Steun ons en help Nederland vooruit

Inhoud

Schone economie, energie en mobiliteit

Overzicht
Schone economie, energie en mobiliteit

Zuid-Holland is een van de dichtstbevolkte en meest geïndustrialiseerde regio’s in Nederland, Europa en zelfs de wereld. We hebben het hier goed voor elkaar. En daar werken we ook hard voor. Maar als we zo doorgaan, blijft er minder over voor onze kinderen en kleinkinderen. De aarde warmt op, door onze hoge CO2-uitstoot. Zuid-Holland zakt steeds dieper onder de waterspiegel. Grondstoffen raken op door ons materiaalgebruik. We zien nu al dat het eigenlijk veel duurder is om schade aan natuur en milieu, huizen en infrastructuur te herstellen, dan over te stappen op duurzame alternatieven. En duurzaam is bovendien schoner en gezonder.

Er ligt een enorme uitdaging. Zeker in Zuid-Holland, met al die mensen en vervuilende industrie. Die uitdaging kunnen we aan. Juist in Zuid-Holland, met al die bewoners en ondernemers die zich vol overgave storten op het verduurzamen van economie en samenleving. Of het nu gaat om energie, grondstoffen of voeding: overal in de provincie werken mensen aan oplossingen voor wereldwijde vraagstukken. Hier ligt de kracht van de provincie. We moeten deze mensen de ruimte geven en hun initiatieven met elkaar verbinden.

We schakelen nog een extra tandje bij. Het is onze ambitie dat Zuid-Holland in 2050 100% energieneutraal en circulair is. Vanaf nu gaan we iedere collegeperiode meetbare voortgang maken. Bedrijven concentreren we zoveel mogelijk in de buurt van verkeersknooppunten, om de circulaire economie een impuls te geven en de mobiliteitsdruk te verminderen. We gaan concrete stappen zetten naar een kringlooplandbouw. We maken ruimte voor windmolens en zonnecellen en dragen allemaal een steentje bij aan een kleinere CO2-voetafdruk. We geven ruim baan aan de fietser en er gaan minder vrachtwagens de weg op en vliegtuigen de lucht in.

 

Investeren in de toekomst

 

Het is belangrijk dat vooruitstrevende ondernemers de ruimte krijgen van de overheid om de economie van morgen te ontwikkelen. Dat wil niet zeggen dat de provincie zich afzijdig moet houden. Integendeel. De provincie moet actief ruimte scheppen om ondernemers kansen te bieden. De infrastructuur moet goed zijn, ook voor kennis en innovatie.

 

Publiek leiderschap

De provincie draagt bij aan een goed vestigingsklimaat voor (internationale) wetenschappers, ondernemers en investeerders, door te investeren in sterke kernen en binnensteden, natuur en cultuur. De provincie geeft het goede voorbeeld, door het provinciehuis te verduurzamen en bij aanbestedingen de aanschafkosten af te zetten tegen levensduur, en door mensen kansen te geven op werk voor wie dat niet vanzelfsprekend is. De provincie toont ook leiderschap, door te verbinden en richting te geven. Tot slot brengt de provincie ondernemers, onderzoekers en maatschappelijke organisaties fysiek met elkaar in verbinding en ontwikkelt ze overkoepelende transitie-agenda’s. We steken een helpende hand naar gemeenten die over onvoldoende capaciteit beschikken om zelfstandig innovatiebeleid te ontwikkelen.

 

Ruimte voor innovatie

In de huidige periode heeft Zuid-Holland zich opgewerkt van achterblijver naar voorloper, als het gaat om ons innovatieve potentieel. Dit heeft alles te maken met de oprichting van en de forse investeringen in InnovationQuarter. Belangrijk is dat de investeringen van InnovationQuarter eenvoudig en doeltreffend zijn. Voor een schone economie met behoud van welvaart is deze investering in het economische en innovatieve vermogen van Zuid-Holland cruciaal. Bovendien ligt hier onze kracht: de hoge dichtheid van mensen, kennis en bedrijven werkt op dit punt in ons voordeel.

