investeren als onderdeel van hun sociale zaken- en welzijnsbeleid. Landelijk willen we dat een bewindspersoon zich verantwoordelijk voelt voor een sportagenda die een belangrijk onderdeel vormt van haar of zijn takenpakket.

 

Het gaat om sport, niet om hoe die georganiseerd is

 

In Nederland hebben wij een rijk sportverenigingsleven. Vrijwilligers zorgen daar, met gerichte steun van vooral de lokale overheid bij met name het aanbieden van faciliteiten, voor een bloeiend sportleven voor jeugd en volwassenen. Sportverenigingen en sportvelden zijn plekken

waar dwarsdoorsneden van de samenleving elkaar ontmoeten en met elkaar plezier hebben. Dat is een groot goed en moet in een tijd van toenemende maatschappelijke tweedeling gekoesterd worden. Diversiteit van sportverenigingen verdient daarom steun. De overheid biedt ruimte aan verenigingen om zich aan te passen aan veranderende behoeften van sporters, zoals het sporten op andere tijden of in nieuwe spelvormen.

Tegelijkertijd zien we dat met name volwassenen buiten verenigingsverband sporten en actief bewegen. Alleen of met anderen en op een tijdstip dat het haar of hem uitkomt. D66 wil graag dat de overheid actief inspeelt op deze veranderende vraag en de ongeorganiseerde sport en de commercieel georganiseerde sport, net als de meer traditioneel georganiseerde sport, betrekt bij overleg en raadpleging over op te stellen provinciaal of lokaal sportbeleid. Ook sportondernemers spelen een belangrijke rol in het in beweging brengen van grote groepen Nederlanders. De openbare ruimte is voor deze ongeorganiseerde sport vaak cruciaal. D66 wil dat de overheid daarop inspeelt door te zorgen voor een openbare ruimte die beweging stimuleert. Denk aan het aanleggen, verlichten en verzorgen van fiets-, wandel-, skeeler- en ruiterpaden, maar ook skateplekken, basketbalpleintjes en plekken voor bootcamps. De gezondheids- en welzijnsbaten van deze investeringen wegen ruimschoots op tegen de kosten. Ook al ziet de lokale overheid de baten slechts indirect terug in haar eigen begroting. Bijkomend voordeel van deze sportinfrastructuur is dat zij kansen biedt aan sportondernemers en zzp’ers om hun diensten aan te bieden.

 

Topsporters inspireren

 

D66 koestert topsporters: dit zijn onze helden. Met hun doorzettingsvermogen en discipline om de top te bereiken zijn zij een inspirerend voorbeeld voor anderen, binnen en buiten de sport. D66 vindt dat topsporters een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving en de internationale zichtbaarheid van Nederland. Daarom moeten zij zo goed mogelijk ondersteund worden in aanloop naar en tijdens hun topsportcarrière, bijvoorbeeld door een stipendium aan te bieden. Maar ondersteuning betekent ook dat sporters gestimuleerd worden naast hun sportcarrière een maatschappelijke carrière te ontwikkelen. Slechts een enkele sporter slaagt er immers in financieel onafhankelijk te worden. Daarom zal een aantal uitzonderingsposities voor (oud-)topsporters moeten worden gecreëerd. Vaak vallen de beste jaren voor sporters samen met de tijd waarin anderen studeren. D66 wil oud-topsporters de mogelijkheid geven om ook na hun sportcarrière een studielening aan te vragen.

 

Evenementen boeien

 

Sportevenementen brengen Nederlanders bij elkaar en trekken toeristen aan. Daarnaast dragen zij bij aan het imago van Nederland in het buitenland. Sportevenementen zijn een investering in ons vestigingsklimaat en een instrument om talent voor Nederland te interesseren. Denkend vanuit die toegevoegde waarde wil D66 dat de overheid kijkt naar het steunen van de organisatie van internationale sportevenementen.

D66 wil de Nederlandse kandidatuur voor de Olympische Spelen nieuw leven inblazen. Dit zouden Olympische Spelen nieuwe-stijl moeten zijn: niet megalomaan en exorbitant, maar zoveel mogelijk gebruik makend van bestaande voorzieningen, echt duurzaam, waarbij de samenleving zoveel mogelijk wordt betrokken en waarden op het gebied van mensenrechten, eerlijke arbeidsomstandigheden en good governance worden gerespecteerd.

 

Eerlijke sport

 

Topsport stimuleert sporten en heeft een voorbeeldfunctie. Wij willen daarom een eerlijke sport en bestrijden matchfixing, doping en geweld. Daarbij moeten niet alleen frauderende sporters, maar ook de netwerken rond de sporters worden aangepakt: de artsen, coaches en bonden. D66 stimuleert dat het klimaat rondom (top)sportevenementen en in stadions uitnodigend is, ook voor kinderen en ouderen.

 

Veilig en verantwoord drugsgebruik

 

Drugsgebruik is van alle tijden. Zowel het gebruik van soft- als harddrugs is onderdeel van de samenleving. De keuze om drugs te gebruiken is voor iedereen een eigen, individuele keuze. Wel vindt D66 dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft om het gebruik van drugs die schadelijk kunnen zijn, op een verantwoorde en veilige manier te reguleren. D66 verzet zich daarom tegen het verbieden van drugs, omdat dit het gebruik ervan alleen maar gevaarlijker maakt. Jaarlijks sterven mensen, omdat zij vervuilde XTC-pillen gebruiken. Ook is onbekend hoe hasj en hennep worden geteeld en komt het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen voor, die de gezondheid kunnen schaden. D66 vindt het belangrijk dat consumenten weten wat zij gebruiken of innemen, net zoals voor alle andere producten die genuttigd kunnen worden het geval is. Gereguleerde productie en verkoop is daarom noodzakelijk. De Nederlandse politiek durft, ondanks het pleidooi van D66, dit taboe niet te doorbreken. Dit terwijl sommige landen in de wereld al wel tot regulering zijn overgegaan. Waar Nederland ooit koploper was met een vooruitstrevend drugsbeleid, realistisch en gericht op het terugdringen van gezondheidsrisico’s, lopen we nu achter de feiten aan. D66 wil daarom stappen zetten naar regulering van (soft)drugs en waar mogelijk legalisering, inclusief het heffen van accijns, waarbij maatwerk als het gaat om de soort drug voorop staat. De focus ligt hierin op de beperking van gezondheidsschade en decriminalisering van het gebruik. Op deze manier komt bovendien ruimte voor adequate voorlichting aan (jonge) gebruikers, die gepaard moet gaan met een ontmoedigingsbeleid vanuit de overheid, zoals ook voor alcohol en tabak het geval is. Ook lijdt de natuur onder het ongecontroleerd gebruik van drugs, aangezien drugsafval in de natuur gedumpt wordt en in ons drinkwater terecht kan komen. Met de regulering van drugs kan georganiseerde criminaliteit uit de handel van drugs geweerd worden. Politie en justitie kan zich gerichter focussen op de aanpak van illegale drugscriminaliteit. Ten slotte vindt D66 dat Nederland zich op internationaal niveau moet inzetten om de internationale drugsverdragen te flexibiliseren, zodat deze beter aansluiten op de huidige ontwikkelingen. Deze zijn nog teveel gericht op de criminalisering van drugs, terwijl het tegengaan van de gezondheidsproblematiek centraal moet staan.

Verkiezingsprogramma 2017-2021