We gaan daarom nog meer investeren in innovatie. In het ruimtelijke beleid geeft de provincie prioriteit aan locaties voor startende, innovatieve bedrijven. Het innovatiebeleid richten we sterker dan nu het geval is op maatschappelijke uitdagingen, zoals het energie- en voedselvraagstuk en de transitie naar een circulaire economie. We blijven ons inspannen voor de versterking van het innovatieve Space Cluster ESA/ESTEC in de regio Holland-Rijnland. Op al deze punten werken we intensief samen met ondernemers, kennisinstellingen, medeoverheden en maatschappelijke organisaties. Dit doen we onder meer via de bestaande platforms InnovationQuarter en Economic Board Zuid-Holland, die veel expertise en een sterk netwerk hebben opgebouwd. De provincie geeft ook hier het goede voorbeeld, door innovatie als doel op te nemen op alle beleidsterreinen.

 

Inkoopmacht verzilveren

We gebruiken de inkoopkracht van de provincie om innovatie te stimuleren. Bij de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten is het cruciaal die eerste (grote) klant binnen te halen. Daarom gaat de provincie met het inkoopbeleid actief op zoek naar start-ups en scale-ups en besteden we 2,5% van het inkoopbudget bij hen. Zo maken we jaarlijks ongeveer 20 miljoen beschikbaar om startende ondernemers een steuntje in de rug te geven op hun eerste meters. Naast innovatief gaan we ook duurzaam aanbesteden; we letten bij investeringen niet alleen op de aanschafprijs, maar ook op het energieverbruik en de verwachte levensduur. In 2050 willen we volledig circulair en energieneutraal zijn.

 

D66 krijgt het voor elkaar. Van achterblijver naar trendsetter

Sinds D66 in de Staten meebestuurt, is Zuid-Holland gestegen van de laatste naar de tweede plaats van meest innovatieve provincies. Dit succes is voor een groot deel te danken en de fractie van D66 en D66-gedeputeerde Han Weber. Zij hebben zich ingespannen voor de oprichting van Innovation Quarter, verschillende fondsen ingericht, het MKB gestimuleerd, de kennisinfrastructuur verbeterd en de energietransitie aangejaagd. Daardoor zetten we nu grote stappen in de transitie naar schone energie en een circulaire economie.

 

Ruimte voor circulaire economie

 

Zuid-Holland heeft een sterke, maar deels ook een verouderde economie, met een haven, raffinaderijen en een chemische industrie, die alle afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Deze economie draait op vervuiling en verspilling. De provincie kan de transitie naar een circulaire economie niet afdwingen, maar er wel op aansturen, bijvoorbeeld door de nieuwe Omgevingswet hiervoor in te zetten. Dat begint met ambitie: we willen dat ZuidHolland in 2050 veel minder uitstoot, meer schone lucht en schoon water heeft, en volledig circulair is. Om dit te bereiken moeten we in 2030 op 50% zitten. De komende vier jaar leggen we hiervoor de basis.

 

Kiezen voor concentratie

De provincie bepaalt waar bedrijven zich kunnen vestigen. Bedrijven concentreren biedt verschillende voordelen. Zo voorkomen we dat het Zuid-Hollandse landschap dichtslibt en kunnen bedrijven eenvoudiger gebruik maken van elkaars energie, (rest)warmte, materiaalstromen en productiemiddelen en -faciliteiten. Afgekeurd voedsel uit de kassen gebruiken we als veevoer, de restwarmte van de industrie om huizen in de buurt te verwarmen. Zo ontstaat een circulaire economie. Bovendien stimuleert het clusteren van bedrijven innovatie. We kiezen in eerste instantie voor bestaande locaties, in de buurt van de steden en infrastructuurknooppunten (zie: investeren in bestaande bedrijventerreinen). Het is duurzamer om bestaande locaties te revitaliseren. Bovendien is hier veel economisch en innovatief potentieel aanwezig en hoeven we geen nieuwe infrastructuur aan te leggen. We verwachten tot slot dat bedrijven ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. De provincie heeft als vergunningverlener een stok achter de deur.

 

Provincie als kwartiermaker

Waterschappen, gemeenten, kennisorganisaties en vooruitstrevende ondernemers werken allemaal aan de transitie naar een circulaire economie. De provincie voegt meerwaarde toe, door met een gezamenlijke strategie lijn te brengen in al deze initiatieven en door initiatiefnemers met elkaar in contact te brengen. Dit levert de provincie veel kennis en know-how op, die we weer gaan inzetten om witte vlekken, zoals gemeenten en bedrijventerreinen die achterblijven, groen te maken. De provincie brengt praktische en juridische obstakels voor het gebruik van reststromen in kaart en zoekt samen met de betrokken organisaties naar oplossingen.

 

Havens verduurzamen

De Rotterdamse haven is het logistieke hart van Europa en een belangrijk economisch centrum, met een toegevoegde waarde van ruim 3% van ons bruto nationaal product. Iets om trots op te zijn. Bovendien hebben veel mensen direct of indirect werk door de haven. De grootschalige uitstoot van CO2 en andere schadelijke stoffen dwingt echter tot verduurzaming. Ook de verduurzaming en innovatie in het maritiem cluster in de Drechtsteden zetten we door. Hetzelfde geldt voor de visserij. We steunen de verduurzaming van de havens in Scheveningen en Stellendam. De maatregelen hiervoor staan verspreid door dit programma, zoals: meer overslag op binnenvaart in plaats van vrachtwagens, strenger optreden tegen vervuilers, de ontwikkeling van de warmterotonde en meer hergebruik van reststromen, zoals CO2 in de tuinbouw. Dat levert ook meteen kennis en know-how op, die we kunnen vermarkten en exporteren.

 

Kringlooplandbouw

 

Als we praten over land- en tuinbouw, denken we al snel aan de kassen in het Westland en aan de Bollenstreek. Maar er is veel meer in Zuid-Holland. De land- en tuinbouwsector is ontzettend divers. En ook erg innovatief. Die sector koesteren we, want we willen een bijdrage leveren aan het oplossen van wereldwijde ondervoeding, door nieuwe voedingsmiddelen en technieken te ontwikkelen. Aan de andere kant loopt de sector ook tegen grenzen aan; van ruimte en bodemdaling (zie: bodemdaling stoppen) tot vervuiling. Daarom moeten we keuzes maken. We kiezen voor innovatie, verduurzaming en soms ook het stimuleren van nieuwe verdienmodellen. Dit doen we door een combinatie van intensivering in de greenports en extensivering elders.

 

Innovatieve en duurzame clusters

We willen werken aan een compacte en innovatieve sector, met circulaire grondstoffenstromen en die economisch rendeert. Dit kan alleen als we in bepaalde gebieden, de zogenaamde greenports, bedrijven clusteren. We hebben het dan over de intensieve (glas)tuinbouw in de Bollenstreek, Boskoop en het Oost- en Westland en het Zuid-Hollandse deel in de Greenport Aalsmeer. We willen andere bedrijven in de productieketen, zoals toeleveranciers en verwerkende bedrijven, zoveel mogelijk in de logistieke nabijheid van de greenports concentreren. We sturen op hoogwaardige nicheproductie en –technologie, die een bijdrage levert aan gezonde voedingsproducten en een gezonde leefomgeving, zoals groente, fruit, planten en bloemen.

We maken in deze clusters werk van verduurzaming. Door bedrijven te concentreren ontstaan er nieuwe mogelijkheden om gebruik te maken van elkaars reststromen; CO2 is bijvoorbeeld vaak een restproduct, maar voor de tuinbouw een schaarse grondstof. Vooral op het gebied van mest en diervoeding werken we toe naar een gesloten kringloop. Kringlooplandbouw is goed voor klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn. Bovendien biedt het kansen om het verdienmodel te verbeteren. Maar dat alleen is niet genoeg om onze ambitie, 95% CO2-reductie in 2050, te halen. Op het gebied van zonne-energie, waterzuivering, warmtedeling en aardwarmte zien we kansrijke initiatieven. We willen dat de provincie ondersteunt bij het opschalen van deze initiatieven.

 

Natuurvriendelijke landbouw

Meer dan 90% van het grondgebruik in de land- en tuinbouw in Zuid-Holland bestaat uit de akkerbouw en veehouderij. Door in gebieden met een arme of dalende bodem in te zetten op extensivering gaan we op een verantwoorde manier om met onze schaarse ruimte. We bieden we agrarische ondernemers duurzame alternatieven. Waar boeren stoppen, stimuleren we door kavelruil dat deze grond beschikbaar komt voor boeren die willen overstappen op natuurinclusieve landbouw. Boeren die door willen, maar inkomsten jaar op jaar zien teruglopen, stimuleren we om over te stappen op biologische kringlooplandbouw, eventueel met andere gewassen, op agrotoerisme, of op een combinatie van deze activiteiten. Dit kan ook jonge mensen verleiden om te kiezen voor het (biologische) boerenbestaan. Vooral in gebieden met bodemdaling is het belangrijk dat boeren overstappen op bestendige verdienmodellen. Ook in de Bollenstreek liggen kansen, bijvoorbeeld voor agrotoerisme. De provincie stelt subsidies beschikbaar voor het uitkopen van boeren die ermee ophouden en voor landschapsbeheer door boeren. We willen dat er groen staat in de bermgebieden naast de akkers, want dit is goed voor de biodiversiteit en bovendien zijn er dan minder chemische bestrijdingsmiddelen nodig. Dit alles betekent overigens niet dat bedrijven per se kleiner moeten worden. Niet de grootte van het bedrijf, maar hoe het gesteld is met duurzaamheid en dierenwelzijn telt. Hier stellen we dan ook hoge eisen aan.

 

D66 krijgt het voor elkaar. Eerlijke landbouw

D66 heeft 15 miljoen euro beschikbaar gemaakt voor proeftuinen voor duurzame (kringloop)landbouw. Daarnaast hebben we in het samenwerkingsconvenant afspraken vastgelegd met landbouwbedrijven om de sector te hervormen. Dit houdt in dat boeren alleen mogen uitbreiden, op voorwaarde van een duurzamere en diervriendelijkere bedrijfsvoering, waardoor het dierenwelzijn op de Zuid-Hollandse boerderijen is verbeterd.

 

Wereldspeler in gezonde voeding

We hebben misschien weinig ruimte in Zuid-Holland, maar ook ontzettend veel kennis. Daarmee willen we bijdragen aan de oplossing voor het voedselvraagstuk, door nieuwe, duurzame productietechnologieën en gezonde voedingsproducten te ontwikkelen. Samen met kennisinstellingen en start-ups investeren we in de ontwikkeling van Gehele Plant Silage (GPS) in de teelt, kweekvlees, insecten- en algenteelt, verticale landbouw en de plantaardige teelt (bio)plastics en medische grondstoffen. Ook in de eigen provincie werken we aan gezondere voeding, op de eerste plaats door samen met gemeenten en scholen meer bewustzijn te creeren over gezonde voeding en het voorkomen van verspilling.

 

D66 krijgt het voor elkaar. Netwerk voedselfamilies

D66 wil in Zuid-Holland werk maken van duurzaam, gezond en betaalbaar voedsel uit de eigen provincie. Daarom hebben we het Netwerk Voedselfamilies gestart: een initiatief om met verschillende projecten doorbraken te realiseren bij het duurzaam organiseren van ons voedselsysteem. Er zijn inmiddels al meer dan 20 proeftuinen gestart. In het Buytenland van Rhoon is een samenwerkingsovereenkomst gesloten om vanuit dit gebied de hofleverancier te worden van duurzame landbouwproducten voor de Rotterdamse regio.

 

Schone energie

 

We zijn de eerste generatie die iets merkt van klimaatverandering en de laatste die er iets aan kan doen. Klimaatverandering is de grootste bedreiging voor onze toekomst, zeker in een streek die grotendeels onder de zeespiegel ligt. We hebben een verantwoordelijkheid voor de generaties na ons. En we moeten hier haast bij maken, zoals ook de rechter heeft geoordeeld in de Urgenda-zaak. Daarom is onze inzet: in 2050 hebben we de CO2-uitstoot met minstens 95% gereduceerd. Om dit te bereiken, gebruiken we in 2050 alleen nog duurzame energie. In 2030 is zowel de reductie van de CO2-uitstoot als het aandeel duurzame energie minstens 55%. Dat is uiteraard schoner en bovendien dalen de kosten voor de productie van duurzame energie alsmaar verder, terwijl we tegelijkertijd ondervinden hoe ingewikkeld en kostbaar het is om de schade aan natuur en milieu te herstellen.

 

Werk maken van de energietransitie

Dat doen we allereerst door in te zetten op besparing. Alles wat je niet gebruikt hoef je immers ook niet duurzaam op te wekken. De provincie kan gemeenten ondersteunen met kennis en het helpen bundelen van de verduurzamingsvraag van huizen en andere gebouwen op de markt. Dit moet leiden tot lagere prijzen voor huisisolatie en nieuwe technieken. De provincie moet richting de industrie stevig inzetten binnen haar vergunningsmogelijkheden op besparing maar ook helpen bij het verder innoveren en besparen.

De energie die we vervolgens nodig hebben moet uiteindelijk in 2050 geheel duurzaam opgewekt worden. Om onze doelstellingen te realiseren, moeten we zelf ook een forse bijdrage leveren aan het opwekken van duurzame energie. D66 kiest voor en-en-en, ofwel alle mogelijke middelen inzetten voor verduurzaming. Zoals het landelijk klimaatakkoord er nu uitziet is op zee alleen niet genoeg ruimte voor deze ambitie. We zullen dus ook op land door moeten gaan met onze inspanningen voor duurzame energie. Daarbij zetten we fors in op het gebruik van aardwarmte en restwarmte voor onze huizen en kassen, want deze vorm van energie heeft nauwelijks impact op ons landschap. Maar ook dan blijft er nog noodzaak om ook werk te maken voor wind en zon. We maken ruimte voor windmolens op land en zonnecellen (zie: inpassen zon en wind). We werken hiervoor samen met energiecoöperaties en gebiedsfondsen om de winst gedeeltelijk terug te laten vloeien naar de gemeenschap. Zo slaat een deel van de lusten neer waar de lasten worden ervaren. Het liefst zien we dat windmolens meebetalen aan betere isolatie voor de huizen in de omgeving van de windmolens. Zo slaan we twee vliegen in één klap; we besparen energie en onze inwoners ontvangen een lagere energierekening.

We willen ook meer doen met de kansen die het water ons biedt, door te investeren in bestaande plannen voor een getijdecentrale in de Brouwersdam en een centrale op energie op te wekken uit het mengen van zoet en zout water in Katwijk. Dit zijn nieuwe technieken met veel potentie, niet alleen voor Zuid-Holland, maar wereldwijd. We investeren tot slot in boringen en uitwisselnetwerken voor het gebruik van aardwarmte, om deze technologie door te ontwikkelen tot een rendabele vorm van energieopwekking.

 

Warmterotonde en warmtenetten

Er ligt in Zuid-Holland een unieke kans in het gebruik van restwarmte uit de Rotterdamse haven. Door met de restwarmte huizen te verwarmen besparen we fors. Daarom gaan we een warmterotonde aanleggen. Dit warmtenet zal gevoed worden door restwarmte (circulair) en aardwarmte. Omdat er door besparing steeds minder restwarmte ontstaat zal de behoefte aan andere bronnen voor de warmterotonde toenemen. Daarom stellen we dit net open voor verschillende aanbieders en maken we het geschikt voor verschillende warmtebronnen. Ook regionale warmtenetten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie. D66 hecht aan onafhankelijk netbeheer bij aanleg en exploitatie.

 

Minder CO2 de lucht in

Het duurt nog jaren voor we vrij zijn van fossiele energie. Maar we hebben ons verplicht om de hoeveelheid CO2 die we de lucht in slingeren drastisch te reduceren. Daarom moeten we op de eerste plaats kijken hoe we CO2 kunnen hergebruiken, als grondstof voor de kassen, als bindmiddel in beton en om een vorm van plastic te produceren. Om tijd te kopen voor de energietransitie en de omslag naar een circulaire economie, zullen we CO2 moeten opslaan in lege gasvelden voor de kust.

 

Opslag en transport van energie

We hebben meer energie nodig als de zon niet schijnt. Ook wind heeft als nadeel dat het per definitie niet een stabiele energiebron is. Om ervoor te zorgen dat er altijd energie uit het stopcontact komt, moeten we investeren in nieuwe oplossingen voor de opslag en het transport van energie. Daarom maken we werk van een smart grid dat verschillende vormen van energie kan overzetten. Daarnaast willen we dat de provincie de ontwikkeling van waterstof als transitie-oplossing actief ondersteunt. Waterstof is ook belangrijk om de industrie en mobiliteit, met name het zwaardere verkeer zoals de scheepvaart, te verduurzamen.

 

Grensoverschrijdende aanpak

De provincie stimuleert gemeenten hun duurzame energiedoelstellingen te halen, bijvoorbeeld door actief kennis en know-how te verspreiden. Door verduurzaming ontstaan nieuwe banen voor technisch geschoolde vakmensen. Samen met gemeenten gaan we werk maken van om- en bijscholing om aan deze vraag te voldoen. We zoeken actief de samenwerking op met omliggende provincies, ook omdat de ruimte in Zuid-Holland nu eenmaal schaars is en omdat we willen voorkomen dat wordt geïnvesteerd in niet-werkende projecten. Het is belangrijk dat de provincie de regionale regie stevig in handen neemt, om de transitie efficiënt te organiseren en financieren.

 

Samen naar een kleinere voetafdruk

Of het nu gaat om energie, voedsel of andere producten, we laten met zijn allen veel kansen onbenut om onze gezamenlijke CO2-voetafdruk kleiner te maken. Hier ligt een taak voor de provincie. Samen met gemeenten, scholen, kennisinstellingen en andere betrokkenen maken we een actieplan om inwoners van Zuid-Holland bewust te maken van kansen om energie te besparen, de levensduur van producten te verlengen en duurzamer te eten. We richten een kennisbank in om deze campagne te ondersteunen.

 

D66 krijgt het voor elkaar. Schone energie

We komen in Zuid-Holland de belofte aan het klimaatakkoord na. Dat heeft D66 de afgelopen periodes mogelijk gemaakt, met maar liefst 17 nieuwe locaties voor windmolens en de aanleg van de warmterotonde, waarmee we restwarmte uit de Rotterdamse haven gebruiken om huizen te verwarmen. Onze gedeputeerde Han Weber was hiervoor verantwoordelijk. Bovendien heeft hij een nieuwe lijn ingezet: bewoners denken, doen én delen mee in de aanleg en opbrengst.

 

Schone mobiliteit

 

Onze bewegingsvrijheid om meerdere keren per dag forse afstanden te overbruggen naar werk, school, vrienden en familie, theater en sportveld is niet (langer) vanzelfsprekend. Steeds meer steden weren auto’s uit de binnenstad, om verstopping te voorkomen. Heel anders is de situatie in de dunbevolkte Krimpenerwaard, Alblasserwaard en op de ZuidHollandse Eilanden: daar is goed openbaar vervoer steeds lastiger te organiseren. Voor beide uitdagingen hebben we slimme, innovatieve en schone oplossingen nodig. De fietser krijgt bij ons voorrang. We investeren in een fijnmazig vervoersnetwerk, zodat reizigers eenvoudig kunnen switchen tussen vervoersmiddelen. We stimuleren emissievrije en stillere alternatieven voor auto, vrachtverkeer en luchtvaart.

 

Sterk vervoersnetwerk, één vervoersautoriteit

We moeten beter gebruik maken van de bestaande infrastructuur, door het eenvoudiger te maken om tijdens de reis over te stappen, van fiets naar tram naar (elektrische) auto of trein en weer terug naar (water)bus of (deel)fiets. Daarom investeren we in een fijnmazig vervoersnetwerk, met goede overstapmogelijkheden en betrouwbare reizigersinformatie. We concentreren bedrijven en woningen zoveel mogelijk in de buurt van verkeersknooppunten (zie: kiezen voor concentratie). Samen met vervoerders ontwikkelen we bijpassende vervoersproducten, zodat reizigers met één abonnement gebruik kunnen maken van trein, (water)bus, Randstadrail en huurfiets. Bij dit sterke vervoersnetwerk hoort één vervoersautoriteit mét democratische legitimiteit. We maken regionale wegen veiliger. Bij onderhoud en vervanging maken we energieneutrale keuzes. We bereiden het wegennetwerk voor op de introductie van zelfrijdende en emissievrije voertuigen.

We investeren ook in OV. Samen met de NS en ProRail pakken we knelpunten op het spoor aan, om de trein aantrekkelijker te maken als alternatief voor de auto op trajecten tussen steden. Ook buiten de steden, bijvoorbeeld in de Bollenstreek, het Groene Hart en op de eilanden, willen we mensen een schoner alternatief bieden. Daarvoor moet de provincie een integraal vervoersplan opstellen voor (emissievrije) snelbustrajecten en lightrail. Ook bij verbetering van vervoersnetwerken zoekt de provincie samenwerking over de regiogrenzen heen. Veel werknemers, scholieren en studenten reizen dagelijks over provinciegrenzen heen.

 

Ruim baan voor fietsers

Steeds meer mensen kiezen voor de (elektrische) fiets, als alternatief voor auto of openbaar vervoer, ook voor woon-werkverkeer. De fiets heeft grote voordelen. Fietsen is schoon en gezond. Fietsers nemen bovendien weinig ruimte in. Daarom maken we ruim baan, met fietssnelwegen op trajecten als Noordwijkerhout-Noordwijk-Voorhout, Lisse-Sassenheim, Zoetermeer-Rotterdam, Hellevoetsluis-Spijkenisse en Hoeksche Waard-Rotterdam. We willen dat de fiets een aantrekkelijk alternatief is voor afstanden tot 30 kilometer. Daarom maken we fietspaden veiliger, door gelijkvloerse kruisingen met N-wegen te vermijden en door betere verlichting. We investeren in doorstroming en aansluiting, met fietsenstallingen op overstapplaatsen, laadvoorzieningen voor de elektrische fiets en betere meeneem- en overstapmogelijkheden. Om deze plannen te realiseren maken we structureel extra middelen beschikbaar, met cofinanciering van gemeenten en Rijk.

 

D66 krijgt het voor elkaar. De fietser op 1

D66 maakt ruimte voor de fietser. We hebben de afgelopen tijd 7 miljoen extra geïnvesteerd in fietsstallingen bij de stations en bijna 10 miljoen extra uitgetrokken voor de aanleg van zogenaamde fietssnelwegen, onder meer Leiden en Katwijk en tussen Zoetermeer en Rotterdam. Zo kunnen fietsers zich sneller en veiliger verplaatsen en hun fiets veilig stallen.

 

Emissievrij rijden

Bijna nergens in Europa is de lucht zo vervuild als in Zuid-Holland. Dat is ongezond en onprettig. Daarom werken we er samen met het rijk en gemeenten aan om emissievrij rijden zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zodat het aantal emissievrije voertuigen op de weg fors kan groeien. Dat vermindert ook meteen de geluidshinder voor omwonenden. We maken ruimte voor en investeren in snellaad- en waterstofstations. We stimuleren kennisuitwisseling tussen gemeenten, om zo te sturen op harmonisatie in de aanbesteding van laadpunten. Steeds vaker kiezen bedrijven slimme en schone oplossingen voor bevoorrading van winkels en horeca in de steden, bijvoorbeeld met elektrische rolcontainers. We faciliteren deze ontwikkeling, door aan de randen van de steden ruimte te maken voor logistieke overslagpunten. We verleiden gemeenten tot afspraken over lagere parkeertarieven voor (elektrische) deelauto’s. We richten testlocaties in om innovatieve mobiliteitsoplossingen van zogenaamde Mobility Labs te toetsen. Tot slot lobbyen we actief bij het Rijk voor extra belasting op CO2-uitstoot, bijvoorbeeld met een kilometerheffing. Zolang dat niet is geregeld, gaan de provinciale opcenten niet omlaag.

 

Duurzame binnenvaart

We maken te weinig gebruik van de mogelijkheden van het water voor personenvervoer en vooral goederentransport. Met een binnenvaartschip halen we tot wel 60 vrachtwagens van de weg; dat scheelt enorm in ruimte en vervuiling. We stimuleren binnenvaart door waterwegen op diepte te houden, goede aanlegplaatsen en kwalitatief hoogwaardige overslaglocaties, in samenwerking met andere provincies en het Rijk. We ondersteunen in de aanleg van binnenhaventerminals, op voorwaarde dat het aantal vrachtwagens op de weg substantieel afneemt. Om de binnenvaart concurrerender te maken, passen we sluizen en bruggen aan, zodat schepen minder lang hoeven te wachten en zonder bemanning kunnen passeren, maar ook om te voorkomen dat forenzen in de spits lang voor een open brug staan. We verduurzamen de binnenvaart, met walstroom, afspraken over ontgassing en door over te stappen op schone(re) aandrijving zoals CNG, waterstof of zelfs accu-aandrijving. We steunen tot slot ook de ontwikkeling van de overslagterminal in Bleizo, om het aantal vrachtwagens verder terug te dringen door verplaatsing naar het spoor.

 

Minder vluchten

Vliegtuigen stoten veel vervuiling uit en maken veel lawaai. Veel inwoners hebben hier last van. Daarom willen we minder vliegverkeer boven Zuid-Holland. De overlast van de luchtvaart voor inwoners van de provincie Zuid-Holland neemt al jaren toe tot een niveau dat een risico begint te vormen voor een goede nachtrust en daarmee voor de gezondheid. Stiltegebieden en natuur worden verstoord door vliegtuiglawaai en vervuiling. Er is geen ruimte voor verdere groei van Rotterdam The Hague Airport (RTHA) buiten de bestaande geluidsruimte. Als in de toekomst een andere locatie wordt gevonden voor helikoptervluchten in de regio Rotterdam, willen we dat de totale geluidshinder voor omwonenden per saldo met minstens 30% afneemt. Daarnaast moet de provincie een actievere rol opeisen in de discussie over Schiphol en de herinrichting van het Nederlandse luchtruim. Door het grote luchtruim van Schiphol worden vluchten op RTHA omlaag gedwongen.  Voor kortere afstanden, naar Londen, Frankfurt, Düsseldorf, Berlijn, Brussel en Parijs, willen we betere treinverbindingen. Hiervoor gaan we lobbyen op nationaal niveau. We steunen het onderzoeken van kansen voor een nationale luchthaven op de Noordzee.

 

D66 krijgt het voor elkaar. Minder vluchten

Het welzijn van mensen komt voor economische belangen. Langs die maatstaf heeft D66 beslissingen genomen over het luchtruim in Zuid-Holland. Daarom hebben we op voorhand strikte voorwaarden verbonden aan de eventuele komst van een helihaven in de regio Haaglanden. De beoogde groei van Rotterdam The Hague Airport is voorlopig van de baan, zolang er geen oplossing is gevonden voor de toegenomen overlast.

D66 neemt uw privacy zeer serieus en zal informatie over u op een veilige manier verwerken en gebruiken.

Verkiezingsprogramma D66 Zuid-Holland 2019-2023